0

Verbouwing van een gevel; isolatie en luchtdoorlatendheid - 329

Aan de hand van het Bouwbesluit vaststellen welke eisen voor de thermische isolatie en luchtdoorlatendheid gelden bij de renovatie van een gevel.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Vijf stappen

Om dit probleem op te lossen moeten vijf stappen worden gezet, die weer zijn onder te verdelen in twee fasen.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)

  1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit.
  2. Bepaal de relevante paragrafen.
  3. Bepaal de relevante gebruiksfunctie.
  4. Bepaal met de tabel in de afdelingen de relevante voorschriften.

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)

  1. Aan de hand van twee voorbeeldsituaties worden de voorschriften uitgelegd.


Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1)

1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
De voorschriften voor de thermische isolatie van de gevel staan in afdeling 5.1 ‘Thermische isolatie’ van Bouwbesluit 2003. De voorschriften voor de luchtdoorlatendheid staan in afdeling 5.2 ‘Beperking van luchtdoorlatendheid’ van Bouwbesluit 2003.

2. Bepaal de relevante paragrafen
Zowel afdeling 5.1 ‘Thermische isolatie’ als afdeling 5.2 ‘Beperking van luchtdoorlatendheid’ bevatten alleen eisen voor nieuwbouw. Deze afdelingen zijn niet onderverdeeld in paragrafen.

3. Bepaal de relevante gebruiksfunctie
Bij de uitwerking van de probleemstelling wordt uitgegaan van een ‘woonfunctie’.

4. Bepaal met de tabel in de afdelingen de relevante voorschriften
Tabel 5.1 van afdeling 5.1 ‘Thermische isolatie’ bevat de artikelen 5.2 t/m 5.7. Artikelen 5.2 t/m 5.5 betreffen de inhoudelijke voorschriften, artikel 5.6 geeft voorschriften voor verbouw en artikel 5.7 voor tijdelijke bouw. Voor de renovatie van een gevel zijn artikel 5.2, eerste lid, artikel 5.3, eerste lid en artikel 5.6, eerste en tweede lid, van belang.

Tabel 5.2 van afdeling 5.2 ‘Luchtdoorlatendheid’ bevat de artikelen 5.9 en 5.10. Voor de renovatie van een gevel is artikel 5.9, eerste lid en artikel 5.10 van belang.

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 2)

5. Aan de hand van twee voorbeeldsituaties worden de voorschriften uitgelegd

Voorbeeld 1

Omschrijving situatie
In een appartementencomplex wordt de bestaande gevel (ongeïsoleerde spouwmuurconstructie, enkel glas) gerenoveerd. Daarbij wordt de gevel aan de binnenzijde geïsoleerd. Tevens wordt er dubbele beglazing (HR++-glas) toegepast.

Uitwerking thermische isolatie
Aangezien er sprake is van een verbouwing van het bouwwerk, moet het gedeelte van de gevel dat wordt vernieuwd of veranderd in beginsel voldoen aan de nieuwbouw-eisen die gelden voor thermische isolatie. In de gegeven situatie geldt dat alleen het glas wordt vernieuwd. De bestaande spouwmuur constructie wordt niet vernieuwd en wordt evenmin veranderd. Dit betekent dat alleen de ramen in beginsel aan de nieuwbouwvoorschriften moeten voldoen.

Nota Bene
Als een woning naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders onvoldoende thermisch is geïsoleerd kunnen zij op grond van artikel 15 van de Woningwet aanschrijven tot het aanbrengen daarvan. In dat geval moeten de aanwijzingen die worden gegeven in de vorm van een aanschrijving worden opgevolgd.

Volgens artikel 5.3, eerste lid, geldt voor ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdelen een warmtedoorgangscoefficient (U-waarde) van maximaal 4,2 W/m2.K.

Aangezien er sprake is van de verbouwing van een gevel waarin zich ook bestaande constructie-onderdelen bevinden, kunnen burgemeester en wethouders volgens artikel 1.11, eerste lid, van Bouwbesluit 2003 ontheffing van de nieuwbouwvoorschriften verlenen. Aangezien in artikel 5.6 ‘verbouw’ van Bouwbesluit 2003 een specifieke eis voor een verbouwing is opgenomen, mag maximaal ontheffing worden verleend tot het niveau dat is aangegeven in artikel 5.6 van Bouwbesluit 2003.

Artikel 5.6, eerste lid, van Bouwbesluit 2003, luidt als volgt:

‘Burgemeester en wethouders kunnen voor het gedeeltelijk veranderen of het vergroten van een bouwwerk ontheffing verlenen van artikel 5.2, eerste tot en met derde lid, voor de ten minste aan te houden warmteweerstand tot een niveau dat niet meer dan 1,2 m2.K/W lager is. Voor ramen, deuren , kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdelen geldt geen voorschrift voor de warmtedoorgangscoefficient.’

Praktisch gezien komt dit op het volgende eisen-niveau neer:

  • Rc-waarde gevel: minimaal 1,3 m2.K/W (2,5 m2.K/W– 1,2 m2.K/W).
  • U-waarde kozijnen: geen eis.

Ontheffing
Het verlenen van ontheffing door burgemeester en wethouders is pas aan de orde in het geval zij van mening zijn dat:

  • in redelijkheid niet aan de nieuwbouwvoorschriften kan worden voldaan;
  • het nieuwbouwniveau zoveel mogelijk wordt benaderd;
  • de voor het verbouwen in Bouwbesluit 2003 aangegeven niveau niet wordt onderschreden.

Voor het toepassen van binnengevelisolatie is geen ontheffing nodig. Voor het vervangen van ramen, deuren en kozijnen geldt volgens artikel 5.6, eerste lid helemaal geen ondergrens tot waar de ontheffing mag worden verleend. Het is dus mogelijk om de enkele beglazing (U-waarde zal circa 5,0 W/m2.K zijn) weer te vervangen door enkele beglazing. Dit gebeurt in de praktijk ook als een ruit van enkel glas breekt. Omdat voor het vervangen van enkel glas geen bouwvergunning nodig is, hoeft de ontheffing niet te worden aangevraagd. Dit komt er in theorie op neer dat degene die enkel glas plaatst zelf bepaald of hij al dan niet in aanmerking komt voor het verlenen van ontheffing.

Uitwerking luchtdoorlatendheid
Aangezien er sprake is van een verbouwing van het bouwwerk, moet het gedeelte van de gevel dat wordt vervangen in beginsel voldoen aan de nieuwbouw-eisen die gelden voor luchtdoorlatendheid.

Volgens artikel 5.9, eerste lid, mag de bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie niet groter zijn dan 0,2 m3/s.

Het voorschrift voor luchtdichtheid is niet gegeven op het objectniveau ‘bouwdeel’ of ‘scheidingsconstructie’, maar op het objectniveau ‘ruimte’. Dit heeft tot gevolg dat het al of niet op ruimteniveau voldoen aan de nieuwbouweisen tot twee verschillende situaties leidt. Beide situaties worden hierna beschreven.

Situatie 1
De eerste situatie is dat de luchtdichtheid voldoet aan de eisen die voor nieuwbouw gelden. De verbouwing mag er dan in beginsel niet toe leiden dat niet meer aan de nieuwbouwvoorschriften wordt voldaan. Hiervan kunnen burgemeester en wethouders volgens artikel 1.11, tweede lid, van Bouwbesluit 2003 ontheffing van de nieuwbouwvoorschriften verlenen. Aangezien in artikel 5.10 ‘verbouw’ van Bouwbesluit 2003 geen specifieke eis voor een gedeeltelijke verbouwing (alleen voor het geheel vernieuwen van een bouwwerk) is opgenomen en er voor ‘luchtdoorlatendheid’ geen eisen voor bestaande bouw zijn gegeven, geldt het ‘rechtens verkregen niveau’. Dat wil zeggen het niveau dat gold ten tijde van de afgifte van de oorspronkelijke bouwvergunning. Omdat dit niveau vaak niet meer te achterhalen is zal dit er in de praktijk op neerkomen dat de luchtdoorlatendheid van het gebouw ten gevolge van de verbouwing niet mag verslechteren. Bij een gedeeltelijke verandering van de gevel zal dit in de praktijk geen probleem zijn, omdat dan toch de nodige aandacht aan kierdichtingen en dergelijke wordt besteed.

Situatie 2
De tweede situatie is dat de luchtdichtheid niet voldoet aan de eisen die voor nieuwbouw gelden. Met het vervangen van enkel glas door dubbelglas kan niet worden voldaan aan de nieuwbouweis. Gelet op het bepaalde in artikel 4 van de Woningwet blijft de nieuwbouweis dan buiten toepassing.

Ontheffing
Volgens artikel 5.10 ‘verbouw’ van Bouwbesluit 2003 wordt bij het geheel vernieuwen van een bouwwerk geen ontheffing verleend van de eisen inzake luchtdoorlatendheid. Bij vervangende nieuwbouw is er immers geen reden om anders te handelen dan met volledige nieuwbouw. Een voorbeeld van het geheel vernieuwen van een bouwwerk is een volledige afbraak, gevolgd door nieuwbouw, waarbij de fundamenten blijven liggen.

Voorbeeld 2

Omschrijving situatie
In een appartementencomplex wordt de bestaande gevel vanuit esthetisch oogpunt op een aantal plaatsen voorzien van zinken cassettes.

Foto: Inno-fels gevelsysteem van Eurozinc building systems bv.

Uitwerking
De bestaande constructie wordt niet veranderd en het plaatsen van de zinken cassettes heeft geen negatieve invloed op de bestaande constructie. De constructie kan dus worden gezien als onderhoud of opwaardering van de bestaande constructie. Hierdoor zijn de eisen inzake thermische isolatie hierop niet toegesneden.

Uit jurisprudentie blijkt dat het aanbrengen van materialen op de gevel al snel wordt gezien als ‘bouwen’ in de zin van de Woningwet. Door het opbrengen van een bouwmateriaal op de gevels wijzigt immers niet alleen het aanzicht, maar ook de bouwkundige staat daarvan. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komt bijvoorbeeld tot het oordeel dat het aanbrengen van een stuclaag op een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk een constructieve voorziening is, mits het een activiteit is die onder het begrip ‘bouwen’ van de Woningwet valt. Of het hier wel om een constructieve voorziening gaat, is moeilijk vast te stellen. Immers, van een constructieve voorziening is sprake als de stuclaag bijdraagt aan het voldoen aan eisen van het Bouwbesluit. Denk aan de eisen met betrekking tot de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, de wering van vocht van buiten of geluids- of thermische isolatie. Als de stuclaag geen bijdrage levert aan het voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit, is het aanbrengen van de stuclaag meer een verfraaiing van het bouwwerk en speelt het welstandsaspect een rol. Het gaat dan immers om het uiterlijk van het bouwwerk en dus niet zo zeer om de bouwkundige staat van het bouwwerk.

In het geval van aanbrengen van zinken cassettes kan naar onze mening worden gesteld dat deze geen bijdrage leveren aan het voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Hierdoor hoeft het aanbrengen van zinken cassettes er niet toe te leiden dat de gevel moet worden geïsoleerd.

ACHTERGROND

Toepassing van de voorschriften voor thermische isolatie en luchtdoorlatendheid bij een renovatie roept in de praktijk vragen op. Dit is met name het geval bij de renovatie van een gevel. De gerenoveerde gevel bestaat meestal uit bestaande onderdelen en nieuwe onderdelen. Moet deze gerenoveerde gevel nu voldoen aan de eisen voor bestaande bouwwerken, nieuwe bouwwerken of beide?

Bouwbesluit 2003 spreekt bij een renovatie van een gevel over het ‘gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk’ (verbouwing). Elke verandering aan een bouwwerk moet in beginsel aan de nieuwbouwvoorschriften voldoen, maar bij een verbouwing kan er volgens Bouwbesluit 2003 ontheffing worden verleend. In dit informatieblad worden de onderdelen ‘thermische isolatie’ en ‘luchtdoorlatendheid’ bij de renovatie van een gevel nader belicht.

AANDACHTSPUNTEN

Geen bijzondere aandachtspunten.