0

Energiesprong 02: Wetgeving Energieprestatievergoeding - 455

Deze kennispaper is onderdeel van de set Energiesprongkennispapers Woningbouw Huur. De totale set geeft een compact en compleet beeld van de opgedane kennis binnen het programmaonderdeel Woningbouw Huur.

Aanbevolen voorkennis: de algemene kennispaper ‘Comfortabel en betaalbaar wonen door Nul-Op-de-Meter’.
De regelgeving omtrent de Energieprestatievergoeding is nagenoeg gereed. De verwachting is dat deze eind 2015 of begin 2016 wordt ingevoerd. Onderstaande tekst is dus niet in steen gebeiteld. Desondanks geeft het een goed beeld van het onderwerp.


Auteurs: Maurice Coen, Eefje Stutvoet

OPLOSSINGRICHTINGEN

Wetgeving Energieprestatievergoeding
Wat is een Energieprestatievergoeding?
De Energieprestatievergoeding (EPV) is een maandelijkse vergoeding die door de verhuurder aan de huurder in rekening gebracht mag worden als de woning dusdanig is uitgerust dat met de aanwezige energielevering en de aangebrachte energiebesparende voorzieningen de woning een zogenoemde Nul-Op-de-Meter(NOM) woning is. De EPV wordt als (nieuw) onderdeel in rekening gebracht naast de huurprijs en de servicekosten.

Na vernieuwbouw vervangt de vergoeding als het ware (een deel van) de energierekening die een gemiddeld gezin zou hebben gehad in de woning voor vernieuwbouw. Er wordt immers bij een Nul-Op-de-Meter woning (per saldo) geen energie meer geleverd door de energiemaatschappij, maar door de woning zelf.

Waarom is (regelgeving voor) een Energieprestatievergoeding noodzakelijk?
Eén van de uitgangspunten in de businesscase van Nul-Op-de-Meter vernieuwbouw is dat corporaties een vergoeding van hun huurders kunnen innen, zonder dat dit leidt tot huurverhogingen waarmee de woning de liberaliseringsgrens overschrijdt. Deze “Energieprestatievergoeding” is dus een apart in rekening te brengen post waarmee een geldstroom ontstaat die de corporatie investeringsruimte biedt om woningen te (ver)nieuw-bouwen met zeer hoge energiebesparingsambities, zoals Nul-Op-de-Meter woningen.

Om ervoor te zorgen dat woningcorporaties deze vergoeding voor energieprestaties mogen innen zonder dat het effect heeft op de huur, wordt de regelgeving aangepast.

Door aanpassingen in de wet kan de vergoeding die door de corporatie aan de huurder wordt gevraagd voor een NOM-woning bestaan uit de volgende 4 onderdelen (maar niet noodzakelijk alle 4):

  1. Een vergoeding voor woningverbetering als onderdeel van de huurprijs.
  2. Een vergoeding voor energieopwekking in de vorm van een Energieprestatievergoeding, dit is een nieuw onderdeel en behoort niet tot de huur of servicekosten.
  3. Een (eventuele) vergoeding voor energiezuinige huishoudelijke apparatuur als onderdeel van de servicekosten, als dit een onderdeel is van het aangeboden concept.
  4. Warmtekosten. De met levering van warmte gebonden kosten in het kader van de warmtewet. Deze vallen voor de warmtewet 2014 niet meer onder de servicekosten.

De aanpassingen in de regelgeving zijn zodanig vormgegeven dat:

  • woonlastenneutraliteit mogelijk is. De woonlasten, de bundeling van energielasten en huurlasten, blijven gelijk. Huurders betalen dan ‘niet-meer-dan-nu’ (bij zittende bewoners) of niet meer dan de woonlasten van een gelijkwaardige woning (bij mutaties).
  • het duurzaamheid ondersteunt. Onder andere door het stimuleren van vraagreductie en het stimuleren van het inzetten van duurzaam geproduceerde energie om de benodigde energie voor bewoning af te dekken.
  • de woning na renovatie en/of mutatie beschikbaar blijft voor lage inkomensgroepen.
  • een economisch haalbare businesscase te maken is voor corporatie en aanbieder.
  • er geen hoge bijkomende (administratieve) lasten nodig zijn.
  • het innovatie stimuleert en/of in ieder geval niet beperkt.

Door de aanpassingen in de regelgeving kan de EPV geïnd worden en wordt voorkomen dat de woonlasten voor zittende huurders onbedoeld stijgen. Ook worden prijswijzigingen bij mutatie begrensd.

Hoe werkt Energieprestatievergoeding volgens de nieuwe regelgeving?
Om een EPV te mogen innen, moet een woning voldoen aan drie basisvoorwaarden:

  1. De gegarandeerde maximale netto warmtevraag voor ruimteverwaming moet binnen de wettelijk afgesproken normen vallen (dus lager dan 50 kWh/m2/per jaar). De energie hiervoor dient door de woning zelf duurzaam opgewekt te worden.
  2. De gegarandeerde minimale productie van duurzaam opgewekte warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater moet binnen de afgesproken normen vallen (dit is netto warmtevraag voor ruimteverwaming + 15 kWh/m2/per jaar).
  3. Energieopwekking door de woning moet zodanig zijn dat er een minimale hoeveelheid overblijft voor de energiebundel van de bewoner.

Hoeveel mag een woningcorporatie vragen?
Als aan bovenstaande drie voorwaarden is voldaan, kan de hoogte van de vergoeding worden bepaald. De hoogte is afhankelijk van de volgende variabelen:

  • de maximale netto warmtevraag voor ruimteverwarming van de woning (zie voorwaarde 1);
  • al dan niet aangesloten zijn op een warmtenet.

Voor de bovengenoemde variabelen zijn normen opgesteld die in verschillende tabellen zijn opgenomen. In deze tabellen is de hoogte van de vergoeding of korting op de vergoeding per m2 af te lezen. Onderstaande tabellen zijn voorbeelden hiervan. De tabelvariabelen kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur worden gewijzigd. Op dit moment (oktober 2015) staan de gegevens nog niet vast.

  • Tabel 1 is de basistabel, de genoemde EPV is voor woningen die niet zijn aangesloten op een warmtenet, c.q. waarvoor de geleverde warmte niet onder de warmtewet valt.
  • Tabel 2 is voor woningen die aangesloten zijn op warmtenetten die wel vallen onder de warmtewet.

Tabel 1. Maximale Energieprestatievergoeding bij een woonruimte verwarmd met duurzame energie, opgewekt op, in of aan de woonruimte.

Netto warmtevraag voor ruimteverwarming (Qv) [kWh_th/m2] per jaar Minimale duurzaam opgewekte warmte voor verwarming en warm tapwater [kWh_th/m2] per jaar Minimale productie duurzaam opgewekte energie voor gebruiksgebonden gebruik [kWh/m2] per jaar* Maximale vergoeding [€/m2/maand]**
0 < Qv ≤ 30 Qv + 15 Ehulp + 25 1,40
30 < Qv ≤ 40 Qv + 15 Ehulp + 25 1,20
40 < Qv ≤ 50 Qv + 15 Ehulp + 25 1,00***

Tabel 2. Maximale Energieprestatievergoeding bij een woning verwarmd met op, in of aan een woonruimte opgewekte warmte, aangesloten op een warmtenet.

Netto warmtevraag voor ruimteverwarming (Qv) [kWh/m2] per jaar Minimale productie, duurzaam opgewekte energie voor gebruiksgebonden gebruik [kWh/m2] per jaar* Maximale vergoeding [€/m2/maand]**
0 < Qv ≤ 15 Ehulp + 25 0,90
15 < Qv ≤ 30 Ehulp + 25 0,80
30 < Qv ≤ 40 Ehulp + 25 0,50
40 < Qv ≤ 50 Ehulp + 25 0,20***
* Ehulp betreft de hulpenergie: energie niet zijnde gebruiksgebonden energie die nodig is voor het laten werken van installaties: ventilatie, (comfort)koeling en monitoring. De minimale productie hoeft niet groter te zijn dan Ehulp + 2.500 kWh per woning en mag niet kleiner zijn dan Ehulp + 1.700 kWh per woning. De hier bedoelde productie van energie is additioneel aan de minimale warmte opwek uit de vorige kolom.
** De Energieprestatievergoeding wordt uitgedrukt in een bedrag per vierkante meter gebruikersoppervlak van de woonruimte per maand, waarbij de warmtevraag en de hoeveelheid op de woning opgewekte duurzame energie in kilowattuur per vierkante meter per jaar worden uitgedrukt. Daarbij zijn de uitgangspunten gehanteerd dat de warmtevraag niet hoger is dan 50 kilowattuur per vierkante meter per jaar, de hoeveelheid duurzame energie voor warm tapwater is 15 kilowattuur per vierkante meter per jaar is, en de duurzame energie die ter beschikking staat van de huurder voor gebruiksgebonden gebruik ten minste 25 kilowattuur per vierkante meter per jaar is. De oppervlakte die volgens deze tabellen moet worden bepaald is de gebruikersoppervlakte die bepaald wordt met toepassing van NEN 2580:2007 (inclusief correctieblad NEN 2580:2007/C1:2008).
*** Indien de warmtevraag hoger is dan 50 kilowattuur per vierkante meter per jaar en/of de duurzame energie die ter beschikking staat van de huurder voor gebruiksgebonden gebruik lager is dan 25 kilowattuur per vierkante meter per jaar, kan geen Energieprestatievergoeding worden overeengekomen en dient de in rekening te brengen energielevering te worden beoordeeld aan de hand van de thans vigerende regeling voor servicekosten en nutsvoorziening overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van de wet.

De vergoedingscompenten voor (ver)nieuwbouw nader bekeken

Aanpassing huurpunten op basis van het woningwaarderingsstelsel
Binnen de huidige regelgeving leidt een Nul-Op-de-Meter woning tot een zeer lage energie-index. De energielevering aan de huurder wordt meegenomen en leidt tot extra punten op basis van het woningwaarderingsstelsel en daarmee tot een hogere huurprijs. Om te voorkomen dat deze energielevering bij Nul-Op-de-Meter woningen zowel wordt verdisconteerd in de huurprijs als in de Energieprestatievergoeding, zal in het Besluit huurprijzen woonruimte voor deze woningen een correctiefactor op het aantal punten op basis van het woningwaarderingsstelsel worden toegepast. De energielevering aan de huurder wordt hierdoor bij deze woningen niet langer verdisconteerd in punten die gerelateerd zijn aan het energielabel en daarmee niet meer in de (maximale) huurprijs.

De vergoeding van de huurder aan de verhuurder bestaat dus maximaal uit een EPV in combinatie met een beperkte huurverhoging op basis van de verbetering van het energielabel van de woning. Voor de nieuwe streefhuur kan op basis van het (verbeterde) energielabel maximaal het aantal punten behorend bij een energie-index > 1,2 en =< 1,4 (label B) toegerekend worden. Maximaal 32 punten bij een eengezinswoning en maximaal 28 punten bij een meergezinswoning.

Als de verhuurder woonlastenneutraliteit nastreeft, zoals bijvoorbeeld de bij Stroomversnelling aangesloten corporaties het geval is, zal het totale bedrag van EPV, huurverhoging en resterende energiekosten (dit kan negatief zijn) in alle gevallen lager of gelijk zijn aan de gemiddelde energiekosten voor renovatie.

Servicekosten
Deze kosten zijn situatieafhankelijk en bestaan meestal uit meerdere componenten. Denk hierbij aan kosten voor schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten, onderhoud van liftvoorzieningen.

Onder de servicekostenregeling kan ook een vergoeding voor gebruik van energiezuinige huishoudelijke apparatuur worden geschaard (voor zover niet aangeschaft door de bewoner zelf natuurlijk). Bijvoorbeeld als de aanbieder als onderdeel van het concept heeft gekozen voor het inzetten van energiezuinige apparatuur om meer te besparen.

Warmtekosten, relatie met warmtewet
Als er sprake is van warmtelevering als bedoeld in de Warmtewet dan is de verhuurder gebonden aan de daarvoor gestelde regels in die wet. De met de levering van warmte verbonden kosten dienen als warmtekosten in rekening gebracht te worden, dus niet als servicekosten, met uitzondering van de kosten voor klimatisering van de gemeenschappelijke ruimten. In de algemene maatregel van bestuur (betreffende de EPV) zal worden geregeld dat een dubbele rekening voor geleverde energie (op basis van de Warmtewet en in de vorm van een Energieprestatievergoeding) niet mogelijk is (zie Tabel 2).

Tenslotte, een aantal opmerkingen:

  • De Energieprestatievergoeding wordt opgenomen in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. Gestreefd wordt naar invoering in eind 2015 of begin 2016.
  • De wet regelt hoeveel EPV de corporatie maximaal in rekening mag brengen. De corporatie kan er zelf voor kiezen niet het gehele bedrag in rekening te brengen en daarmee de woonlasten voor de huurder te verlagen.
  • Salderen op complexniveau is vaak (nog) niet mogelijk. Voor complexen kan mogelijk lastig per woningeenheid lokale duurzame energieopwekking gerealiseerd worden. Praktischer is het als bijvoorbeeld een heel flatgebouw op wind- of zonne-energie wordt aangesloten, waarbij teveel aan opgewekte energie op flatniveau gesaldeerd mag worden.
  • De huidige salderingsregeling is tot 2020 van kracht. In 2018 wordt geëvalueerd en bekeken of de regels aangepast moeten worden na 2020. Dit vormt een risico. Dit risico kan flink worden gereduceerd door bijvoorbeeld concepten zodanig te ontwikkelen dat het merendeel van de opgewekte energie kan worden opgeslagen in plaats van terug te leveren aan het net.

AANDACHTSPUNTEN

Wat betekent de wetgeving Energieprestatievergoeding voor de corporatie?

  • Bij de corporatie ontstaat een aanvullende mogelijkheid om een gezonde businesscase te creëren bij vernieuwbouw met zeer hoge energieambities. In vrijwel alle gevallen een betere businesscase dan de meer gebruikelijke ‘label-B’ strategie.
  • De corporatie moet een aanhangsel toevoegen aan de huidige huurovereenkomst met huurders.
  • De corporatie krijgt door het innen van de Energieprestatievergoeding aanvullende administratieve lasten, mede door de verplichting jaarlijks aan te tonen dat de woning nog voldoet aan de in de wet gestelde eisen rond Energieprestatievergoeding. Dit maakt het voor de corporatie wenselijk prestatiegaranties te krijgen van de aanbieder.

Wat betekent het voor de aanbieder?

  • De eisen/normen gesteld aan het concept, vereisen dat een hoge mate van vraagreductie op gebied van ruimteverwarming en een grote hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit onderdeel moeten uitmaken van het concept.
  • De aanbieder moet kunnen zorgen dat de prestaties gegarandeerd worden.
  • Aanbieders kunnen integrale concepten aanbieden waar bijvoorbeeld ook de levering van huishoudelijke apparaten onderdeel van kan zijn.

Wat betekent het voor de bewoner?

  • De bewoner wordt minder afhankelijk van schommelingen in de energieprijzen.
  • Bij een hoger energiegebruik dan is overeengekomen, blijft de huurder zijn energie afnemen bij een door hem gekozen energieleverancier.
  • Bij lager gebruik krijgt de huurder geld voor de levering van de niet gebruikte energie aan de door hem gekozen energieleverancier. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de energieleverancier.

Wat betekent het voor de energieleverancier?

  • Energieleveranciers moeten hun voorschotnota’s aanpassen aan de huidige behoefte. Bij gemiddeld gebruik zal deze nul worden. Voor zuinige gebruikers zal de energieleverancier, in plaats van elke maand geld te innen, de gebruiker moeten betalen voor zijn geleverde energie aan de energiemaatschappij.
  • Het businessmodel van de energieleverancier zal veranderen. - Het netwerk wordt gebruikt voor buffering en opslag van energie als er tijdens bijvoorbeeld de zomer meer energie wordt opgewekt dan wordt gebruikt.

OVERIGE INFORMATIE

Relevante links:

Experts:

  • Ivo Opstelten
  • Jan-Willem van de Groep
  • Maurice Coen

Definities

Businesscase In een businesscase worden de kosten tegen de baten afgewogen. Binnen deze context wordt gedoeld op het rendement van een investering op lange termijn. Dit rendement bestaat onder andere uit toekomstige inkomsten en de daarbij behorende risico’s. Vaak wordt aan de hand van de businesscase besloten om wel of niet te starten en/of verder te gaan met een project.
Duurzame energie Duurzame energie is energie uit hernieuwbare energiebronnen als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (Pb EU 2009, L 140). Duurzame energie is de verzamelnaam voor energie uit hernieuwbare bronnen zoals warmte en koude, biomassa, zon, wind, bodem en water. Deze bronnen leveren elektriciteit, (bio)gas en warmte, of een combinatie daarvan. Door gebruik te maken van duurzame, hernieuwbare energie hebben we minder energie uit fossiele bronnen nodig. De voorraad kolen, olie en gas raakt immers ooit uitgeput, en verbranding van fossiele brandstoffen schaadt het milieu.
Energieprestatie- vergoeding (EPV) Dit is een maandelijkse vergoeding die door de verhuurder aan de huurder in rekening gebracht mag worden als de woning dusdanig is uitgerust dat met de aanwezige energielevering en de aangebrachte energiebesparende voorzieningen de woning een zogenoemde Nul-Op-de-Meter(NOM) woning is. De EPV wordt als (nieuw) onderdeel in rekening gebracht naast de huurprijs en de servicekosten.
Nul-Op-de-Meter woning Bij een Nul-Op-de-Meter woning zijn de in- en uitgaande energiestromen voor gebouwgebonden energie (ruimteverwarming, -koeling, warm tapwater gebruik) en het gebruik van huishoudelijke apparatuur (incl. verlichting) op jaarbasis per saldo nul, onder standaard klimaatcondities zoals die gelden in Nederland en bij gemiddeld gebruik van de woning, zoals vastgelegd in de ontwerpuitgangspunten en onderbouwd door Nederlandse normen.
Energieprestatie- vergoeding (EPV) Dit is een maandelijkse vergoeding die door de verhuurder aan de huurder in rekening wordt gebracht voor energielevering en voor aangebrachte energiebesparende voorzieningen bij een nul-op-de-meter-woning.
Salderen Salderen, opgenomen in de Elektriciteitswet van 1998, betekent dat een kleinverbruiker de energie die hij terug levert aan het net, kan wegstrepen tegen zijn energieverbruik bij een energieleverancier. De salderingsregeling geldt alleen voor kleinverbruikers die maximaal een 3 x 80 ampère aansluiting hebben.
Warmtenetten Warmtenetten zijn volgens de wet het geheel van (transport)-leidingen, installaties en hulpmiddelen voor zover die niet liggen in het gebouw van de verbruiker (de klant of afnemer) of van de producent om warmte te leveren aan die verbruikers. Warmte kan zowel warm water voor ruimteverwarming als warm tapwater zijn. Warmtenetten die onder de wet vallen:
  • Warmtenetten waardoor warmte wordt geleverd in complexen, bij voorbeeld flats, met een gemeenschappelijke installatie. Dit is de bekende blokverwarming.
  • Warmtenetten die warmte (en koude) leveren, zoals bij warmte-koude installaties (WKO).
  • Stadsverwarmingsnetten.
Woonlasten Het totaal aan huurlasten, energielasten en servicekosten.

Energiesprong/Energielinq neemt de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht bij het maken van de infobladen.
Energiesprong/Energielinq wijst iedere vorm van aansprakelijkheid voor onvolkomenheden en/of onjuistheden af.
Energiesprong/Energielinq behoudt zich het recht voor om de eigen informatie te allen tijde te wijzigen.
Energiesprong/Energielinq is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van eventueel in deze kennispaper gepubliceerde onjuistheden en onvolkomenheden.