0

Thermisch isolerende eigenschappen van reflecterende isolatiefolie - 285

Het beoordelen van de thermisch isolerende eigenschappen van reflecterende isolatie.

4 STAPPEN

Oplossingsrichtingen

Foto Voorbeeld eenzijdig reflecterende bobbeltjesfolie.

Om de thermisch isolerende eigenschappen van reflecterende isolatie te bepalen, zijn de volgende punten van belang.

  1. Soorten reflecterende isolatie
  2. Bepalen warmteweerstand
  3. Berekening warmteweerstand
  4. Duurzame functionaliteit

1. Soorten reflecterende isolatie
Er zijn verschillende soorten reflecterende isolatie. Conform EN 16012:2012 kunnen de volgende soorten onderscheiden worden:

  • Isolatieplaat met reflecterende cachering;
  • Meerlaagse reflecterende isolatie (multifoil);
  • Dunne reflecterende (bobbeltjes) folie;
  • Reflecterende folie en thermokussens.

2. Bepalen warmteweerstand
Voor de bepaling van de thermische prestatie van reflecterende isolatieproducten is het nodig de gedeclareerde nominale waarde van de dikte van het product te kennen, maar ook de werkelijke dikte van het te onderzoeken proefstuk en de eigenschappen van de oppervlakken van het isolatiemateriaal.

Volgens EN 16012 (2012) moet de gedeclareerde dikte van alle producten met een dikte die > 2 mm worden bepaald conform NEN-EN 823.

  • Methode A: tweeplatenapparaat (Guarded Hot Plate Apparatus – GHP) conform de eisen van NEN-ISO 8302, NEN-EN 1946-2, NEN-EN 12664 en NEN-EN 12667, alleen voor het meten van het kernmateriaal.
  • Methode B1: warmtestroommeterapparaat (Heat Flow Meter Apparatus – HFM) conform de eisen van NEN-ISO 8301, NEN-EN 1946-3, NEN-EN 12664 en NEN-EN 12667, alleen voor het meten van het kernmateriaal.
  • Methode B2: warmtestroommeterapparaat (Heat Flow Meter Apparatus – HFM) conform de eisen van NEN-ISO 8301, NEN-EN 1946-3, NEN-EN 12664 en NEN-EN 12667, voor het meten van het kernmateriaal in combinatie met luchtspouw(en), volgens de aangepaste methode als beschreven in bijlage B van de SBR- publicatie Ontwerprichtlijn reflecterende isolatie.
  • Methode C: Hot Box Apparaat (HB) volgens de eisen van NEN-EN-ISO 8990, zowel voor het meten van alleen het kernmateriaal als de combinatie van kernmateriaal met luchtspouw(en).

Een andere mogelijkheid voor het bepalen van de warmteweerstand van reflecterende isolatie in combinatie met luchtspouw(en) is gebaseerd op de meting van de warmteweerstand van het kernmateriaal (methoden A, B1 of C), en de meting van de emissiviteit van de oppervlakken (zie paragraaf 5.2) en berekening:

  • Methode D: meting van de warmteweerstand van het kernmateriaal, meting van de emissiviteit en berekening conform NEN-EN-ISO 6946.

De geschiktheid van de verschillende methoden in combinatie met het soort reflecterende isolatie worden beschreven in de SBR-publicatie Ontwerprichtlijn reflecterende isolatie (625.12).

Hoge Rc-waardes die geclaimd worden door sommige leveranciers op basis van “testhuisjes” meetmethoden, kunnen door de laboratoriummetingen en genormaliseerde berekeningen zoals hierboven beschreven niet bevestigd worden. Indien praktijktesten zeer zorgvuldig worden uitgevoerd, dan zijn de gevonden waarden wel zeer goed vergelijkbaar.

Bij reflecterende isolatie is de emissiviteit (ε) van het reflecterende oppervlak een fundamentele parameter, die maatgevend is voor de warmteweerstand van de aansluitende luchtlaag. Deze emissiviteit kan nadelig worden beïnvloed door stof en veroudering.

3. Berekening warmteweerstand
Voor het maken van berekeningen van de warmteweerstand van constructies met reflecterende isolatie en één of meer luchtspouwen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Dikte van het product (niet samengeperst zoals gedeclareerd door de leverancier;
  • Dikte van het product (samengeperst, dit betreft specifiek multifoil isolatie);
  • Dikte van de aanliggende luchtspouw. Afhankelijk van de constructieopbouw kan de luchtspouw aan één of beide zijden van de isolatie bevinden;
  • Ventilatie van de luchtspouw.

NEN-EN ISO 6946 voorziet in een berekeningsmethode inzake de berekening van de warmteweerstand van luchtspouwen.

Er zijn duidelijke verschillen in de thermische prestatie bij gevels, daken en vloeren door de richting van de warmtestroom. Ook de mate van ventilatie van de spouw heeft invloed, alleen is die moeilijker te kwantificeren. Een indicatie van het effect van een reflecterende laag die grenst aan een zwak of sterk geventileerde luchtlaag kan worden gevonden in bijlage A van NEN 1068-2012. Daarin wordt ook omschreven wanneer een luchtspouw als niet , zwak of sterk geventileerd beschouwd kan worden.

4. Duurzame functionaliteit

  • Stofafzetting;
  • Veroudering.

Deze factoren worden weer beïnvloed door de mate van ventilatie in de spouw. Als we uitgaan van een niet geventileerde spouw dan blijkt uit onderzoek dat stof opmerkelijk weinig invloed heeft op de emissiviteit. Dat wil zeggen stof in hoeveelheden zoals die in de praktijk na enige jaren in afgesloten (horizontale) luchtspouwen worden aangetroffen.

ACHTERGROND

Bij traditionele materialen, ook wel aangeduid als conductieve isolatie, zoals minerale wol en kunststofschuim, kan de warmteweerstand (R) eenvoudig worden gegeven op grond van de dikte (d) van het product en de warmtegeleidingscoëfficiënt (λ). Bij reflecterende isolatie ligt dit anders. De thermische prestatie van deze producten hangt mede af van de constructie waarin ze worden toegepast en de daarin gebruikte materialen. Bovendien spelen ook nog de warmtestroomrichting (naar boven of naar beneden), de oriëntatie (horizontaal, verticaal of hellend) en de mate van ventilatie van de luchtspouw een rol.

Warmtetransport door een constructie vindt plaats als gevolg van een temperatuurverschil over die constructie. Dit kan op drie manieren:

  1. door geleiding (conductie) via (massief) materiaal (dus ook in lucht);
  2. door convectie, waarbij lucht door materiaal of door openingen in het materiaal stroomt (dus ook aan oppervlakken en in spouwen);
  3. door straling, tussen oppervlakken aan weerzijden van openingen of spouwen en aan oppervlekken.

De werking van reflecterende isolatie berust op het verhinderen van warmteoverdracht door straling.

AANDACHTSPUNTEN

Met name bij meerlaagse reflecterende isolatie (multifoil) met een beperkte dikte (tot ca. 30 mm) worden aan de hand van alternatieve testmethoden door sommige leveranciers R-waarden geclaimd van 5,0 en 6,0 (m2•K)/W. Op grond van internationale studies en de huidige algemeen geaccepteerde test- en rekenmethodiek kunnen deze hoge waarden niet worden bevestigd. Warmteweerstanden van 1,5 tot 2,5 (m2•K)/W zijn met dit type isolatiemateriaal bij deze dikte in combinatie met twee luchtlagen van 25mm wel te realiseren.

OVERIGE INFORMATIE

  • Ontwerprichtlijn reflecterende isolatie, artikelnummer 625.12, SBR Rotterdam 2012
  • NEN 1068 (Thermische isolatie van gebouwen. Rekenmethoden) 2012
  • NEN-EN 16012:2012 Thermische isolatie voor gebouwen - Reflecterende isolatieproducten - Bepaling van de gedeclareerde thermische eigenschappen
  • NEN-EN-ISO 6946:2008 en Componenten en elementen van gebouwen - Warmteweerstand en warmtedoorgangscoëfficiënt - Berekeningsmethode
  • Initiële thermische prestaties van dunne reflecterende producten, WTCB-Rapport nr.9, 2006
  • N.A. Hendriks, 'De wonderbaarlijke eigenschappen van bobbeltjesfolie', Bouwwereld 8, 2003

Reacties

anke colijn op 10 februari 2015

Nu zie ik wel een mooie berekeningsmethode, maar waar vind ik een overzicht van dunne isolatie folies met de warmte weerstanden? Ik ben daar al een tijdje naar op zoek.

delete

Dhr. W. Notenbomer op 16 maart 2015

Warmteweerstanden zijn productafhankelijk en kunt u op de website van de productleverancier vinden. Of opvragen bij de desbetreffende productleverancier. Houdt daarbij goed de uitgangspunten van de berekeningen in de gaten, zoals afmetingen van de spouw, wel of geen stilstaande lucht etc. (e.e.a. volgens NEN 1068)

delete

r stuyling op 6 oktober 2015

dus ik kan kennelijk wel de opgegeven R waarden geloven, mits de verwerking voldoet aan de produkteisen

delete

Dhr. Sven Boekhout op 20 oktober 2015

Beste R. Styling, je kunt de r-waarden van producten aanhouden wanneer deze door een attest of certificaat zijn voorzien. Vaak staan dit soort attesten op gewoon op de website van de leverancier. Zo, niet dan kun je deze eventueel opvragen bij de leverancier. In een attest staat vaak ook hoe het product verwerkt dient te worden.

delete

Reageer

Waardeer dit infoblad