0

Prognose geluidsniveau van standleidingen buiten de leidingschacht - 267

Het voorkomen van een te hoog geluidsniveau in aangrenzende ruimten ten gevolge van een nog te ontwerpen standleiding voor riolering.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Installatietechnische maatregelen als oplossingen

In SBR-Infoblad 266: Bouwkundige maatregelen tegen geluidshinder door standleidingen zijn de volgende vier bouwkundige maatregelen besproken:

  1. Goede situering van de leidingschacht.
  2. Goede uitvoering van de schacht.
  3. Geluidsabsorberend materiaal in de schacht.
  4. Voldoende massa van de bevestigingswand.

Naast bouwkundige maatregelen kunnen echter ook installatietechnische maatregelen een oplossing bieden, zoals:

  1. Gebruik geluidsarme leidingsystemen.
  2. Voorkom een versleping in de standleiding.
  3. Isoleer de standleiding.
  4. Pas geluidsarme beugels toe.

Figuur 1. Schacht met standleiding.

1. Gebruik geluidsarme leidingsystemen
Een deel van de oplossing kan bijvoorbeeld worden gezocht in de toepassing van op de markt verkrijgbare stillere, meer geluidsarme, leidingsystemen. De geluidsproductie hiervan is onderzocht en voor een leidingdiameter van 110 mm weergegeven in tabel 1.

Tabel 1. Geluidsproductie van speciaal ontwikkelde stillere c.q. geruisarme rechte standleidingen (diameter 110 mm, bij wc-doorspoeling of 3,0 l/s continu).

Geluidsarm standleidingsysteem D = 110 mm Geluidsproductie in dB(A)/3,0 l/s
Wavin AS 52,0
DykaStil 54,5
Geberit dB Silent 54,5

De geluidsproductie van stillere systemen kan ten opzichte van de standaard kale kunststofleidingsystemen circa 1 tot 6 dB(A) lager zijn. Bij standaard kunststof leidingsystemen ligt de geluidsproductie namelijk tussen 57 en 59 dB(A). Voor mofloos gietijzer ligt het niveau op 51 dB(A).

2. Voorkom versleping in de standleiding
Ook moet de ontwerper in de ontwerpfase proberen geen richtingsveranderingen in de standleiding (verslepingen en dergelijke) te creëren. Hierdoor neemt namelijk de geluidsproductie van het leidingsysteem aanzienlijk toe. De toename kan afhankelijk van het leidingsysteem wel 6 tot 9 dB(A) bedragen.

3. Isoleer de standleiding
Als alternatief voor de toepassing van stillere, meer geruisarme, leidingsystemen kan worden gedacht aan het uitwendig isoleren van standaard kale standleidingen. Afhankelijk van het type leiding en isolatiemateriaal kunnen hiermee akoestische verbeteringen van globaal 5 tot 15 dB(A) worden bereikt; zie tabel 2.

Tabel 2: Akoestisch effect isolatiemateriaal om 110 mm kunststof afvoerleiding.

Isolatiemateriaal/voorziening Effect[dB(A)]
Mineraalwol 25 mm. 5
Mineraalwol 25 mm + bitumen (2 kg/m2), of Mineraalwol 25 mm + (versterkt) alu-folie. 8
Mineraalwol 50 mm + (versterkt) alu-folie, of 20 mm schuim + PVC-folie, of Mineraalwol 25 mm + lood 0,5 mm. 11
10 mm schuim + kunststof/loodfolie (0,5 mm), of 10 mm schuim + bitumen (3 kg/m2). 15

4. Pas geluidsarme beugels toe
Door beugeling van de standleiding aan een wand, wordt deze wand in trilling gebracht. Dit resulteert, naast een bijdrage aan het luchtgeluid, ook in een bijdrage aan het contactgeluid. De grootte van die bijdrage aan contactgeluid is afhankelijk van de trillingdempende kwaliteit van de beugel en bevestiging aan de wand. Ook de massa van de wand is van invloed.

Prognose van geluidsniveau
Het optredende geluidsniveau in verblijfsruimten die grenzen aan leidingschachten hangt af van een combinatie van alle bovengenoemde factoren en maatregelen. Het is mogelijk om vooraf een prognose te maken van het te verwachten geluidsniveau met behulp van een daartoe ontwikkeld akoestisch rekenmodel (Soundspotsim). Hierin wordt rekening gehouden met alle relevante installatietechnische en bouwtechnische parameters. Het rekenmodel biedt de mogelijkheid om onderzochte leidingsystemen te combineren met verschillende systeembeugels en schachtwandconstructies. Hierdoor kan men tot een goede afstemming komen en een voldoende laag geluidsniveau. Ook de invloed van de toevoeging van geluidsabsorberend en/of isolatiemateriaal om de standleiding, is hierin mee te nemen. Het rekenmodel bepaalt niet alleen de dB(A)-waarde, maar tevens alle resulterende geluidsniveaus in de frequentiebanden van 125 t/m 4000 Hz.

ACHTERGROND

Het Bouwbesluit stelt eisen ten aanzien van de bescherming tegen geluid van installaties. Deze eisen zijn vooral van belang in gestapelde woningbouw, met aansluitingen van toiletten op gemeenschappelijke standleidingen. De standleidingen worden in doorlopende verticale schachten ondergebracht. Artikel 3.9 ‘Bescherming tegen geluid van installaties, nieuwbouw’ zegt daar onder meer over: ‘Een toilet met waterspoeling […] veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsruimte van een andere op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek geluidsniveau van ten hoogste 30 dB.’ In de praktijk is er echter een groot risico op een overschrijding van dit geluidsniveau.

In de praktijk is er echter een groot risico op een overschrijding van dit geluidsniveau. In veel bestekken is een zo eenvoudig mogelijk leidingsysteem omschreven en moeten de bouwkundige voorzieningen voldoende uitkomst bieden. In de ontwerpfase kan men beter kiezen voor een integrale benadering. Dat wil zeggen: beschouw zowel de bouwkundige als installatietechnische maatregelen om tot de meest optimale oplossing te komen. Door het combineren van deze bouwkundige en installatietechnische maatregelen zijn veel lagere geluidsniveaus dan 30 dB(A) te bereiken.

De bouwkundige invloedsfactoren zijn:

  • de situering van de standleiding/schacht;
  • de akoestische eigenschappen van de schacht en schachtwand.

De installatietechnische invloedsfactoren zijn:

  • de akoestische eigenschappen van het leidingsysteem;
  • de leidingconfiguratie;
  • de kwaliteit van de beugeling.

AANDACHTSPUNTEN

  • Het isolatiemateriaal moet om de gehele leidinghoogte binnen de beschouwde verdieping(en) worden aangebracht. Dit moet nauwkeurig gebeuren, volgens de verwerkingsvoorschriften van de leverancier. De eventuele buitenafwerking moet geluiddicht worden aangebracht.
  • Het toepassen van isolatiemateriaal om stillere, meer geluidsarme, leidingsystemen levert een geringere verlaging van de geluidsproductie op, vergeleken met het isoleren van standaard kale leidingsystemen.
  • Tijdens de uitvoering moet ook rekening worden gehouden met de aandachtspunten, zoals deze zijn genoemd in SBR-Infoblad 266: Bouwkundige maatregelen tegen geluidshinder door standleidingen.

OVERIGE INFORMATIE