0

Treffen van brand- en rookwerende voorzieningen bij doorvoeringen voor kunststof leidingen - 461

Omdat doorvoeringen vaak aan het zicht onttrokken zijn, is het erg belangrijk dat ze goed worden uitgevoerd. Bij niet goed uitgevoerde doorvoeringen zou de brand of rook zich onopgemerkt over een groot deel van het gebouw kunnen verspreiden. Zelfs de brandwerendheid van doorvoeren voor kunststofleidingen met kleinere diameters bedraagt vaak niet meer dan 5-8 minuten. Bij kunststof mantelbuizen waarin metalen bekabeling zit speelt ook de warmtegeleiding van het metaal een rol bij branddoorslag. Doel van dit infoblad is dan ook om inzicht te geven in hetgeen nodig is om tot correcte brand- en rookwerende doorvoeringen van kunststof te komen. Het realiseren van brand- en rookwerende doorvoeringen is voor zowel de ontwerpende partij als de uitvoerende partij van belang.

OPLOSSINGRICHTINGEN

Brandwerende doorvoer
Nadeel van kunststof: het smelt weg bij brand.
Realisatie criterium 'vlamdichtheid m.b.t. afdichting' (E-criterium) is maatgevend.

Oplossingen:
  • Brandmanchet: brandmanchetten bestaan uit een stalen omhulsel waarin opschuimend band is opgenomen. Als de kunststof leiding weg begint te smelten, schuimt het opschuimende band op (bij circa 100 tot 150 °C). Brandmanchetten zijn er voor elke buisdiameter en voor een brandwerendheid van ten minste 60 minuten. Er wordt onderscheid gemaakt in opbouwmanchetten en inbouwmanchetten Een speciale soort manchet die zowel in als op de wand of vloer kan worden geplaatst, is de manchet op rol. Met de manchet heeft de monteur altijd de juiste diameter bij zich. . Bij opbouwmanchetten geldt: indien de doorvoeringen zijn getest met een manchet aan beide zijden van de wand, moet ook in de praktijk de manchet aan beide zijden van de wand worden voorzien, ook al is er sprake van een brandwerendheid in één richting. Bij een doorvoer van een kunststof leiding door een vloer kan altijd met één manchet, aan de onderzijde van de vloer, worden volstaan.
  • Bij verhitting opschuimende band/firewrap: er zijn ook opschuimende banden verkrijgbaar zonder stalen omhulsel. Deze banden schuimen eveneens op bij verhitting, waardoor het gat dat bij brand is ontstaan, wordt gedicht. Brandwerendheden van 60 minuten en meer zijn mogelijk.
  • Bij verhitting opschuimende kit: bij het doorvoeren van leidingen met een doorsnede van maximaal ca. 50 mm kan de vereiste brandwerendheid (ten minste 60 minuten) ook gerealiseerd worden door rondom de leiding een bij verhitting opschuimende kit te voorzien in combinatie met het afdichten van de voeg met een speciale afdichtingstrook die tegen hoge temperaturen bestand is (bijvoorbeeld afdichtingstrook op basis van calciumsilicaatvezels).
  • Isolatieschalen: een geheel andere methode om kunststof leidingdoorvoeringen brandwerend te maken is het aanbrengen van isolatieschalen rondom de kunststof leiding. Doel van deze schalen is de leiding dusdanig goed te isoleren dat de kunststof leiding aan de niet-direct verhitte zijde intact blijft (werkt alleen bij niet-geventileerde leidingen, dus niet bij stand- of verzamelleidingen)
  • Bij verhitting opschuimende coating: voor kleinere leidingdiameters kan ook worden volstaan met het coaten van de leiding over een afstand van 200 mm aan beide zijden van de wand (die zelf 100 mm dik is). Het werkingsprincipe is gelijk aan dat van steenwolschalen. Brandwerendheden van 60 minuten zijn haalbaar.
Rookwerende doorvoer
De benodigde voorzieningen voor het realiseren van een rookwerende doorvoer zijn afhankelijk van het criterium waaraan moet worden voldaan. . Om een vlamdichtheid van 20 minuten te realiseren (E20) is altijd een brandwerende voorziening nodig, zoals een brandmanchet. Om rookwerendheid voor warme rook te realiseren (Sa + E20) moet de sparing altijd volledig gedicht worden met brandwerend afdichtingsmateriaal. Rookwerendheid voor koude rook realiseer je door sparingen altijd volledig af te dichten met een al dan niet brandwerend afdichtingsmiddel.

ACHTERGRONDINFORMATIE

Brandwerende scheidingsconstructies
Alle doorvoeringen die door een brandwerende scheidingsconstructie gaan, zullen dezelfde brandwerendheid moeten bezitten als de betreffende scheidingsconstructie zelf. Dit geldt ook voor de doorvoeringen met een diameter van minder dan 140 mm en zelfs minder dan 50 mm1 . Dat ook deze doorvoeringen brandwerend moeten worden uitgevoerd, kan verklaard worden aan de hand van de criteria uit NEN 6069 ‘Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen’ waaraan brandwerende constructies moeten voldoen en het gedrag van de materialen bij brand.

1 Voor Bouwbesluit 2003 werd als grenswaarde voor het treffen van maatregelen aan doorvoeringen vaak een diameter van 140 mm gehanteerd. Tegenwoordig wordt vaak gedacht dat de grenswaarde 50 mm bedraagt.

Doorvoer van kunststof leidingen
Kunststof leidingen zullen bij brand gaan smelten. Na korte tijd is ter plaatse van de doorvoering in de (schacht)wand of -vloer dus niet meer aanwezig dan een ‘gat’. Bij een doorvoering van Ø 140 mm is dan dus een opening aanwezig van Ø 140 mm. Het 25 mm dikke openingskaliber kan hier met gemak doorheen gestoken worden. Een kunststof doorvoering van Ø 140 mm zal dus geen grote brandwerendheid bezitten: circa 5 minuten; zie Tabel 1.

De tabel laat zien dat dit evenzo geldt voor een kunststof leidingdoorvoering met een kleinere diameter. Met de proef met het 25 mm dikke openingskaliber kan verklaard worden dat bij alle kunststof leidingdoorvoeringen met een diameter > 25 mm voorzieningen moeten worden getroffen. Ook bij kleinere doorvoeringen (< 25 mm) zijn echter maatregelen nodig, omdat via het gat dat bij brand bij deze doorvoeringen ontstaat gedurende lange tijd vlammen zichtbaar kunnen zijn of watten kunnen gaan ontvlammen of gloeien.

Speciale maatregelen zijn nodig voor:

  • EPE- en EPP-leidingen, zoals gebruikt in de warmteterugwinning: deze leidingen smelten veel sneller dan andere kunststof leidingen.
  • Composietleidingen (leidingen met een aluminium laag) en dikwandige leidingen: deze leidingen zijn moeilijker af te dichten.
  • Leidingen met een grote diameter: bij deze leidingen is eerder sprake van een ‘gat’ dan bij leidingen met een kleine diameter.

Tabel 1 Brandwerendheid van kunststof doorvoeringen zonder brandwerende voorzieningen.

Type wand Type kunststof Diameter Wanddikte Brandwerendheid
Metalstud, dubbele gipsplaten, totale dikte 100 mm PVC 110 mm 3,5 mm 5 minuten
Cellenbeton, dikte 150 mm PP 110mm 3.8mm 6 minuten
PE 50 mm 3,5 mm 8 minuten
PE 75 mm 3,5 mm 6 minuten
PE 110 mm 3,8 mm 5 minuten
(bron: TNO-brief 2003-CVB-B0160 en TNO-rapport 2002-CBV-R06056)
Rookwerende doorvoeringen
Alle doorvoeringen die door een rookwerende scheidingsconstructie gaan, zullen dezelfde rookwerendheid moeten bezitten als de betreffende scheidingsconstructie zelf. Bouwbesluit 2012 maakt onderscheid in:
  • Weren van warme rook, door het stellen van een eis aan de brandwerendheid van 20 minuten, waarbij alleen hoeft te worden voldaan aan het criterium ‘vlamdichtheid op afdichting’ (E20). •
  • Weren van koude rook, door het (in de toekomst) stellen van een eis aan de rookdoorlatendheid Sa en S200:
    • rookdoorlatendheid Sa: rook van 20 °C, bij drukverschil van 10 tot 25 Pa;
    • rookdoorlatendheid S200: rook van 200 °C, bij drukverschil van 10 tot 50 Pa.
Op welke wijze bij doorvoeringen en ventilatiesystemen overeenkomstig NEN 6075 aan het Sa - en S200 -criterium kan worden voldaan, is toegelicht in onderstaand kader.
Onderstaand is aangegeven welke maatregelen nodig zijn om de doorvoering rookwerend uit te voeren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het weren van ‘warme rook’ (E20) en ‘relatief koude rook’ (Sa en S200). De maatregelen zijn in algemene zin opgeschreven; uit testen volgt welke producten/materialen kunnen worden toegepast om hieraan te voldoen.

Doorvoer van kunststof leidingen
  • E20:
    Omdat bij een doorvoer van een kunststof leiding het voldoen aan het criterium ‘vlamdichtheid betrokken op afdichting’ een probleem is, zullen bij kunststof leidingdoorvoeringen in principe dezelfde maatregelen moeten worden getroffen als bij het realiseren van een brandwerendheid van 30 of 60 minuten op de EI-criteria. Doordat de eis echter lager is, kan soms wel met minder zware maatregelen worden volstaan. Van belang is ook dat de leiding niet gaat ‘hangen’ aan de doorvoering. Voor de bebeugeling gelden derhalve dezelfde eisen als bij een brandwerende doorvoering.
  • Sa:
    Bij een temperatuur van 20 °C blijft de kunststof leiding intact. Om aan de eis die gesteld wordt aan de luchtdoorlatendheid te voldoen, moet de sparing rondom de leiding volledig dicht zijn. Dit hoeft niet een brandwerende afdichting te zijn; een afdichting van niet-brandwerende kit of PUR of van compriband volstaat.
  • S200 = E20 + Sa:
    Om aan rookdoorlatendheid S200 te voldoen, moeten de brandwerende maatregelen om te voldoen aan E20 worden voorzien, waarbij de sparing rondom de kunststof leiding in de wand of vloer is gedicht. Er zijn brandwerende oplossingen op de markt (zoals een brandmanchet) waarbij voor het behalen van een brandwerendheid van bijv. 60 minuten de sparing niet hoeft te worden gedicht; om te voldoen aan rookdoorlatendheid S200 moet deze sparing echter wel worden gedicht. Het type product waarmee de sparing wordt afgedicht moet worden afgestemd op de gekozen brandwerende oplossing. Bij gebruik van een brandmanchet volstaat bijvoorbeeld een afdichting die bestand is tegen een maximale temperatuur van 200 °C. In andere situaties kan daarentegen een brandwerende afdichting (bestand tegen temperaturen > 200 °C) vereist zijn.

AANDACHTSPUNTEN

Door bij elke doorvoering opnieuw na te gaan wat er bij brand met de leiding, de kabel(goot) of het kanaal gebeurt, en welk effect het aanbrengen van de brand- of rookwerende voorziening en afdichting op de aan te brengen plek hierop heeft, kan in principe voor elke situatie een geschikte oplossing worden bedacht. Betrek daarbij ook de vereiste brand- of rookwerendheid en de richting hiervan en bedenk steeds aan welke norm en dus criteria in de bedoelde situatie moet worden voldaan.

Onderstaand zijn enkele aandachtspunten geformuleerd. Meer aandachtspunten en de uitwerking ervan zijn te vinden in de Publicatie Brandveilige doorvoeringen: Brand- en rookwerende oplossingen voor installatietechnische doorvoeringen 809.14, hoofdstuk 5.
  • Bij een kunststof leiding die smelt zijn andere maatregelen nodig dan bij een metalen leiding die niet smelt, maar de warmte goed geleidt.
  • Sommige typen kunststof leidingen (zoals EPE- en EPP-leidingen) hebben een lagere smelttemperatuur dan ‘standaard’ kunststof leidingen (zoals PVC en PE). Voor dergelijke leidingen zijn de standaardmaatregelen niet toereikend.
  • Dikwandige kunststof leidingen reageren trager dan dunwandige kunststof leidingen.
  • Kunststof leidingen met een aluminiuminlage smelten minder snel dan andere kunststof leidingen en geleiden tevens de hitte. Dit vraagt om speciale maatregelen.
  • Voorgeïsoleerde kunststof leidingen (Cool-fit) bestaande uit een harde kunststof binnenbuis, een isolatielaag van PUR en een harde kunststof buitenbuis, vragen om speciale maatregelen.
  • Bij een geventileerde kunststof leiding (bijvoorbeeld standleiding of verzamelleiding) kunnen de maatregelen die berusten op het principe dat door gedeeltelijk isoleren van de leiding de leiding aan de niet-verhitte zijde intact blijft, niet worden toegepast.
  • Het afdichten van de sparing tussen een kunststof leiding en de sparingswand met (al dan niet brandwerend) PURschuim heeft voor het behalen van een brandwerendheidseis weinig zin. PURschuim schuimt bij brand niet op. Het ontstane gat bij brand (als gevolg van de gesmolten leiding) wordt niet afgedicht. Er wordt niet voldaan aan het criterium ‘vlamdichtheid m.b.t. afdichting’.
  • Als het aantal schroeven waarmee een brandwerende voorziening (bijvoorbeeld manchet) wordt vastgezet beperkt wordt, bijvoorbeeld omdat men er niet goed bij kan, dan kan dit een nadelig effect hebben op de brandwerendheid.

OVERIGE INFORMATIE

Publicatie

Infobladen

Normen en Regelgeving

  • NEN 6068:2008 ‘Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten’
  • NEN 6069:2011 ‘Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen’
    NEN 6069 stuurt per constructieonderdeel een Europese norm aan. In deze Europese norm wordt de feitelijke beproevingsmethode omschreven. Naast de (Europese) beproevingsnorm wordt per bouwdeel in NEN 6069 aangegeven welke paragraaf van de klasseringsnorm (NEN-EN 13501-2) van toepassing is en welke beoor-delingscriteria uit deze paragraaf geldend zijn voor Nederland.
  • NEN 6075:2011 ‘Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten’
    NEN 6075 geeft voor elk constructieonderdeel aan op welke wijze Sa en S200 kunnen worden bepaald.
  • NEN-EN 1363:2012 ‘Bepaling van de brandwerendheid’
    In NEN-EN 1363 deel 1 en deel 2 staan de algemene aanwijzingen om een brandtest uit te voeren. In deze norm zijn onder andere eisen opgenomen over:
    • het type en de nauwkeurigheid van testinstrumenten;
    • de testcondities (waaronder de te gebruiken brandkrommen);
    • het te testen constructieonderdeel (denk aan aantal, grootte);
    • de hulpconstructie waarin het constructieonderdeel wordt geplaatst;
    • het gebruik van de testinstrumenten;
    • de testprocedure;
    • de brandwerendheidscriteria;
    • het testrapport.
  • www.bouwbesluitonline.nl

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad