0

Slipweerstand meten van een vloer met natuursteen of keramische tegels - 106

Het kiezen van een methode om de slipweerstand van een vloerafwerking van natuursteen of keramische tegels te meten.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Meten in het laboratorium: hellend vlak (Schiefe Ebene)

De slipweerstand met schoeisel wordt uitgedrukt in een R-waarde (van 'Rutschhemmung') tussen R9 tot en met R13. Voor blootvoets belopen vloeren wordt de slipweerstand uitgedrukt in A, B of C. In deze waarden is de invloed van de voeg begrepen. Bepaling gebeurt met een hellend vlak. De slipweerstand wordt afgeleid uit die hellingshoek, waarbij een proefpersoon met voorgeschreven schoeisel wegglijdt.

De V-waarde (van 'Verdrängungsraum') drukt de afvoercapaciteit voor vloeistoffen uit. Voldoende afvoercapaciteit voorkomt uitglijden door 'aquaplaning'. Er bestaan klassen voor: V4, V6, V8 en V10 (overeenkomend met 4, 6, 8 respectievelijk 10 cm3).

Deze meetmethode is ontwikkeld in Duitsland. De belangrijkste beperking ervan is dat een meting alleen in het laboratorium kan plaatsvinden. Het is dus een momentopname van een nieuwe vloer onder strikt vastgelegde omstandigheden. Dat zegt niet alles over de werkelijke slipweerstand in de praktijk. Verder is de meting statisch, terwijl de dynamische slipweerstand het belangrijkst is. De meetmethode voor blootvoets belopen vloeren wordt waardevol geacht, omdat deze betrouwbaar blijkt.
Een sterk punt van deze methode is dat duidelijke criteria worden aanbevolen. In Nederland en België worden deze voor sommige toepassingen wel te streng bevonden.

2. Meten in het werk: Floor slide control en andere

Bij deze methoden wordt de wrijvingscoëfficiënt bepaald met een mobiel apparaat. Er zijn verschillende verwante meetmethoden zoals Floor Slide Control 2000 (FSC 2000) en Burngraber Portable Slip Tester. Deze methoden zijn niet algemeen gangbaar.

De FSC 2000 beweegt zichzelf voort over de vloer en sleept daarbij een schoentje mee. Dit schoentje kan worden voorzien van verschil lende typen zool. Gemeten wordt de COF-waarde ('coëfficiënt of friction' ofwel wrijvingscoëfficiënt).
Deze methoden hebben als voordeel dat de meting dynamisch is in plaats van statisch. En doordat de meting in het werk is uit te voeren, zijn gemakkelijk vergelijkende metingen te doen, bijvoorbeeld op twee plaatsen of twee tijdstippen.

Algemeen geaccepteerde toetsingscriteria om te bepalen of een vloer voldoende stroef is, zijn er voor deze methoden nog niet. De Nederlandse Spoorwegen bijvoorbeeld hanteren een eigen richtlijn: voor gebieden met een verhoogd slipgevaar, zoals trappen, en plaatsen waar de reizigers van richting veranderen moet de COF minstens 0,44 bedragen voor rubber- en kunststof zolen (droog en nat gemeten) en 0,3 voor leren zolen (alleen droog gemeten).

De slipweerstand, in het werk gemeten met een mobiel apparaat, is in principe niet om te rekenen naar een waarde volgens het hellend vlak (zie Oplossingsrichting 1). Andersom is ook niet mogelijk.

Overige informatie

Hellend vlak

  • meetmethode DIS 10545-17, met schoeisel DIN 51130, blootvoets DIN 51097
  • criteria (R- en V-waarden) Merkblatt ZH1/571

Floor slide control

FSC 2000: DIS 10545-17

ACHTERGROND

De kans op uitglijden op een vloer, afgewerkt met keramische tegels of natuursteen, is te beperken door een zekere slipweerstand voor te schrijven. Deze prestatie-eis is op verschillende manieren te meten.
De slipweerstand is een belangrijke prestatie-eis bij een functionele eis dat een vloer comfortabel en veilig moet zijn te belopen. Bij grote en plotselinge verschillen in oppervlakteruwheid of type vloerbedekking is de kans op uitglijden groter, bijvoorbeeld bij een overgang van tapijt naar natuursteen. Meestal levert een te gladde vloer problemen op, maar een vloer kan ook te stroef zijn.
Ook functionele eisen aan de reinigbaarheid, het uiterlijk, het vloeistofafvoerend vermogen en het comfort bij berijden kunnen invloed hebben op de aan de slipweerstand te stellen prestatie-eisen.
Het meten van een representatieve slipweerstand bij belopen is bijzonder moeilijk. De verschillende meetmethoden geven alle slechts een beperkt beeld van de werkelijk optredende slipweerstand en daarmee het risico van uitglijden e.d.
In Nederland en België is voor de slipweerstand geen meetmethode voorgeschreven. Ook zijn er geen criteria voorgeschreven waaraan een vloer moet voldoen. Daardoor zijn prestatie-eisen aan de slipweerstand niet goed te omschrijven en is het niet goed mogelijk te toetsen of een vloer voldoet.

AANDACHTPUNTEN

  • De criteria waaraan een vloer moet voldoen hangen af van de functie. Er bestaan geen voorgeschreven criteria. Wel zijn er aanbevelingen.
  • Een zekere slipweerstand biedt geen garantie tegen uitglijden, maar brengt hoogstens vermindering van het risico tot een aanvaardbaar niveau.
  • De slipweerstand van een vloer kan na verloop van tijd veranderen door slijtage, vuil, onderhoudsproducten e.d. Hierover zijn nog weinig gegevens bekend.

Reacties

Jaap Daalder op 9 november 2016

waar kan ik de gladheidsmeter kopen ?

delete

Reageer

Waardeer dit infoblad