0

Vloerafwerking van natuursteen: verkleuringen - 151

Het treffen van maatregelen in planning, materiaalkeuze, vloeropbouw en uitvoeringsmethodiek die de kans op verkleuringen (inclusief uitbloeiingen, schilferingen en vlekken) sterk verminderen.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Witte lijm

Gebruik bij lichtgekleurde natuursteen bij voorkeur een witgekleurde lijm. Dit voorkomt het eventueel doorschijnen van de lijm.

2. Cementkeuze

Juiste cementkeuze voor speciebed en voegmateriaal

Voor lichtgekleurde natuursteen: Volgens onderzoek door het (Belgische) WTCB geeft wit cement (CEM I LA) het minste risico. In Duitse onderzoeken komt veelal trascement (CEM IV) als beste uit de bus. In Nederland wordt veel gewerkt met trascement, waarmee langdurig goede ervaringen zijn opgedaan. Voordeel van dit cementtype is dat het in verhouding meer vrije kalk bindt en de alkaliteit vermindert.
Voor niet-lichtgekleurde en niet-verkleuringsgevoelige steensoorten: ook Portlandcement (CEM II) kan worden gebruikt.
Gebruik geen hoogovencementen (CEM III) of composietcementen (CEM V).

3. Zandkeuze

Juiste zandkeuze voor speciebed en voegmateriaal

Zand moet zo min mogelijk stoffen bevatten die verkleuringen kunnen veroorzaken, zoals organische bestanddelen en (ijzer)zouten. NEN 5905 noemt grenswaarden. Met een proef (NEN 5919) is eenvoudig en snel een indruk te krijgen van de hoeveelheid organische bestanddelen.
Volgens onderzoek door het (Belgische) WTCB beperkt wit gewassen zand de kans op verkleuringen. Voor zover bekend is dat vooral in België; verkrijgbaar. In Nederland wordt normaliter gewassen rivierzand of zilverzand gebruikt.
Gebruik verpakt zand. Los gestort zand kan gemakkelijk verontreinigd raken.

4. Toeslagstoffenkeuze

Juiste toeslagstoffenkeuze voor speciebed en voegmateriaal. Toeslagstoffen voor specie (waterretentiemiddel, kunststofdispersie, acrylharsen, plastificeerders, luchtbelvormers, versnellers, vertragers en luchtbindmiddelen zoals kalk) mogen geen vlekken of verkleuringen van de natuursteen veroorzaken. Gebruik bij voorkeur geen kalk; dit vergroot de kans op uitbloeiingen. Vraag de geschiktheid van toeslagstoffen bij voorkeur na bij de fabrikant. Maak bij twijfel een proefstuk.

5. Wapening (svezels)

Gebruik voor wapeningsnetten in dekvloeren, of als bevestigingspunt voor vloerverwarmingsleidingen, vooral bij lichtgekleurde steensoorten een gegalvaniseerd net. Bij vezelwapening zijn alleen kunstofvezels toegestaan. Metalen vezels kunnen namelijk corroderen, wat verkleuringen veroorzaakt.

6. Kit

Zuren en oliën uit kit kunnen tegelranden doen verkleuren. Vraag garanties aan de leverancier en maak bij twijfel een proefstuk.

7. Vloeropbouw

Het leggen van de steen met een geschikte lijm is minder riskant dan het leggen in een speciebed. Beperk het vochttransport door de natuursteen zo veel mogelijk.

  • Folie kan de aanvoer van vocht van onderaf sterk verminderen.
  • Zorg bij een fundering op staal dat de vloerconstructie aan de onderzijde waterdicht is, zodat (grond)water niet in de vloer kan dringen. Bij waterbelaste vloeren zijn extra maatregelen nodig:
    • Verminder zo mogelijk de waterbelasting van de vloerconstructie.
    • Verminder de hoeveelheid materiaal waaruit stoffen kunnen vrijkomen die uitbloeiingen, schilferingen, verkleuringen en vlekken veroorzaken. Leg om die reden een waterdichte laag zo hoog mogelijk in de vloerconstructie.
8. Plaatsen van de steen

Maatregelen bij het plaatsen van de steen

  • Beperk de hoeveelheid overtollig vocht en verontreinigingen.
  • Laat een vochtige ondergrond voldoende drogen.
  • Verwerk alleen tegels die homogeen droog zijn.
  • Gebruik een zo droog mogelijke specie. Gebruik eventueel toeslagstoffen.
  • Maak de tegels voor en na het aanbrengen in principe niet nat. Bij droge of warme uitvoeringscondities wordt aangeraden aan de specie een vochtvasthouder (waterretentiemiddel) toe te voegen en buttering-floating ('nat in nat') te werken of een contactlaag (cementpap) aan te brengen voordat de tegel wordt gelegd.
  • Werk schoon en verwijder stukjes hout en metaal (spijkers, binddraad) e.d.
  • De kans op bruinige vlekken bij lichtgekleurde steensoorten is te verkleinen door de onderzijde van de tegels voor te strijken met een vinyloplossing. Ook een toevoeging aan de specie van polyvinylacetaat (PVA waterreduceerder; 10% van het cementgewicht) werkt goed.
  • Verwijder mortelsmetten zo snel mogelijk.
9. Maatregelen bij het voegen

Bij direct afvoegen: bevochtig voor aanvang de voegen niet, behalve bij sterk poreuze steensoorten. In het laatste geval zorgt de verzadiging van de tegelrand ervoor dat er geen voegspecie in de steen kan trekken, die daarbij randverkleuringen zou veroorzaken. Hoewel dit advies haaks staat op het algemene advies om spaarzaam met water om te gaan, maar deze werkwijze heeft zich in de praktijk bewezen. Veeg de vloer na het voegen schoon met droge voegspecie van een gelijke samenstelling als gebruikt voor het voegen. Eventueel kunnen ook zaagsel of houtsnippers worden gebruikt van lichtgekleurde houtsoorten die geen vlekken veroorzaken, zoals vurenhout, zilverspar of populier. Harshoudende soorten of hardhout kunnen verkleuringen veroorzaken. Nasponzen met schoon water. Drogen met een schone, niet-pluizende doek.

ACHTERGROND

Uitbloeiingen, schilferingen, verkleuringen en vlekken ontstaan meestal onder invloed van vocht. Bij nieuwbouw zit veel overtollig vocht in de constructie. Een deel daarvan verdampt via het vloeroppervlak. Het vochttransport komt nooit helemaal tot stilstand - door wisselingen in de relatieve vochtigheid van de lucht en de toevoer van nieuw vocht. Waterbelaste vloeren kunnen in aanraking komen met schoon leidingwater, eventueel met (opgeloste) stoffen, zoals zeep en reinigingsmiddelen, (vervuild) hemelwater, (vervuild) grondwater, (vervuild) oppervlaktewater. Een buitenvloer wordt blootgesteld aan vorst en krijgt meestal meer vervuild water te verwerken dan een waterbelaste vloer binnen.

Uitbloeiingen ontstaan doordat het vocht in water oplosbare stoffen meevoert, zoals (ijzer)zouten en kalk. Deze zetten zich af op het vloeroppervlak. De vloer ziet er dof en soms stoffig uit. Iets dergelijks kan gebeuren met dooizouten.

Afschilferingen (of blazen) ontstaan wanneer zouten vlak onder het oppervlak uitkristalliseren waardoor hun volume toeneemt. Vorst kan eenzelfde effect opleveren, wanneer water onder het oppervlak bevriest en een groter volume krijgt.

Vlekken door vochtopname. Door vocht kan de vloer er donkerder uitzien. Dat kan ook plaatselijk, waar de porositeit van de steen groter is, of langs vochtige voegen. Met de afname van de hoeveelheid vocht neemt deze verkleuring vanzelf af.

Geel- tot bruinachtige sluier-verkleuringen, na ongeveer 8 tot 12 maanden kunnen ontstaan door oxidatie (roesten) van voornamelijk metaalverbindingen, die van nature in gesteenten voorkomen. Alkalische stoffen uit het cement bevorderen dit. Deze verkleuring komt het meest voor in kalkstenen en marmers, maar ook wel in andere steensoorten.

Bruinige vlekken, na enkele dagen tot enkele weken kunnen ontstaan door een reactie tussen de alkalische stoffen uit het cement met organische stoffen die van nature in de steen voorkomen. Deze vlekken komen alleen voor in kalkstenen en marmers, met een hoog gehalte (0,1% van de massa) aan organische stoffen.

Vlekken door contact met stoffen van buitenaf kunnen van boven komen (kit, wijn, olie, koffie, vet e.d.) of van onderaf (vervuild zand, onjuiste lijm, geoxideerd metaal van de wapening e.d.). Deze vlekken zijn het best zichtbaar op poreuze, lichtgekleurde natuurstenen met een gelijkmatig uiterlijk. Een ruwe oppervlaktebewerking heeft meestal een ongunstige invloed.

Verkleuring door atmosferische invloeden. Meestal wordt de kleur door atmosferische invloeden iets fletser (bij kalkhoudende steensoorten patina genoemd). Groenige natuursteen kan 'vergrijzen'. Sommige steensoorten bevatten ijzerdeeltjes die door oxidatie bruine verkleuringen kunnen veroorzaken.

AANDACHTSPUNTEN

  • Over het ontstaan en voorkomen van verkleuringen e.d. is veel nog niet bekend. Ook bij deskundigen leven verschillende opvattingen.
  • Het gebruik van flexibele lijm, met als doel tegels op een (te) jonge ondergrond te kunnen aanbrengen, is geen goede oplossing. Deze methode geeft een grotere kans op verkleuringen. Bovendien ontstaan er zo spanningen (zie het SBR-Infoblad 105: Rechtlijnige scheuren in afwerkvloeren voorkomen).
  • Sommige verkleuringen of vlekken zijn te verwijderen. Dit moet zo snel mogelijk gebeuren en is werk voor een specialist. Ondeskundig gebruik van reinigingsmiddelen en/of -methoden kunnen het probleem juist vergroten. Probeer de behandeling eerst uit op een reservetegel of een minder in het zicht liggend deel van de vloer. Verwijderen gaat in het algemeen als volgt:
    • Verwijder de vlek zoveel mogelijk met geschikt absorberend materiaal (poeder, pasta of papier).
    • Strijk daarna zonodig een aangepast vloeibaar mengsel over de vlek.
    • Verwijder deze vloeistof en de vlek vervolgens met absorberend materiaal (poeder of papier).
    • Spoel de behandelde zone met zuiver water en droog deze.
    • Herhaal deze handelingen indien nodig.

OVERIGE INFORMATIE

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad