0

Luchtdichte aansluiting van kozijnen - 022

Het luchtdicht uitvoeren van kozijnaansluitingen in de gebouwomhulling en van beglazing of draaiende delen met het kozijn.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Aansluiting van binnenspouwblad met spouwlat
Houten binnenspouwblad
In houten binnenspouwbladen prefab gemonteerde kozijnen toepassen.

Gelijmd binnenspouwblad
Bij een gelijmd binnenspouwblad is het gebruikelijk om het kozijn met montagehoeken te bevestigen (zie Figuur A). De aansluiting tussen spouwlat en binnenspouwblad wordt dan gedicht met compressieband. Goede alternatieven hiervoor zijn pur-schuim, kit (met rugvulling) of afplakken van de naden.

Figuur A.

Prefab betonnen binnenspouwblad
Voor de luchtdichting tussen een prefab betonnen binnenspouwblad en een spouwlat (Figuur B) kan gebruik worden gemaakt van pur-schuim, geïmpregneerd schuimband of een buisprofiel (geschikt voor prefabricage). Zorg ervoor dat de afdichting rondom het kozijn wordt doorgezet (ook in de hoeken).

Figuur B.

Algemeen
Voor luchtdichtheidsklasse 3 moet de aansluiting tussen de spouwlat en het binnenspouwblad worden afgeplakt. Alternatief hiervoor is het voorzien in een extra dichting aan de binnenzijde; bijvoorbeeld een aftimmering met band/kitvoeg.
Voor de aansluiting van het (stel)kozijn op het binnenspouwblad zal de keuze over het algemeen gemaakt worden tussen een PUR-voeg, band of laminaatfolie (afplakken). Geadviseerd wordt om in ieder geval bij hogere gebouwen (gebouwen > 20 meter) voor ‘afplakken’ te kiezen. Dit geeft de meeste zekerheid voor wat betreft de water- en luchtdichtheid. Vaak is een combinatie van PUR-dichting (isoleren / opvullen van de stelruimte) en afplakken noodzakelijk.
Voor buitengevelisolatiesystemen geldt dat de aansluitingen luchtdicht moeten worden afgeplakt. Afplakken geeft in dit geval de meeste zekerheid voor wat betreft wind- en waterdichtheid.
2. Aansluiting van spouwlat met kozijn
Er zijn verschillende mogelijkheden om de luchtdichting tussen de spouwlat en het kozijn te realiseren, te weten:
  • verlijming van een vertande aansluiting (zie figuur C);
  • compressieband in een vertande aansluiting (zie figuur D).
Wanneer de luchtdichting niet aan de binnenzijde kan worden gerealiseerd, moet de aansluiting tussen spouwlat en kozijn worden gelijmd. Dat is de meest gebruikelijke oplossing. Dat betekent dat de spouwlatten op de stijlen worden gelijmd, ook tegen de spouwlat van de boven- en de onderdorpel. Zorg ervoor dat hier geen naden ontstaan. Let op dat ook de aansluiting van een horizontale spouwlat (of stelkozijn) met een verticale spouwlat (of stelkozijn) luchtdicht wordt uitgevoerd.

Figuur C SBR-detail 201.0.3.01. Verlijmen van een vertande aansluiting.


Figuur D Aansluiting spouwlat op kozijn met vertande aansluiting en compressieband.

3. Aansluiting van kozijn met draaiende delen
Het gebruik van een rondgaand kunststof of rubberen kaderprofiel (figuur E) verdient de voorkeur boven aluminium profielen; dit in verband met de kierdichting in de hoekaansluiting en een betere indrukbaarheid. Aluminium profielen komen nog veel voor in de bestaande bouw.

Figuur E rondgaand kunststof of rubberen kaderprofiel.

Gebruik nastelbare scharnieren en sluitplaten. Zorg ervoor dat draaiende delen nauwkeurig zijn afgehangen. Zie hiervoor onder andere de KVT (www.NBvT.nl).
De plaats, vorm en afmetingen van de dichtingsprofielen verschillen per soort kozijn. Zorg ervoor dat het sluitwerk licht knevelend wordt aangebracht / afgesteld. Kaderdichting in deuren is alleen mogelijk bij deuren met een dikte ≥ 54 mm.
Om luchtdichtheidsklasse 2 te realiseren is het niet noodzakelijk om een dubbele kierdichting toe te passen. Met een rondgaand kaderprofiel in combinatie met goed knevelend hang- en sluitwerk kan voldoende luchtdichting worden gerealiseerd. Mogelijk is in verband met de vereiste geluidwering van de gevel wel een dubbele kierdichting noodzakelijk. Voor luchtdichtheidsklasse 3 is dubbele kierdichting wel noodzakelijk.

4. Aansluiting van beglazing met kozijn
Er zijn twee manieren om de naad tussen de beglazing en het kozijn te dichten, te weten door middel van ‘natte’ en ‘droge’ beglazing.
Bij een natte (gekitte) beglazing zal, mits uitgevoerd volgens de voorschriften, een goede luchtdichtheid worden gerealiseerd. Er moet met name op worden gelet dat de voeg schoon en droog is voordat de (overschilderbare) kitvoeg wordt aangebracht. Het is daarom ook noodzakelijk om de voeg direct na het plaatsen van het glas aan te brengen. Zie figuur F.

Figuur F Kitvoeg aanbrengen direct na het plaatsen van het glas.


Wat betreft de beglazingskit moet er uitsluitend gebruik worden gemaakt van klasse 20 of klasse 25. Klasse 20 heeft een vervormingsvermogen van 20 procent en klasse 25 van 25 procent. Bij beglazing met een beglazingsprofiel (droge beglazing) wordt de naad aan zowel de binnen- als buitenzijde (of alleen binnen) gedicht met celrubbers (schuimband) of (vol)rubbers (EPT-rubber of EPDM). Zie Figuur G. Hierbij moet echter aan het volgende aandacht worden geschonken:
  • Het buitenbeglazingsprofiel moet rondom, zonder rek, worden aangebracht, waarbij de stuik in de bovendorpel plaatsvindt (koud tegen elkaar).
  • Zorg dat de glaslat onder druk wordt aangebracht. De benodigde indrukking is afhankelijk van het toegepaste afdichtingsmateriaal.
  • Zorg dat ter plaatse van de hoekaansluitingen de profielen goed aansluiten.

Figuur G beglazingsprofiel.

Als beglazingsprofiel kan worden gekozen voor een lip- of een kroonprofiel. Zie ook NPR 3577 en NEN-EN 12488. Bij beglazing van binnenuit worden de glaslatten aan de binnenkant geplaatst. Om te voorkomen dat bij houten kozijnen, ramen en deuren water onder de glaslat naar binnen komt behoort een hieldichting te worden aangebracht (bron: NPR 3577).
  • Bij een plaatsingshoogte tot 10 meter behoort de hieldichting over de gehele lengte aan de onderzijde aangebracht te worden en tot een hoogte van 200 mm in de stijlen.
  • Bij een plaatsingshoogte boven 10 meter behoort de hieldichting over de gehele lengte aan de onderzijde van de beglazing te worden aangebracht en over de gehele lengte van de stijlen.
Bij openingen op grotere hoogten (en luchtdichtheidsklasse 3) is het raadzaam om de dichting helemaal rondom het glas aan te brengen. Voor inbraakwerendheid kunnen andere eisen gelden. Zie hiervoor de SKH-publicatie 98-08.

ACHTERGROND

Zowel overheid als bewoners stellen steeds hogere eisen aan de energiezuinigheid en het comfort van woningen. Extra aandacht voor de luchtdichtheid is dan ook noodzakelijk. Immers, via lekken kan lucht ongecontroleerd in en uit de woning stromen. Dit leidt tot tochtklachten, vochtklachten en onnodig energieverlies.
Met name woningen met luchtdichtheidsklasse 2 (goed) en 3 (uitstekend / passiefhuis-niveau) verdienen extra aandacht als het gaat om de keuze en de verwerking van luchtdichtingen (zie hiervoor ook Infoblad 30 Luchtdicht Bouwen, klasse 2 en 3).

AANDACHSTPUNTEN

Zorg dat er goede werkinstructies aanwezig zijn en dat er regelmatig controles worden uitgevoerd. Maak hierbij een helder onderscheid tussen:
  • luchtdichtheidsklasse 1 (basis luchtdichting);
  • luchtdichtheidsklasse 2 (goede luchtdichting);
  • en klasse 3 (uitstekende luchtdichting; Passiefhuis-niveau).
Zorg voor een rondgaande (kader)dichting. Gebruik verder nastelbare scharnieren en sluitplaten. Zorg er ook voor dat draaiende delen nauwkeurig zijn afgehangen en dat het sluitwerk licht knevelend is afgesteld. Zet de dichting rondom het kozijn door, ook in de hoeken.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad