0

Voegen van metselwerk; doorstrijkwerk - 042

Het realiseren van technisch uitstekend en esthetisch verantwoord doorstrijkwerk.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. De juiste mortelsamenstelling nemen

De mortel moet in ieder geval goed als metselspecie verwerkbaar zijn en ook verder aan de eisen voor metselmortel voldoen. Daarnaast dient hij - na afwerken - voldoende weerstand te hebben tegen de inwerking van regenwater.

Metselmortel is in het algemeen niet erg bindmiddelrijk; normaal bij cementmortel is 1:4,5 tot 1:5. Dat doet vermoeden dat de duurzaamheid van doorstrijkwerk te wensen zou kunnen overlaten. Gebleken is echter dat de duurzaamheid van doorstrijkwerk zeer goed kan zijn. Dat komt doordat er vrijwel altijd genoeg water is om de mortel goed te doen verharden.

2. Het juiste afwerkingsmoment kiezen

De metselspecie moet worden afgewerkt op een moment dat hij voldoende is opgestijfd – maar niet zoveel water heeft verloren dat de specie niet plastisch genoeg meer is om nog glad afgewerkt te kunnen worden. Het juiste moment van afwerken is mede afhankelijk van het opzuigend karakter van de steen. Dit wordt onder meer beïnvloed door het vochtgehalte.

Al met al is de keuze van het juiste moment een kwestie van ervaring en vakmanschap.

3. Vol-en-zat metselen

Om goed doorstrijkwerk te kunnen maken, moet vol-en-zat gemetseld worden. Dankzij het ontbreken van lege ruimte in het mortelstelsel geeft vol-en-zat werk minder kans op uitspoelen van mortelbestanddelen. Dat vol-en-zat werk ook minder regenwater zal doorlaten, is vooral een voordeel bij halfsteenswerk, zoals dat voorkomt bij bergingen en garages.

4. Gebruik van voegspijker en voegroller

Het afwerken van de metselspecie gebeurt bij doorstrijken traditioneel met een voegspijker, ook wel voegijzer genoemd. Relatief nieuw is het gebruik van de Pointmaster of voegroller. Met dit gereedschap wordt een stalen voegelement in een heen-en-weer gaande beweging over de af te werken specie geduwd en getrokken, waardoor de gewenste vorm aan de voeg wordt gegeven. Door verwisseling van het voegelement kunnen verschillende voegtypen worden gemaakt (vlak, geprofileerd, schaduw). Voor gebruik van de voegroller dient het metselwerk redelijk vlak te zijn, anders wordt het voegwerk niet mooi. De voegroller is daarom minder geschikt voor gebruik bij breuksteen en in het geheel niet voor behakte steen.

Voegroller.

ACHTERGROND

Honderdduizenden vierkante meters voegwerk moesten de afgelopen tien jaar worden vervangen wegens onvoldoende technische kwaliteit. De klachten hierover nemen toe.
Doordat het accent de laatste jaren vooral gelegd is bij de prestatie in meters en de esthetische kwaliteit, lijkt de aandacht voor de technische kwaliteit van voegwerk naar de achtergrond verschoven. Hierdoor is de belangstelling voor doorstrijkwerk in plaats van navoegen sterk toegenomen.

Principe doorstrijkwerk

Doorstrijken is het werk van de metselaar. Bij het metselen zelf neemt hij de uitpuilende specie met de troffel weg. Hierna moet hij wachten tot de specie voldoende water heeft verloren, alvorens hij – zonder al te groot risico van besmeuren van de steen – de specie tot het gewenste voegtype kan afwerken. Het wegnemen van de uitpuilende specie heet in vaktermen het scheren van de baarden, het opstijven van de specie wordt aangeduid met aantrekken, het besmeuren van de steen met specie heet smetten.
De voordelen van doorstrijken zijn:

  • het uitkrabben van de voegen vervalt;
  • de mortel in de voeg vormt één geheel; er worden geen holten of zwakke plekken ingesloten;
  • minder afval;
  • lagere kosten;
  • vaak beter van kwaliteit door hogere hardheid;
  • sterker metselwerk door (noodzaak van) vol-en-zat metselen.

AANDACHTSPUNTEN

  • Plaatsing van metselprofielen belemmert het afwerken van de specie achter het profiel. Ook in de neggekanten vormt de afwerking een probleem. Deze plaatsen moeten met de voegspijker worden bijgewerkt.
  • Indien de voeg op kleur gebracht moet worden, zal bij doorstrijkwerk alle metselmortel op kleur gebracht moeten worden. Dit kan consequenties hebben voor de eigenschappen en de kosten van de mortel.