0

Ontheffing Bouwbesluit 2003 bij vergunningsvrij bouwwerk - 435

Vaststellen wanneer er gebruik gemaakt mag worden van een ontheffing van een voorschrift van Bouwbesluit 2003 voor een vergunningvrij bouwwerk.

OPLOSSINGRICHTINGEN

Stappenplan

In de SBR informatiebladen 238, 383 en 434 (zie overige informatie) is specifiek ingegaan op de ontheffingsmogelijkheden volgens artikel 1.11 van Bouwbesluit 2003 en op de bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders hierin.
De bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders is echter alleen relevant bij de beoordeling van de aanvraag van een omgevingsvergunning. In dit informatieblad wordt ingegaan op de vraag op welke wijze voor vergunningsvrije bouwwerken gebruik kan worden gemaakt van de ontheffingsmogelijkheid van Bouwbesluit 2003. Daarbij worden de volgende stappen doorlopen:

  • Stap 1: Vergunningsvrije bouwwerken en Bouwbesluit 2003
  • Stap 2: Vergunningsvrije bouwwerken en de bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders
  • Stap 3: Vergunningsvrije bouwwerken en de ontheffingsmogelijkheid

Foto: Speqtra kozijn van Endura.

Stap 1: vergunningsvrije bouwwerken en Bouwbesluit 2003
Een bouwwerk moet altijd voldoen aan Bouwbesluit 2003, ook wanneer dat bouwwerk vergunningsvrij mag worden gebouw. Wanneer een verbouwing voldoet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen zoals vastgelegd in het ‘Besluit omgevingsrecht’, dan kan de verbouwing zonder omgevingsvergunning worden gebouwd. De planologische regels uit bijvoorbeeld het bestemmingsplan en redelijke eisen van welstand uit de gemeentelijke welstandnota zijn in dat geval niet van toepassing.

Stap 2: vergunningsvrije bouwwerken en de bevoegdheid van burgemeester en wethouders
Het bouwvergunningsvrij zijn betekent dat de betreffende bouwwerken niet aan enige preventieve gemeentelijke toets zijn onderworpen. Voorts hoeven zij niet te voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening (zoals stedenbouwkundige voorschriften) en de bebouwingsvoorschriften van het bestemmingsplan.

Stap 3: vergunningsvrije bouwwerken en de ontheffingsmogelijkheid
Omdat vergunningsvrije bouwwerkzaamheden niet preventief worden getoetst door een gemeente, hoeft een ontheffing van een voorschriften van Bouwbesluit 2003 niet te worden aangevraagd bij Burgemeester en Wethouders. Bij bouwvergunningsvrije ingrepen kan niet aan de gemeente om ontheffing worden gevraagd. Daarom geldt als uitgangspunt dat er (stilzwijgend) door de gemeente ontheffing is verleend.
Burgemeester en Wethouders hebben bij vergunningsvrije activiteiten wel de bevoegdheid om repressief (achteraf) handhavend op te treden wegens bouwen in strijd met de voorschriften (artikel 1b, eerste lid van de Woningwet en artikel 125 van de Gemeentewet). Het is daarom wel verstandig om dat in dergelijke gevallen vooraf met de gemeente te bespreken om te voorkomen dat de gemeente nadat de bouwwerkzaamheden gereed zijn het niet eens blijkt te zijn met de gerealiseerde prestatie.

ACHTERGROND INFORMATIE

Volgens artikel 4 van de Woningwet zijn de nieuwbouwvoorschriften van het Bouwbesluit van toepassing op elk bouwen. Indien een bouwwerk geheel of gedeeltelijk wordt vernieuwd, veranderd of vergroot, zijn die voorschriften, voor zover zij betrekking hebben op het bouwen, slechts van toepassing op die verbouwing. Het bestaande gedeelte moet voldoen aan de voorschriften die het Bouwbesluit geeft voor bestaande bouwwerken; het te verbouwen gedeelte van het bouwwerk moet voldoen aan de nieuwbouwvoorschriften. Het is mogelijk dat het te verbouwen gedeelte in redelijkheid niet aan de nieuwbouwvoorschriften kan voldoen omdat dan bijvoorbeeld extra aanpassingen moeten worden gedaan aan het bestaande gedeelte. In dergelijke gevallen kan ontheffing worden verleend van de nieuwbouwvoorschriften van het Bouwbesluit, mits het nieuwbouwniveau zoveel mogelijk wordt benaderd. Voor omgevingsvergunningplichtige bouwwerken ligt de bevoegdheid om ontheffing te verlenen bij Burgemeester en Wethouders.