0

Treffen van brand- en rookwerende voorzieningen bijdoorvoeringen voor metalen leidingen - 462

Omdat doorvoeringen vaak aan het zicht onttrokken zijn, is het erg belangrijk dat ze goed worden uitgevoerd. Bij niet goed uitgevoerde doorvoeringen zou de brand of rook zich onopgemerkt over een groot deel van het gebouw kunnen verspreiden. Bij doorvoer van metalen leidingen zullen altijd voorzieningen moeten worden getroffen om een brandwerendheid ≥ 20 minuten te halen op het temperatuurcriterium (EI). Doel van dit infoblad is dan ook om inzicht te geven in hetgeen nodig is om tot correcte brand- en rookwerende doorvoeringen van metaal te komen. Het realiseren van brand- en rookwerende doorvoeringen is voor zowel de ontwerpende partij als de uitvoerende partij van belang.

OPLOSSINGRICHTINGEN

Brandwerende doorvoer
Nadeel van metaal: het geleidt de warmte goed.
Realisatie criterium 'thermische isolatie m.b.t. temperatuur' is maatgevend (EI-criterium).

Oplossingen:


NB. Oplossingen worden gegeven voor stalen leidingen. Voor andere metalen leidingdoorvoeringen kunnen andere voorwaarden (aan buisdiameter, lengte coating/isolatieschaal, etc.) gelden, vanwege ander materiaalgedrag bij brand.
  • Bij verhitting opschuimende of endotherme kit: bij kleine stalen leidingdoorvoeringen en een lage vereiste brandwerendheid (30 minuten) kan gekozen worden voor een bij verhitting opschuimende of endotherme kit. Een endotherme kit is een kit die de warmte van de stalen leidingdoorvoering absorbeert. Deze oplossing stelt hoge eisen aan de sparingsvorm en grootte. De sparingen moeten bij voorkeur worden geboord; de vrije ruimte rondom de doorvoering moet circa 20 mm bedragen.
  • Bij verhitting opschuimende of endotherme coating: oplossing bij grotere leidingdiameters en/of brandwerendheden > 30 minuten. De stalen leidingdoorvoeringen worden over een lengte van circa 25 cm vanaf de brandwerende wand/vloer ingesmeerd met een bij verhitting opschuimende of endotherme coating. Ook de wand/vloer zelf wordt ingesmeerd met deze coating (over circa 10 cm). Dit zorgt ervoor dat in de aansluitvlakken ook voldoende coating wordt aangebracht.
  • Isolatieschalen: oplossing bij grotere doorvoeringen en/of brandwerendheden > 30 minuten. De metalen leidingen worden over een zekere lengte vanaf de brandwerende wand/vloer geïsoleerd met isolatieschalen. Er zijn verschillende uitvoeringen van de isolatieschalen:
    • steenwolschalen, veelal voorzien van brandwerende coating;
    • steenwolschalen met glasvezelversterkte aluminiumfolie;
    • speciale elastomere isolatieschalen met intumescerende werking.
  • De lengte waarover de metalen leiding moet worden voorzien van isolatieschalen is afhankelijk van het type isolatieschaal, het type metaal, de diameter van de leiding en de vereiste brandwerendheid. In de meest voorkomende situaties waarin een brandwerendheid van 30 minuten is vereist, zal een lengte van 500 mm aan beide zijden van de wand/vloer volstaan.
  • Armaflex-isolatie: leidingen die volledig geïsoleerd zijn met armaflex-isolatie kunnen in bepaalde situaties zonder aanvullende brandwerende voorzieningen een brandwerendheid van 30 dan wel 60 minuten behalen. Of aanvullende brandwerende voorzieningen noodzakelijk zijn, is afhankelijk van:
    • het type armaflex (AF, SH, NH) dat is toegepast;
    • de dikte van de armaflex;
    • het type metalen leiding;
    • de diameter van de leiding.
Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, kan met aanvullende voorzieningen als een brandmanchet of brandwerende coating alsnog een brandwerendheid van 30 dan wel 60 minuten worden gerealiseerd. Zie de specificatiebladen in de Publicatie Brandveilige doorvoeringen: Brand- en rookwerende oplossingen voor installatietechnische doorvoeringen 809.14, hoofdstuk 8 voor meer informatie.
Rookwerende doorvoer
De bij ‘brandwerende doorvoer’ genoemde maatregelen zijn niet nodig voor het behalen van een rookwerendheid, omdat bij een rookwerende doorvoer niet aan het temperatuurscriterium hoeft te worden voldaan. Dit geldt zowel voor warme rookafdichting (E20 en S200) als koude rookafdichting (Sa). In alle gevallen moet alleen de sparing rondom de doorvoer goed worden afgedicht. Het middel dat hiervoor kan worden gebruikt is daarbij afhankelijk van het criterium waaraan moet worden voldaan. Zie onderstaande tabel.

Tabel 1 Benodigde voorzieningen bij rookwerende doorvoer van metalen leidingen.

Rook-werendheid Brandwerende voorziening (coating/isola-tieschaal o.g.) Afdichting sparing
E20 Niet nodig Sparing altijd volledig dichten met brandwerend afdichtingsmiddel
Sa Niet nodig Sparing altijd volledig dichten met al dan niet brandwerend afdichtingsmiddel
S200 = Sa + E20 Niet nodig Sparing altijd volledig dichten met brandwerend afdichtingsmiddel

ACHTERGRONDINFORMATIE

Brandwerende scheidingsconstructies
Alle doorvoeringen die door een brandwerende scheidingsconstructie gaan, zullen dezelfde brandwerendheid moeten bezitten als de betreffende scheidingsconstructie zelf. Dit geldt ook voor de doorvoeringen met een diameter van minder dan 140 mm en zelfs minder dan 50 mm1. Dat ook deze doorvoeringen brandwerend moeten worden uitgevoerd, kan verklaard worden aan de hand van de criteria uit NEN 6069 ‘Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen’ waaraan brandwerende constructies moeten voldoen en het gedrag van de materialen bij brand.

1 Voor Bouwbesluit 2003 werd als grenswaarde voor het treffen van maatregelen aan doorvoeringen vaak een diameter van 140 mm gehanteerd. Tegenwoordig wordt vaak gedacht dat de grenswaarde 50 mm bedraagt

Doorvoer van metalen leidingen

Metalen leidingen geleiden de warmte erg goed. Bij een brand is de door de wand of vloer gevoerde metalen leiding aan de niet-verhitte zijde al snel even warm als aan de verhitte zijde. Al snel zal daarom niet meer worden voldaan aan het temperatuurcriterium (bij staal is dit na circa 10-15 minuten). Aluminium leidingen zijn nog kritischer; enerzijds omdat zij de warmte nog beter geleiden, anderzijds omdat zij bij een temperatuur van ca. 650 °C gaan smelten. Bij doorvoer van metalen leidingen zullen derhalve altijd voorzieningen moeten worden getroffen om een brandwerendheid (op EI) ≥ 20 minuten te halen, ongeacht de leidingdiameter.

Rookwerende doorvoeringen
Alle doorvoeringen die door een rookwerende scheidingsconstructie gaan, zullen dezelfde rookwerendheid moeten bezitten als de betreffende scheidingsconstructie zelf. Bouwbesluit 2012 maakt onderscheid in:
  • Weren van warme rook, door het stellen van een eis aan de brandwerendheid van 20 minuten, waarbij alleen hoeft te worden voldaan aan het criterium ‘vlamdichtheid op afdichting’ (E).
  • Weren van koude rook, door het (in de toekomst) stellen van een eis aan de rookdoorlatendheid Sa en S200:
    • rookdoorlatendheid Sa: rook van 20 °C, bij drukverschil van 10 tot 25 Pa;
    • rookdoorlatendheid S200: rook van 200 °C, bij drukverschil van 10 tot 50 Pa.

Op welke wijze bij doorvoeringen en ventilatiesystemen overeenkomstig NEN 6075 aan het Sa - en S200 -criterium kan worden voldaan, is toegelicht in onderstaand kader. Onderstaand wordt per type doorvoering aangegeven welke maatregelen nodig zijn om de doorvoering rookwerend uit te voeren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het weren van ‘warme rook’ (E20) en ‘relatief koude rook’ (Sa en S200). De maatregelen zijn in algemene zin opgeschreven; uit testen volgt welke producten/materialen kunnen worden toegepast om hieraan te voldoen.

AANDACHTSPUNTEN

Door bij elke doorvoering opnieuw na te gaan wat er bij brand met de metalen leiding, gebeurt, en welk effect het aanbrengen van de brand- of rookwerende voorziening en afdichting op de aan te brengen plek hierop heeft, kan in principe voor elke situatie een geschikte oplossing worden bedacht. Betrek daarbij ook de vereiste brand- of rookwerendheid en de richting hiervan en bedenk steeds aan welke norm en dus criteria in de bedoelde situatie moet worden voldaan. Onderstaand zijn enkele aandachtspunten geformuleerd. Meer aandachtspunten en de uitwerking ervan zijn te vinden in de Publicatie Brandveilige doorvoeringen: Brand- en rookwerende oplossingen voor installatietechnische doorvoeringen 809.14, hoofdstuk 5.
  • Bij leidingen die bij normaal gebruik ‘heet’ zijn (bijvoorbeeld metalen stoomleidingen) moeten brandwerende voorzieningen worden toegepast die langdurig tegen deze hitte bestand zijn. Steenwolschalen zijn geschikt, brandwerende coating mogelijk niet.
  • Denk ook aan de ophanging van leidingen, kabelgoten en kanalen. Zonder goede ophanging kunnen de leidingen, goten en kanalen flink vervormen, waardoor in de brandscheiding naden ontstaan waarlangs branddoorslag kan plaatsvinden.
  • Het afdichten van de sparing tussen een metalen leiding of ventilatiekanaal en de sparingswand met (al dan niet brandwerend) PUR heeft voor het behalen van een zekere brandwerendheid weinig zin. Door de hitte van de buis brandt het PURschuim in en kan branddoorslag alsnog plaatsvinden. Er wordt niet voldaan aan het criterium ‘vlamdichtheid m.b.t. afdichting’.

Figuur 1 PUR rondom metalen doorvoeringen en rondom luchtkanalen is niet geschikt.

OVERIGE INFORMATIE

Publicatie

Infobladen

Normen en regelgeving

  • NEN 6068:2008 ‘Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten’
  • NEN 6069:2011 ‘Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen’
    NEN 6069 stuurt per constructieonderdeel een Europese norm aan. In deze Europese norm wordt de feitelijke beproevingsmethode omschreven. Naast de (Europese) beproevingsnorm wordt per bouwdeel in NEN 6069 aangegeven welke paragraaf van de klasseringsnorm (NEN-EN 13501-2) van toepassing is en welke beoor-delingscriteria uit deze paragraaf geldend zijn voor Nederland.
  • NEN 6075:2011 ‘Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten’
    NEN 6075 geeft voor elk constructieonderdeel aan op welke wijze Sa en S200 kunnen worden bepaald.
  • NEN-EN 1363:2012 ‘Bepaling van de brandwerendheid’
    In NEN-EN 1363 deel 1 en deel 2 staan de algemene aanwijzingen om een brandtest uit te voeren. In deze norm zijn onder andere eisen opgenomen over:
    • het type en de nauwkeurigheid van testinstrumenten;
    • de testcondities (waaronder de te gebruiken brandkrommen);
    • het te testen constructieonderdeel (denk aan aantal, grootte);
    • de hulpconstructie waarin het constructieonderdeel wordt geplaatst;
    • het gebruik van de testinstrumenten;
    • de testprocedure;
    • de brandwerendheidscriteria;
    • het testrapport.
  • www.bouwbesluitonline.nl

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad