0

Werking van houten vloerafwerkingen tegengaan - 150

Het voorkomen van schade door zwellen en krimpen van een houten vloerafwerking (zoals parket).

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Beperk de invloed van vocht

Beperken van de invloed van vocht kan op verschillende manieren, ook in combinatie:

  • Houdt de schommelingen in de luchtvochtigheid binnen de perken. Dit is niet altijd mogelijk.
  • Kies een houtsoort die weinig werkt.
  • Zorg ervoor dat het hout vóór het leggen een vochtgehalte heeft dat in overeenstemming is met de gemiddelde relatieve luchtvochtigheid over het jaar.
  • Bij vloerverwarming: houd de temperatuur van de verwarming gedurende het stookseizoen constant. Variaties in de warmtevraag moeten dus worden geleverd door radiatoren o.i.d. (zie verder het Informatieblad Houten vloerafwerking: Vloerverwarming)
2. Zorg voor een omtrekvoeg van voldoende breedte

Houten vloerafwerkingen moeten worden vrijgehouden van wanden en kolommen door middel van een omtrekvoeg; zie de tabel.

Tabel 3. Aanbevolen breedte van de omtrekvoeg voor houten vloerafwerking (bij een vloerbreedte tot hoogstens 5 m)

vloerafwerking hechtend zwevend
planken 10 mm 20 mm*
mozaïek 10 mm n.v.t.
tapis tot 70 mm breed geen n.v.t.
tapis vanaf 70 mm breed 10 mm n.v.t.
strokenparket 10 mm n.v.t.
kopshoutvloer 10 mm n.v.t.
lamelparket 10 mm 20 mm
houtfineerparket 10 mm 10 mm
roostervloer n.v.t. n.v.t.
laminaatvloer n.v.t. 15 mm
kurkvloer geen eisen n.v.t.
bamboe 10 mm 10 mm

* Dit komt overeen met een totale breedte van de omtrekvoeg die gelijk is aan 1% van de breedte van de vloer.

Voor een toelichting op de genoemde soorten: zie Informatieblad Houten vloerafwerkingen: Soorten.

Bij vloeren die breder zijn dan 5 m wordt een omtrekvoeg te breed. Dan is een andere oplossing vaak beter, zoals een bewegingsvoeg in de houten vloerafwerking of, bij een plankenvloer, enige ruimte tussen de planken.

  • Bij deuropeningen een bewegingsvoeg in de vloerafwerking aanbrengen.
3. Zorg voor bewegingsvoegen in de vloerafwerking
  • Voor een gelijmde vloerafwerking zijn bewegingsvoegen in principe niet nodig. Alleen bij verandering van vorm (L-vorm, deuropening etc.) dient men de houten vloerafwerking op te delen in rechthoeken.
  • Maak de vloervelden in een ruimte met zwevende vloerafwerkingen niet groter dan 80 m2 en de verhouding tussen lengte en breedte niet groter dan 2:1. Bekijk bij gangen en andere ruimten met een grote lengte-breedteverhouding, per situatie welke maximale afmetingen kunnen worden toegepast.

ACHTERGROND

Door opname van vocht neemt het volume van hout toe (zwellen), bij afgifte neemt het volume af (krimpen). Dit heet dimensiestabiliteit of werken. Bij een houtvochtgehalte tussen 5 en 20% is er een praktisch lineair verband tussen de veranderingen in afmetingen en het vochtgehalte. Bij krimp ontstaan naden tussen de parketdelen. Bij uitzetting, als er onvoldoende zwelruimte is gehouden, komt de vloer klem te liggen tussen de wanden. Daardoor gaat deze bol staan. Het houtvochtgehalte stelt zich bij een constante luchtvochtigheid in op een 'evenwichtsvochtgehalte'. Dit evenwichtsvochtgehalte (in het hout) heeft niet dezelfde grootte als de luchtvochtigheid (zie tabel 1). Behalve uit de lucht kan vocht ook uit de ondergrond komen.

Tabel 1. Verband tussen de relatieve luchtvochtigheid en de evenwichtsvochtigheid van het hout. Waarden bij benadering.

relatieve luchtvochtigheid (RV) 25 tot 30% ongeveer 50% 75 tot 80%
evenwichtsvochtgehalte van:
beuken 6% 10% 16%
grenen 7% 10% 14%
teak 6% 9% 13%

De ene houtsoort werkt meer dan de andere. Beuken bijvoorbeeld veel, teak nauwelijks. In het algemeen werkt hout in tangentiale richting tweemaal zoveel als in radiale richting. In de lengterichting werkt hout bijna niet; zie figuur 1.

Figuur 1

De snelheid van het werken van hout hangt af van de houtsoort, de dikte van het hout, de aanwezigheid van (dampremmende) afwerkingslagen en lijm, en de snelheid van de wisselingen in de relatieve luchtvochtigheid RV). Snelle (dagelijkse) wisselingen in de RV hebben geen invloed.

Grootte van werking
De gemiddelde RV in de Nederlandse woning ligt meestal tussen 40 en 60%. Gedurende een langere vorstperiode kan deze dalen naar ongeveer 30%. In de zomer, in een lange regenperiode, kan de relatieve luchtvochtigheid stijgen tot boven de 60%.
Bij een schommeling van de luchtvochtigheid tussen 40 en 60%, voor een vloer van zes meter breed bedraagt de maximale werking van enkele houtsoorten in principe (zie ook figuur 1):
- Beuken: radiaal 0,6 % = 36 mm, tangentiaal 1,2 % = 72 mm.
- Teak: radiaal 0,4 % = 24 mm, tangentiaal 0,6 % = 36 mm.
- Grenen: radiaal 0,5 % = 30 mm, tangentiaal 1,0 % = 60 mm.
Deze cijfers gelden voor zwevende vloerafwerkingen. Bij gelijmde vloerafwerkingen is de werking veel kleiner.

AANDACHTSPUNTEN

  • Bij zwevende vloerafwerkingen plinten niet klemmend op de vloer aanbrengen. Ter voorkoming van geluidsbruggen tussen plint en vloer een elastisch materiaal aanbrengen (rubber of vilt).
  • Bewegingsvoegen in de vloerafwerking onder deuropeningen afdekken met een dorpelconstructie of een overgangsprofiel.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad