0

Voorzetwanden: algemeen - 386

Het kiezen van het juiste type voorzetwand om de warmte-isolatie, de geluidisolatie en de brandwerendheid van (bestaande) gevels en binnenwanden te verbeteren.

OPLOSSINGRICHTINGEN

1. Vrijstaande voorzetwanden
Een vrijstaande voorzetwand staat minimaal ongeveer 10 mm geheel vrij – dus zonder koppelingen – van de bestaande wand. Een vrijstaande voorzetwand – massief of met een stijl- en regelwerk – biedt de volgende voordelen:
  • optimale verbetering van de thermische en geluidsisolerende eigenschappen;
  • afvoeren van eventueel doorslaand water (door de bestaande gevel heen);
  • opvangen van oneffenheden in de bestaande wand.
Massief
In principe kan elke steenachtige wand worden geplaatst als voorzetwand, eventueel in combinatie met isolatie. Veel gebruikt zijn gipsblokken: deze zijn leverbaar in een dikte vanaf ongeveer 50 mm en hebben een gering gewicht. De geringe massa is van belang vanwege de draagkracht van de bestaande vloer waarop de wand wordt geplaatst. Het gewicht is meestal een reden om te kiezen voor alternatieve (samengestelde) systemen.

Stijl- en regelwerk
Niet-massieve wanden zijn meestal opgebouwd uit een stijl- en regelwerk van hout of staal (metal-stud), meestal met een vulling van minerale wol en afgewerkt met een enkele of een dubbele beplating (met gipskarton- of gipsvezelplaten).
Vooral metal-stud systemen zijn zeer geschikt voor vrijstaande montage. Op de vloer en tegen het plafond worden eerst u-vormige regels gemonteerd. De stijlen worden op afstanden variërend van 400 - 600 mm, in de u-profielen geschoven en daarna gefixeerd. Tussen de stijlen is ruimte voor het aanbrengen van isolatie. Vervolgens wordt de binnenbeplating tegen de stijlen geschroefd, zonodig in combinatie met een dampremmende laag.
Er bestaan echter ook wandsystemen met geprefabriceerde panelen (beplating plus isolatie) en een bijbehorend stijl- en regelwerk. Bij deze systemen wordt ook gebruik gemaakt van (vlas)spaanplaat.

Figuur 1. Vrijstaande wand met een stijl- en regelwerk. (Eventuele dampremmende, luchtdichte of damp-open lagen zijn niet getekend.)

2. Gekoppelde voorzetwanden (mechanisch bevestigd)
Voorzetwanden kunnen ook worden gekoppeld aan de achterliggende wand met een stijl- en regelwerk van hout of staal (metal-stud); de voorzetwand is dan niet vrijstaand. U- en c-vormige dunwandige stalen profielen zijn altijd recht en maatvast. Echter bij een houten stijl- en regelwerk is de koudebrugwerking veel minder. Bovendien zijn in hout maatafwijkingen eenvoudiger op te vangen, bijvoorbeeld door het profiel bij te schaven.

Figuur 2. Gekoppelde voorzetwand met een houten stijl- en regelwerk. (Eventuele dampremmende, luchtdichte of damp-open lagen zijn niet getekend.)

Door de koppeling van de voorzetwand met de achterwand ontstaan niet alleen koudebruggen, maar ook zogenaamde geluidlekken. Om de bouwfysische prestaties van gekoppelde voorzetwanden te verbeteren zijn verschillende bouwtechnische oplossingen mogelijk, bijvoorbeeld:
  • combineer een houten stijl- en regelwerk met bijvoorbeeld kokosvilt, waarbij het vilt wordt vastgezet tegen de achterconstructie;
  • gebruik regels samengesteld uit twee latten (bijvoorbeeld van multiplex, spaanplaat of MDF) met ertussen verlijmd een akoestische foam (vlokkenschuim);
  • gebruik op regelmatige afstanden zogenaamde ‘veerrails’ of montagebeugels om het stijl- en regelwerk op voldoende afstand van de bestaande wand te houden.

Figuur 3. Gekoppelde voorzetwand met houten regels op vilt. (Eventuele dampremmende, luchtdichte of damp-open lagen zijn niet getekend.)

3. Verlijmde voorzetwanden
Voorzetwanden kunnen ook tegen de achterwand worden gelijmd. De mate van geluidisolatie hangt af van de massa en dikte van de beplating en van de akoestische eigenschappen van het isolatiemateriaal. Gebruikelijk zijn systemen met geprefabriceerde elementen, bestaande uit een ongeveer 10 mm dikke gipsplaten verlijmd aan minerale wol of een isolatie van schuim of foam. Deze elementen worden op het werk met lijmdotten of lijmrillen gehecht aan de achterliggende wand.
Van belang is of de verlijmde voorzetwand aan de warme of aan de koude zijde van de achterwand wordt aangebracht.
  • Bij een verlijming aan de warme zijde van een bestaande wand moet het element een dampremmende laag hebben. De dampremmende laag is echter ter plaatse van elke elementnaad onderbroken. Daarom is toepassing aan de warme zijde uitsluitend mogelijk in gebouwen met een beperkte vochtproductie (maximaal binnenklimaatklasse II). Aanbevolen wordt om in situaties met een hoge vochtproductie een bouwfysisch adviseur in te schakelen.
  • Bij een verlijming aan de koude zijde van een bestaande wand mag in de elementen geen dampremmende laag zijn opgenomen.
De ondergrond van de bestaande wand moet geschikt zijn voor verlijming. Dit betekent dat de bestaande wand voldoende draagkracht moet bezitten en tevens vrij zijn van losse delen, oude stuclagen, stof, olie en dergelijke. Vochtige, gladde en niet-zuigende wanden zijn niet geschikt voor verlijming.

Figuur 4. Verlijmde voorzetwand. (Eventuele dampremmende, luchtdichte of damp-open lagen zijn niet getekend.)

ACHTERGROND INFORMATIE

Het Bouwbesluit stelt prestatie-eisen aan de gevels en binnenwanden van gebouwen voor wat betreft thermische isolatie, geluidisolatie en brandwerendheid. Deze eisen zijn in principe gelijk voor nieuwbouw en voor renovatie. Bij nieuwbouw is de opbouw van gevels en binnenwanden geheel vrij te kiezen. Bij renovatie is de bestaande gevel niet eenvoudig even te vervangen, bijvoorbeeld omdat het uiterlijk van het gebouw niet mag veranderen of omdat de kosten van complete vervanging te hoog zijn. In die gevallen zijn dan aanvullende maatregelen nodig en valt de keuze vaak op een voorzetwand.
Voorzetwanden zijn toepasbaar in nagenoeg alle type gebouwen, zoals woningen, scholen, kantoren, ziekenhuizen, horeca, winkels en industriële gebouwen. Een voorzetwand kan worden gekozen om thermische, akoestische en/of brandwerende redenen, maar ook vanuit esthetisch oogpunt. Bestaande gevels en binnenwanden in oude gebouwen zijn namelijk vaak vervormd, staan scheef of zijn beschadigd. De zichtzijde van de voorzetwand kan bijvoorbeeld worden afgewerkt met verf, behang, tegels of pleisterwerk. Voorzetwanden kunnen zowel vlak als gebogen zijn.

AANDACHTSPUNTEN

  • Met een voorzetwand kan worden voldaan aan de prestatie-eisen voor wat betreft thermische isolatie, geluidisolatie en brandveiligheid. Dit is afhankelijk van het type voorzetwand, de bevestigingswijze, de dikte van het wandsysteem en van het type en dikte van de beplating en isolatie. Zie hiervoor de Infobladen 387, 388 en 389.
  • Voorzetwanden bij gevels van een verwarmd gebouw moeten een luchtdichte en dampremmende laag hebben. Deze laag – meestal een PE-folie – moet zijn aangebracht aan de ‘warme zijde’ van de isolatie, dus tussen de isolatie en binnenbeplating.
  • In vochtige binnenruimten (zoals douche en badkamer) moet worden gekozen voor materialen die tegen deze vochtbelasting bestand zijn. Er bestaan speciale gipsplaten voor ruimten met een hoge relatieve vochtigheid.
  • Bij voorzetwanden met een stijl- en regelwerk kunnen leidingen en dergelijke in de wand zelf worden opgenomen.
  • Massieve voorzetwanden zijn bij renovatie vaak niet mogelijk, omdat de belasting op de onderliggende vloer te hoog wordt.

OVERIGE INFORMATIE

  • SBR-Infoblad 387 ‘Voorzetwanden: thermische isolatie’;
  • SBR-Infoblad 388 ‘Voorzetwanden: geluidisolatie’;
  • SBR-Infoblad 389 ‘Voorzetwanden: brandwerendheid’.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad