0

Voorzetwanden: thermische isolatie - 387

Het verbeteren van de thermische isolatie van bestaande gevels of wanden met geïsoleerde voorzetwanden.

OPLOSSINGRICHTINGEN

1. Eisen en richtlijnen
Volgens het Bouwbesluit moet de warmteweerstand van een constructie rekenkundig worden bepaald volgens NEN 1068 ‘Thermische isolatie van gebouwen – Rekenmethoden’. Aanvullend hierop kan ook een vereenvoudigde rekenmethode uit NPR 2068 ‘Thermische isolatie van gebouwen - Vereenvoudigde rekenmethoden’worden gebruikt.
  • Bij een stijl- en regelwerk van hout kan gebruik worden gemaakt van NPR 2086, art. 7.2.
  • Bij een stijl- en regelwerk van metal-stud profielen moet de warmteweerstand worden bepaald met de numerieke rekenmethode volgens NEN 1068. De warmtestromen door de constructie zijn met een computerprogramma te berekenen, rekening houdend met de koudebrugwerking van het stijl- en regelwerk. Uit deze berekening volgt de warmteweerstand van de totale constructie.
2. Thermische aspecten
Voorzetwanden kunnen worden geïsoleerd om te thermische prestaties te verhogen.
  • Bij massieve en verlijmde voorzetwanden wordt de isolatielaag niet onderbroken door bijvoorbeeld een verankering of door een houten of stalen stijl- en regelwerk.
  • Bij toepassing van een stijl- en regelwerk wordt de isolatielaag plaatselijk wel onderbroken en vormen de stijlen en regels thermisch gezien de zwakste schakels van de wand.
De koudebrugwerking van de stijlen en regels moet in de berekening van de warmteweerstand worden meegenomen. Bij houten stijlen en regels is deze invloed meestal op te vangen door dikker te isoleren. Staal geleidt echter warmte en koude driehonderd keer beter dan hout. Hierdoor is de koudebrugwerking van een stalen stijl- en regelwerk en hiermee de invloed op de warmteweerstand veel groter.
Bij een stalen stijl- en regelwerk met een isolatie met een dikte van 40 mm en een luchtspouw van 10 mm tussen de voorzetwand en de bestaande muur bedraagt de Rc-waarde ongeveer 0,85 m2K/W. Het is ook mogelijk het lijf van de stijlen te perforeren met verspringende, verticale sleuven. Hierdoor wordt de warmte/koude-doorgang vertraagd en verbetert de warmteweerstand. Let er wel op dat de sterkte en stijfheid van de profielen met geperforeerde stijlen voldoende is.
Rc-waarden van 2,5 m2K/W en hoger zijn bij standaard metal-stud profielen uitsluitend mogelijk door de isolatielaag vóór het regelwerk te laten lopen en de profielen zo volledig af te schermen. Bij deze wijze van isoleren is de benodigde totale isolatiedikte bij een stalen stijl- en regelwerk minder dan bij een (onafgeschermd) houten stijl- en regelwerk.
3. Voorbeelden
  • Massieve voorzetwanden zonder isolatie geven thermisch gezien slechts een verbetering van ongeveer 0,25 m2K/W.
  • Onderstaande tabel geeft een indicatie van de benodigde isolatiedikte voor vrijstaande en verlijmde voorzetwanden.
Type voorzetwand(1) Opbouw voorzetwand(2) Rc ≥ 2,5 (m2K/W) Rc ≥ 3,0 (m2K/W) Rc ≥ 3,5 (m2K/W)
vrijstaand (met stijl- en regel-werk) hout
  • bestaand steens metselwerk
  • stijl- en regelwerk (ca. 20% hout)
  • isolatie tussen stijl- en regelwerk (minerale wol)
  • gipsplaat
140 mm 160 mm 190 mm
metal-stud
  • bestaand steens metselwerk
  • doorgaande isolatielaag(3)
  • stalen stijl- en regelwerk
  • isolatie tussen stijl- en regelwerk (minerale wol)
  • gipsplaat
50 mm
+
60 mm
70 mm
+
60 mm
90 mm
+
60 mm
verlijmd
  • bestaand steens metselwerk
  • isolatie (gelijmd)
  • gipsplaat
90 mm 110 mm -

  1. Zie ook SBR Infoblad 386 ‘Voorzetwanden: algemeen’. De warmteweerstand van een ‘mechanisch bevestigde’ voorzetwand wordt bepaald door de mate en wijze van koppeling.
  2. Eventuele dampremmmende, luchtdichte of damp-open membranen zijn niet vermeld, omdat deze geen significante bijdrage leveren aan de Rc-waarde.
  3. De dikte van de doorgaande isolatielaag staat als eerste genoemd en de isolatie tussen het stijl- en regelwerk als tweede.

ACHTERGROND INFORMATIE

Een geïsoleerde voorzetwand verhoogt de warmte-isolatie van een niet of slecht geïsoleerde bestaande gevel. Het vermindert bovendien het energieverbruik en verbetert het thermisch comfort van de ruimte. De benodigde dikte van de voorzetwand hangt af van de thermische eisen en van het type wand. Voorzetwanden worden ook om thermische redenen toegepast bij binnenwanden, wanneer deze de scheiding vormen tussen verwarmde en onverwarmde ruimten.
De keuze van het type voorzetwand is omschreven in SBR-Infoblad 386 ‘Voorzetwanden: algemeen’. Voorzetwanden met een stijl- en regelwerk worden het meest gebruikt; massieve en gelijmde wanden komen in de praktijk minder vaak voor.

AANDACHTSPUNTEN

  • De warmteweerstand (Rc-waarde) van een wand wordt bepaald door de warmteweerstand van de bestaande wand en die van de voorzetwand samen.
  • De koudebrugwerking door een stijl- en regelwerk van staal (metal-stud) is veel hoger dan van hout.
  • Wanneer een bestaande ongeïsoleerde wand wordt voorzien van een geïsoleerde voorzetwand dan daalt de oppervlaktetemperatuur aan de binnenzijde van de bestaande wand. Een dampremmende en luchtdichte laag in de voorzetwand is noodzakelijk om oppervlaktecondensatie tegen de bestaande wand te voorkomen. Deze laag moet aan de ‘warme’ zijde van de isolatie zijn aangebracht; dus tussen de isolatie en de binnenbeplating.
  • Het is belangrijk de voorzetwand te monteren volgens de voorschriften van de leverancier om luchtlekken en andere onvolkomenheden te vermijden.

OVERIGE INFORMATIE

  • NEN 1068 ‘Thermische isolatie van gebouwen. Rekenmethoden’, 2001 + aanvullingsblad A4, 2005.
  • NPR 2068 ‘Thermische isolatie van gebouwen. Vereenvoudigde rekenmethoden’, 2002.
  • SBR-Infoblad 386 ‘Voorzetwanden: algemeen’;
  • SBR-Infoblad 388 ‘Voorzetwanden: geluidisolatie’;
  • SBR-Infoblad 389 ‘Voorzetwanden: brandwerendheid’.