0

Voorzetwanden: brandwerendheid - 389

Het verbeteren van de brandwerendheid van bestaande gevels of wanden met geïsoleerde voorzetwanden.

OPLOSSINGRICHTINGEN

1. Eisen en richtlijnen
Het Bouwbesluit kan eisen stellen aan de brandwerendheid van gevels en (binnen)wanden. De brandwerendheid van een wandconstructie wordt bepaald uit proeven die staan omschreven in NEN 6069. In sommige gevallen is het ook mogelijk de brandwerendheid van een wandconstructie, inclusief voorzetwand, te berekenen. Aanbevolen wordt om voor een dergelijke berekening een brandtechnisch adviseur in te schakelen.

De belangrijkste eisen uit het Bouwbesluit worden hier kort weergegeven.

Gevels
Bij gevels kunnen eisen worden gesteld aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo). Hierbij moet rekening worden gehouden met alle denkbare mogelijkheden (overdrachtswegen) van branduitbreiding. Bij het bepalen van de branddoorslag is de brandwerendheid van de constructie bepalend. De vereiste brandwerendheid aan de gevel varieert van 20 tot 240 minuten

Woningscheidende wanden
Bij woningscheidende wanden van woningen en woongebouwen varieert de brandwerendheidseis tussen 30 en 60 minuten, mits de betreffende wand geen onderdeel uitmaakt van de hoofddraagconstructie.

Brandcompartimentering
Aan binnenwanden van gebouwen wordt uitsluitend een eis gesteld wanneer de wand onderdeel uitmaakt van een brandcompartiment. De vereiste brandwerendheid varieert dan van 20 tot 240 minuten.
2. Materiaalkeuze en detaillering
De brandwerendheid van een voorzetwand hangt af van de toegepaste materialen, de wijze waarop de wand is opgebouwd en van de detaillering van de aansluitingen.

Type en dikte materialen
Voor de beplating van voorzetwanden met een houten of een stalen stijl- en regelwerk kan bijvoorbeeld worden gekozen voor een houtachtige beplating (zoals multiplex), voor gipsplaten (gipskarton- of gipsvezelplaten) of voor calciumsilicaatplaten. Van deze drie alternatieven hebben calciumsilicaatplaten de beste brandwerende eigenschappen, omdat ze namelijk intact blijven tijdens een brand.
Het gedrag van gipsplaten bij brand is tijdsafhankelijk. Aanvankelijk bieden deze platen goed weerstand tegen brand. Het in het gips gebonden water moet namelijk eerst volledig verdampen en dat zorgt voor een (tijdelijke) koeling van de constructie. Maar naarmate er meer water verdampt valt een gipsplaat langzamerhand toch uiteen. Een dubbele beplating is weer gunstiger dan een enkele plaat.
Houtachtige plaatmaterialen worden weinig toegepast wanneer de voorzetwand een hoge brandwerendheid moet bezitten.

Bevestigingswijze
Bij een wand met een stijl- en regelwerk hangt de brandwerendheid af van de zwakste schakel in de wandconstructie. De bevestigingswijze of montage van alle onderdelen van de voorzetwand is cruciaal voor de brandwerendheid van de gehele wand.

Aansluitingen Voorzetwanden staan meestal vrij voor de bestaande wand. In dat geval moet er bij brand rekening mee worden gehouden dat de brand zich via de luchtspouw kan verplaatsen naar elders in het gebouw. Extra aandacht is daarom vereist bij het detailleren van de aansluitingen van de voorzetwand met de andere bouwdelen.
3. Voorbeelden
Onderstaande tabel geeft een indicatie van de bijdrage aan de brandwerendheid van voorzetwanden met een stijl- en regelwerk van metal-stud. De volgende uitgangspunten zijn daarbij gehanteerd:
  • de zichtzijde van de wand is de vuurbelaste zijde;
  • de wandconstructie is volledig gesloten (er zijn geen leidingdoorvoeren of bijvoorbeeld wandcontactdozen aanwezig);
  • de montage is zorgvuldig uitgevoerd volgens de verwerkingsvoorschriften.

Opbouw voorzetwand(1) Indicatie bijdrage brandwerendheid voorzetwand
  • metal-stud profielen
  • 40 mm minerale wol
  • 12,5 mm gipskartonplaat
20 minuten
  • metal-stud profielen
  • 40 mm minerale wol
  • 2x12,5 mm gipskartonplaat
30 minuten
  • metal-stud profielen
  • 50 mm steenwol
  • 12,5 mm glasvezelversterkte gipskartonplaat
30 minuten
  • metal-stud profielen
  • 50 mm steenwol
  • 2x12,5 mm glasvezelversterkte gipskartonplaat
60 minuten
  • metal-stud profielen
  • 50 mm steenwol
  • 2x18 mm of 3x12,5 mm glasvezelversterkte gipskartonplaat
90 minuten
  • metal-stud profielen
  • 50 mm steenwol
  • 2x25 mm glasvezelversterkte gipskartonplaat
120 minuten
  1. Zie SBR-Infoblad 386 ‘Voorzetwanden: algemeen’ voor een tekening van de verschillende typen voorzetwand. Eventuele dampremmende, luchtdichte of damp-open membranen zijn hierin niet getekend. Richtlijn voor de volumieke massa van steenwol is 45 kg/m3.

ACHTERGROND INFORMATIE

De brandwerendheid van een voorzetwand wordt bepaald met een brandproef of soms door berekening. Meestal is hierbij het criterium ‘thermische isolatie’ volgens NEN 6069 ‘Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten en het classificeren daarvan’ maatgevend. Dit betekent dat de temperatuur aan de niet-vuurbelaste zijde van de wand niet te hoog mag oplopen. De brandwerendheid moet worden bepaald voor de voorzetwand en de bestaande wand samen. De variëteit in materialen en constructietypen van bestaande wanden is bijzonder groot. Daarom geeft dit infoblad alleen informatie over de bijdrage aan de brandwerendheid van uitsluitend de voorzetwand. Bepalend voor de brandwerendheid van een wandconstructie is onder meer de locatie van de brand: woedt de brand aan de binnenzijde of aan de buitenzijde van de gevel of de wand.
De keuze van het type voorzetwand is omschreven SBR-Infoblad 386 ‘Voorzetwanden: algemeen’. Voorzetwanden met een stijl- en regelwerk worden het meest gebruikt; massieve en gelijmde wanden komen in de praktijk minder vaak voor.

AANDACHTSPUNTEN

  • Een voorzetwand verbetert de brandwerendheid van een bestaande wand. Voorzetwanden worden vooral toegepast bij gevels en binnenwanden die onderdeel uitmaken van een brandcompartiment.
  • Bij steenachtige gevels van lage gebouwen is de brandwerendheid van de bestaande wanden doorgaans voldoende groot. Aan de gevels van hoge gebouwen stelt het Bouwbesluit veel strengere eisen.
  • Voordat een voorzetwand wordt geplaatst moeten eerst eventuele onvolkomenheden (gaten, scheuren) in de bestaande wand worden hersteld en gedicht.

OVERIGE INFORMATIE

  • NEN 6069 ‘Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten en het classificeren daarvan’, 2005 + wijzigingsblad A1, 2005.
  • SBR-Infoblad 386 ‘Voorzetwanden: algemeen’;
  • SBR-Infoblad 387 ‘Voorzetwanden: thermische isolatie’;
  • SBR-Infoblad 388 ‘Voorzetwanden: geluidisolatie’.