0

Maximale loopafstand tot uitgang subbrandcompartiment - 470

Om bij brand veilig te kunnen vluchten uit een bouwwerk, stelt het Bouwbesluit 2012 onder andere eisen aan de maximale loopafstand die mag worden afgelegd door de rook tot aan een brand/rookscheiding. Na deze scheiding krijgt de vluchtroute doorgaans een bepaalde beschermde status.

Rook van brand is giftig bij inademing. Ongecontroleerde rookverspreiding is een gevaar voor de veiligheid van personen binnen een gebouw. Om een veilige ontvluchting mogelijk te maken, worden in het Bouwbesluit daarom eisen gesteld aan de maximaal af te leggen loopafstand binnen een ruimte die zich bij brand met rook kan vullen: het subbrandcompartiment. Ook aan de bereikbaarheid van gebruiksgebieden in een gebouw door hulpverleningsdiensten en aan de doelmatige inzet van blusmiddelen stelt het Bouwbesluit eisen. Hier wordt niet nader op ingegaan in dit infoblad. In dit infoblad wordt ingegaan op de begrippen loopafstand, gecorrigeerde loopafstand en klimlijn.

OPLOSSINGRICHTINGEN

Maximaal toegestane loopafstand
De maximaal toegestane loopafstand is de lengte van een denkbeeldige looplijn vanuit het verste punt in een voor personen bestemde ruimte, tot aan de uitgang van het subbrandcompartiment (bijv. een ‘woning’). Bij het bepalen van de loopafstand wordt uitgegaan van een subbrandcompartiment met ingedeelde verblijfsruimten (zie artikel 2.102, lid 5 van Bouwbesluit 2012). De loopafstand is een denkbeeldige, korts realiseerbare looplijn die altijd ten minste 0,3 meter uit de hoeken, wanden en zijkanten van trappen en kozijnen loopt. Deze afstand van 0,3 meter langs constructieonderdelen vloeit voort uit de omstandigheid dat mensen zich in de regel niet dichter langs vaste bouwkundige onderdelen kunnen verplaatsen. Deze denkbeeldige looplijn loopt daarmee fictief door het midden van een vluchtende persoon.

Figuur 1 Bepaling looplijn, bron: BOT-Deel A.

Maximaal toegestane gecorrigeerde loopafstand
De maximaal toegestane gecorrigeerde loopafstand (zie artikel 2.102, lid 4 van Bouwbesluit 2012) wordt bepaald door eerst de lengte van een denkbeeldige looplijn vanuit het verste punt in een voor personen bestemde ruimte, tot aan de uitgang van het subbrandcompartiment te bepalen. Niet-dragende scheidingsconstructies, zoals lichte scheidingswanden, worden hierbij buiten beschouwing gelaten. De denkbeeldige looplijn loopt dus dwars door deze niet-dragende scheidingsconstructies heen. De denkbeeldige looplijn loopt daarentegen niet door dragende scheidingsconstructies heen. Voor zover de denkbeeldige looplijn door een gebruiksgebied voert, moet de lengte ervan met een factor 1,5 worden vermenigvuldigd. Voor zover de denkbeeldige looplijn door een verkeersruimte voert, geldt de werkelijke afstand. De gecorrigeerde loopafstand is de som van de met factor 1,5 vermenigvuldigde denkbeeldige looplijnen die door een gebruiksgebied voeren en de lengte van de resterende denkbeeldige looplijnen tot aan de uitgang van het subbrandcompartiment.

Voor de bepaling van de maximaal toegestane gecorrigeerde loopafstand geldt, net als voor de maximaal toegestane loopafstand, dat de denkbeeldige looplijn altijd ten minste 0,3 meter uit de hoeken, wanden en zijkanten van trappen en kozijnen loopt.

In onderstaande afbeelding is een voorbeeld gegeven voor de bepaling van de loopafstand en de gecorrigeerde loopafstand.

Figuur 2 Loopafstand en gecorrigeerde loopafstand, bron: BOT Deel A.

Loopafstand over een trap
De loopafstand over een trap dient te worden gemeten langs de klimlijn en is niet rechtstreeks te bepalen uit de plattegrond. Zeker bij trappen in woningen met een onder- en/of bovenkwart is de lengte van de klimlijn niet direct uit de tekeningen af te leiden. De klimlijn is de afstand gemeten langs de voorkant van de traptreden en wordt, omdat deze onderdeel uitmaakt van de maximaal toegestane loopafstand, op een afstand van ten minste 0,3 meter vanaf de zijkanten van de trap.

De lengte van de klimlijn is afhankelijk van de op- en aantreden van een trap. Uitgaande van de minimale aantrede van een trap en de maximale optrede van een trap (zie tabel 2.33 van Bouwbesluit 2012), kun je bepalen met welke factor je de lengte over de trap moet vermenigvuldigen als je die opmeet uit de horizontale projectie op een plattegrondtekening. Bij toepassing van andere op- en aantreden van een trap wordt deze factor over het algemeen kleiner. Voor het bepalen van de klimlijn vanuit een projectie van de trap op een plattegrond kan worden uitgegaan van de volgende waarden:

Tabel 1 Vuistregel vermenigvuldigingsfactor voor het bepalen van de klimlijn in een plattegrond.

Gebruiksfunctie Minimale aantrede Maximale optrede Vermenigvuldigingsfactor
Woonfunctie 0,22 meter 0,188 meter 4/3
Andere gebruiksfunctie 0,185 meter 0,21 meter 3/2
Noodtrap 0,185 meter 0,21 meter 3/2

ACHTERGROND INFORMATIE

Definities

Loopafstand
De definitie voor ‘loopafstand’ zoals gedefinieerd in Bouwbesluit 2012 luidt:

Afstand, gemeten langs een denkbeeldige, kortst realiseerbare lijn tussen twee punten, waarover op een afstand van ten minste 0,3 m van constructieonderdelen kan worden gelopen en waarbij de loopafstand over een trap samenvalt met de klimlijn (Bouwbesluit 2012, Afdeling 1.1, artikel 1.1 lid 1).

In het Bouwbesluit is voor de meeste gebruiksfuncties als uitgangspunt voor veilige ontvluchting een maximale loopstand van 30 meter naar de uitgang van een subbrandcompartiment gehanteerd. De achterliggende gedachte is dat mensen normaal gesproken maximaal 30 seconden met ingehouden adem door een met rook gevulde ruimte kunnen lopen. Bij een gemiddelde loopsnelheid van 1 meter per seconde komt dit overeen met een loopafstand van 30 meter.

Gecorrigeerde loopafstand
De definitie van het begrip ‘gecorrigeerde loopafstand’ is:

Loopafstand waarbij constructieonderdelen die geen onderdeel uitmaken van de bouwconstructie buiten beschouwing worden gelaten, waarbij de loopafstand voor zover deze door een gebruiksgebied voert met 1,5 wordt vermenigvuldigd (Bouwbesluit 2012, Afdeling 1.1, artikel 1.1 lid 1).

Klimlijn
De definitie van het begrip ‘klimlijn’ is als volgt gedefinieerd:

Denkbeeldige, vloeiend verlopende lijn die de voorkanten van de treden van een trap met elkaar verbindt (Bouwbesluit 2012, Afd. 1, Art.1.1).

Subbrandcompartiment
De definitie voor ‘subbrandcompartiment’ zoals gedefinieerd in Bouwbesluit 2012 luidt:

Gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een brandcompartiment ligt of daarmee samenvalt, bestemd voor beperking van verspreiding van rook of verdere beperking van het uitbreidingsgebied van brand (Bouwbesluit 2012, Afdeling 1.1, artikel 1.1 lid 1).

Vluchten binnen een subbrandcompartiment

In Bouwbesluit 2012 zijn in afdeling 2.12 ‘Vluchtroutes’, nieuwbouwvoorschriften opgenomen voor de maximale lengte van het niet beschermde gedeelte van een vluchtroute door het subbrandcompartiment waarin zich een brand kan voordoen, tot aan een brandwerende scheidingsconstructie die bedoeld is om de rook van de brand tegen te houden.

Uitgangspunt voor de maximaal toegestane loopafstand binnen een subbrandcompartiment is 30 meter. Indien de personenbezetting van een subbrandcompartiment laag is, neemt ook het risico op slachtoffers bij brand af. In die gevallen is voor sommige gebruiksfuncties een langere (gecorrigeerde) loopafstand toegestaan. Zie Bouwbesluit 2012 afdeling 2.12, artikel 2.102. Hieronder een overzicht:

Tabel 2 Maximaal toegestane loopafstanden volgens Bouwbesluit 2012 afdeling 2.12, artikel 2.102.

Gebruiksfunctie Maximale (al dan niet gecorrigeerde) loopafstand
Celfunctie, algemeen 22,5 meter
Andere gebruiksfuncties in gebouwen, algemeen 30 meter
Minder dan 1 persoon per 12 m² (geldt niet voor woon-, bijeenkomst- en logiesfuncties!) 45 meter
Minder dan 1 persoon per 30 m² (geldt uitsluitend voor industrie-, sport-, winkel- en overige gebruiksfuncties) 60 meter

Let op:
Naast de maximaal toegestane horizontale, al dan niet gecorrigeerde, loopafstand van elk voor personen toegankelijk punt binnen een subbrandcompartiment tot de uitgang van dat subbrandcompartiment, geldt ook een maximaal toegestaan te overbruggen hoogteverschil van niet meer dan 4 meter voor alle gebruiksfuncties in gebouwen met uitzondering van de woonfunctie, de industriefunctie en de overige gebruiksfunctie.

Vluchten vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment

Indien de uitgang van het subbrandcompartiment de enige vluchtroute is (en niet het aansluitend terrein is), dient de verdere vluchtroute te voldoen aan de eisen voor een beschermde of extra beschermde vluchtroute. Afhankelijk van de vereiste beschermingsgraad van deze verdere vluchtroute en de gebruiksfunctie zijn eisen gesteld aan de maximaal toegestane loopafstand tot de volgende uitgang van die vluchtroute. Zie voor de vereiste status van de vluchtroute ook het infoblad ‘Status van de vluchtroute’.

De te hanteren loopafstanden t.b.v. ontvluchting vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment zijn als volgt:

Tabel 3 Maximaal toegestane loopafstanden vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment volgens Bouwbesluit 2012 afdeling 2.12, artikel 2.103 t/m 2.106.

Aantal vluchtroutes Status vluchtroute Gebruiksfunctie Max. loopafstand
Enkele vluchtroute Beschermde vluchtroute Alle gebruiksfuncties waarin NIET geslapen wordt 30 meter
Enkele vluchtroute Extra beschermde vluchtroute Woonfunctie 30 meter
Enkele vluchtroute Extra beschermde vluchtroute Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied 5 meter
Enkele vluchtroute Extra beschermde vluchtroute Onderwijsfunctie 15 meter
Enkele vluchtroute Extra beschermde vluchtroute Logiesfunctie/logiesgebouw, gezondheidszorgfunctie met bedgebied 20 meter
Enkele vluchtroute Extra beschermde vluchtroute Celfunctie 22,5 meter
Enkele vluchtroute Extra beschermde vluchtroute Andere gebruiksfuncties in gebouwen 30 meter
Twee vluchtroutes Vluchtroute, geen status Alle gebruiksfuncties in gebouwen 30 meter

Maximale loopafstanden bij bestaande bouw en verbouw
Voor bestaande gebouwen gelden de volgende maximaal toegestane loopafstanden tussen een punt in een gebruiksgebied en een uitgang van het subbrandcompartiment:

Tabel 4 Maximaal toegestane loopafstanden bij bestaande bouw volgens Bouwbesluit 2012 afdeling 2.12, artikel 2.112.

Gebruiksfunctie Maximale loopafstand
Woonfunctie 45 meter
Bijeenkomstfunctie, onderwijsfunctie 60 meter
Andere gebruiksfuncties in gebouwen 75 meter

Indien de uitgang van het subbrandcompartiment de enige vluchtroute is (en niet het aansluitend terrein is), dient bij bestaande bouw de verdere vluchtroute te voldoen aan de eisen voor een beschermde route of extra beschermde vluchtroute. In dat geval worden geen eisen meer gesteld aan de loopafstand tot het aansluitende terrein. Begint bij de uitgang van het subbrandcompartiment een tweede vluchtroute in dezelfde besloten ruimte, dan is de maximaal toegestane loopafstand tot de volgende uitgang van deze vluchtroute afhankelijk van de status van de vluchtroute:

Tabel 5 Maximale loopafstanden bij bestaande bouw volgens Bouwbesluit 2012 afdeling 2.12, artikel 2.116.

Aantal vluchtroutes Status vluchtroute Gebruiksfunctie Max. loopafstand
Twee vluchtroutes die vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment door dezelfde besloten ruimte voeren Vluchtroute, geen status Alle gebruiksfuncties in gebouwen 30 meter
Twee vluchtroutes die vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment door dezelfde besloten ruimte voeren Beschermde route Alle gebruiksfuncties in gebouwen 70 meter

Bij verbouw geldt voor de te hanteren loopafstand het rechtens verkregen niveau. Zie hiervoor het infoblad ‘Rechtens verkregen niveau’. Dat betekent in de praktijk dat als gevolg van een verbouwing de huidige loopafstanden niet mogen worden verlengd, behalve als het nieuwbouwniveau niet wordt overschreden (=bovengrens rechtens verkregen niveau). De loopafstanden (let op: geen gecorrigeerde loopafstanden!) binnen een subbrandcompartiment mogen in ieder geval nooit groter worden dan de eisen die gelden voor bestaande bouw. Deze zijn opgenomen in de bovenstaande tabellen.

AANDACHTSPUNTEN

Er zijn geen verdere aandachtspunten.