0

Stootvoegloos lijmen en metselen van baksteen - 140

Zodanig stootvoegloos metselen/lijmen dat (teveel) vochtdoorslag uitblijft en de verminderde buigtreksterkte evenwijdig aan de lintvoegen wordt gecompenseerd.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Kleinere maattolerantie

Gebruik stenen met een kleinere maattolerantie

Een aantal baksteenfabrikanten brengt inmiddels bakstenen op de markt met een aanzienlijk kleinere maattolerantie dan is toegestaan volgens NEN 2489. Deze stenen zijn speciaal ontwikkeld voor het stootvoegloos metselen en lijmen. Bij toepassing van dergelijke stenen kan gerekend worden op een gemiddelde stootvoegbreedte van 5 mm. Het betreft echter meestal strengpersstenen. Toepassing van strengpersstenen en andere soorten steen met een dicht oppervlak vergroot het risico van vochtdoorslag. Bovendien worden juist bij dit soort stenen de voegen zwaarder met regenwater belast.

2. Pas doorstrijkwerk toe

Pas doorstrijkwerk toe In het algemeen wordt bij toepassing van stootvoegloos metselwerk de belasting op de voegen groter, zeker als het gaat om strengpersstenen. Omdat de schade nagenoeg uitsluitend optreedt na het voegen is het doorstrijken van de metselspecie dan een goed alternatief. Navoegen moet dan zeker achterwege worden gelaten. De duurzaamheid van metselwerk wordt hiermede aanzienlijk vergroot. Voor de verdichting van de voegen kan gebruik worden gemaakt van een zogenoemde voegroller (pointmaster - zie figuur 1). Voor doorstrijkwerk zijn speciale mortels verkrijgbaar waaraan hulpstoffen zijn toegevoegd die de verdichting en de stabiliteit bevorderen. Tevens kunnen metselmortels op kleur worden gemaakt (figuur 2).

Figuur 1. De pointmaster loopt met wieltjes over de stenen. De voeg moet eerst ongeveer 10 mm worden uitgekrabd.

Figuur 2. Toepassing van strengperssteen en een op kleur gebrachte lintvoeg.

3. Plaats meer spouwankers

De enigszins verminderde buigtreksterkte evenwijdig aan de lintvoegen kan worden gecompenseerd door in plaats van 4 spouwankers per m2 6 spouwankers per m2 toe te passen.

4. Gebruik roestvaste spouwankers

Het verhoogde risico van roestvorming bij de spouwankers kan worden ondervangen door deze uit te voeren in roestvast staal, type 1.4401 (AISI 316 A4).

ACHTERGROND

Bij stootvoegloos lijmen en metselen van baksteen worden de stenen koud tegen elkaar aangelegd. De stootvoegbreedte is hierdoor theoretisch 0 mm. Door de maattolerantie van de bakstenen bedraagt de stootvoegruimte echter in werkelijkheid 2 mm tot 5 mm. In feite is dus niet sprake van stootvoegloos maar van open stootvoegen.
Het belangrijkste gevolg van open stootvoegen zou kunnen zijn dat regenwater direct kan doorslaan naar de luchtspouw, of het isolatiemateriaal kan bereiken. Dit zou theoretisch kunnen betekenen dat het vochtgehalte van het isolatiemateriaal toeneemt en de isolatiewaarde afneemt. De meeste isolatiematerialen nemen echter slechts zeer traag vocht op. Het vochtgehalte zal dan ook alleen toenemen bij langdurige vochtbelasting op het isolatiemateriaal.

Als neerslag via open stootvoegen de spouw bereikt, worden ook de spouwankers vochtig. Vocht in combinatie met voortdurende vervorming van het buitenblad maakt vooral de aansluiting van het anker op het buitenblad gevoelig voor aantasting door roest. In industriële en maritieme milieus, waartoe een groot deel van Nederland behoort, worden ankers sneller aangetast. Bij stenen met een relatief dicht oppervlak zoals strengpersstenen vindt doorslag via de voegopeningen relatief snel plaats, doordat de kopse steenzijden vrijwel geen water opnemen.

Windbelasting veroorzaakt een drukverschil tussen de buitenzijde en de binnenzijde van de totale gevelconstructie. Deze kan zo ontworpen zijn dat dit het drukverschil ten opzichte van de luchtspouw vereffend wordt. De mate waarin drukvereffening optreedt hangt af van de luchtdoorlatendheid van binnen- en buitenblad, de openingsgeometrie en het spouwvolume.
Een grote permeabiliteit van het buitenblad (grote voegopening) in combinatie met een gesloten binnenblad is een voorwaarde voor een snelle drukvereffening. Snelle drukvereffening zal ook optreden bij een klein spouwvolume. Een goede drukvereffening reduceert het risico van doorslag via de open stootvoegen aanzienlijk. Uit onderzoek is gebleken dat de grootte van de voegopening geen merkbaar effect heeft op de doorslagintensiteit, indien er geen luchtdrukverschil heerst over het buitenblad. Bij drukverschillen tot 50 Pa zal door relatief grote openingen meer vocht worden getransporteerd. Gebleken is dat door toename van de voegbreedte met

5 mm in dat geval het doorslagpercentage stijgt met circa 12% van de opvallende neerslagintensiteit. Vooral bij toepassing van stenen met een relatief grote maattolerantie kan de breedte van de open stootvoegen aanzienlijk variëren. Het is daardoor van tevoren onzeker of voldoende drukvereffening zal plaatsvinden.
Stootvoegloos metselen en lijmen heeft geen invloed op de druksterkte van het metselwerk en evenmin op de buigtreksterkte loodrecht op de lintvoegen. Alleen de buigtreksterkte evenwijdig aan de lintvoegen wordt enigszins verminderd.

AANDACHTSPUNTEN

  • Zorg ervoor dat het metselwerk tot ten minste 2 weken na de uitvoering wordt afgedekt, om te hoge vochtbelasting van de specie te vermijden.
  • Laat bij het berekenen van de warmteweerstand van gevelconstructies de luchtspouw en het buitenblad buiten beschouwing.
  • Besteed extra grote aandacht aan de applicatie van de isolatie. De isolatieplaten moeten goed op elkaar en tegen het binnenblad aansluiten om luchtstroming van het warme binnenblad naar het extra koude buitenblad te voorkomen.

OVERIGE INFORMATIE