0

Rechtlijnige scheuren in afwerkvloeren voorkomen - 105

Het voorkomen van rechtlijnige scheuren in (harde afwerklagen van) vloeren. Scheuren in harde vloerafwerkingen kunnen gemakkelijk worden voorkomen door het aanbrengen van een gewapende druklaag op de constructievloer en het aanbrengen van een zwevende dekvloer. Bij grotere vloervelden en/of overspanningen kan het noodzakelijk zijn de vloer te dilateren. Zie hiervoor de SBR-Infoblad 97: Dilatatievoegen in dek- en afwerkvloeren en SBR-Infoblad 94: Dilatatievoegen in dek- en afwerkvloeren; checklist.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Het aanbrengen van een gewapende druklaag op de constructievloer

De dikte van de druklaag (Figuur 1, 2 (bij kopje achtergrond) en 3 (hieronder)) dient minimaal 50 mm te zijn. De minimaal voor te schrijven wapening bedraagt bij deze dikte #R8-150 mm. Bij grotere dikte van de druklaag kan worden uitgegaan van een wapeningspercentage van 0,6 %. Dit is in de meeste gevallen voldoende om scheuren in harde vloerafwerkingen te voorkomen.

Figuur 3. Gewapende druklaag op kanaalplaatvloer.

Figuur 4. Gewapende druklaag op combinatievloer.

Figuur 5. Gewapende druklaag op bekistingsplaatvloer met koppelwapening.

Bij vloerconstructies waarbij al een druklaag wordt toegepast, zoals bij combinatievloeren en bekistingsplaatvloeren, zijn meestal geen of slechts kleine aanpassingen nodig om scheurvorming te voorkomen. In het geval van een combinatievloer zijn aanvullende maatregelen meestal niet noodzakelijk. Bij bekistingsplaatvloeren moet voldoende koppelwapening worden aangebracht boven de langsvoegen. De koppelwapening bedraagt minstens #R6 – 150 mm.

2. Het aanbrengen van een zwevende dekvloer

Een zwevende dekvloer om scheurvorming te voorkomen is vooral een interessante oplossing indien:

  • aan de vloer extra geluidsisolatie-eisen worden gesteld;
  • aan de vloer extra thermische isolatie-eisen worden gesteld;
  • bij toepassing van vloerverwarming.

Een zwevende dekvloer wordt los gehouden van de wanden en de ondergrond door middel van een verende tussenlaag. Hierdoor kan de dekvloer in horizontale richting 'zwevend' vrij bewegen ten opzichte van de constructievloer. Scheurvorming in de voegen tussen de vloerelementen worden daardoor niet doorgezet in de afwerkvloer. De verende laag bestaat meestal uit ‘foam’ of geëlastificeerd EPS.
Een zwevende dekvloer wordt meestal uitgevoerd als een cementgebonden of gipsgebonden dekvloer (Figuur 6), maar kan ook droog worden uitgevoerd, bijvoorbeeld met twee overlappende lagen gipsvezelplaat.

Figuur 6. Zwevende dekvloeren: a) woningbouw; b) woningbouw met vloerverwarming.

Figuur 7. Randafwerking zwevende dekvloer.

De minimale dikte van de verende laag bedraagt ca 10 mm bij een niet-geëgaliseerde constructievloer. Breng op de verende laag een folie aan. De folie vermindert de wrijvingsweerstand zodat horizontale vervormingen ongehinderd kunnen optreden. Ook voorkomt de folie dat vocht en/of specie van de dekvloer in de verende laag dringt.
Houd de dekvloer langs de wanden minimaal 10 mm vrij door het opzetten van de verende laag. Zie Figuur 7.

ACHTERGROND

De laatste jaren stijgt het aantal gebreken bij oplevering van een gebouw. Ook na de tweede oplevering houden gebruikers/bewoners vaak klachten. Veel van deze klachten betreffen de afbouw en afwerking.
Klachten over scheuren in vloeren en vloerafwerkingen maken hier deel van uit. Vrijwel alle vloeren in woning- en utiliteitsbouw worden uitgevoerd met (prefab-)betonnen constructievloeren. Bij toepassing van harde vloerafwerkingen, zoals keramische tegels, natuursteen, harde kunststofvloeren en terrazzo, kunnen rechtlijnige scheuren ontstaan boven de voegen tussen de (geprefabriceerde) vloerelementen.
Rechtlijnige scheuren ontstaan veelal doordat de verbindingen tussen vloerelementen onderling onvoldoende in staat zijn om vervormingen van elementen ten opzichte van elkaar op te vangen; zie de Figuren 1 en 2. Zulke vervormingen worden veroorzaakt door:

  • belastingen op de elementen, die doorbuiging veroorzaken;
  • drogingskrimp en kruip van het materiaal, waardoor verlenging of verkorting van de elementen optreedt;
  • temperatuur- en vochtinvloeden die tot vervormingen leiden.

Figuur 1. Scheuren in langsvoegen tussen vloerelementen.

Figuur 2. Scheuren boven steunpunten van vloerelementen.

AANDACHTPUNTEN

Ad oplossingsrichting 1. gewapende druklaag:

  • Vul de langsvoegen zorgvuldig. Gebruik hiervoor en krimparme voegmortel. Voor het aanbrengen moet de voegopening schoon zijn en bevochtigd worden. Indien nodig na het aanbrengen de voegen afdekken met folie (ter voorkoming van bijvoorbeeld uitspoelen bij regenachtig weer). Eventuele lekken in de voeg moeten vooraf worden gedicht.
  • Breng de wapening in de druklaag zo hoog mogelijk aan, met inachtneming van de minimale dekking op de wapening (vloer binnen minstens 15 mm).
  • Bescherm de vloer tegen snel uitdrogen van de betonspecie om krimpscheuren te voorkomen.

Ad oplossingsrichting 2. zwevende dekvloer:

  • Vul de langsvoegen zorgvuldig.
  • Gebruik op een zwevende dekvloer uitsluitend lichte scheidingswanden.
  • Houd leidingdoorvoeringen, kruipluiken en convectorputten vrij van de dekvloer.