0

Zonne-energiedetails, uitvoeringsaspecten - 252

Het op een juiste manier plaatsen van een zonnecollector.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Drie onderwerpen

Voor het goed installeren van zonnecollectoren zijn goede details noodzakelijk. Hierin moet onder andere de luchtdichtheid en waterdichtheid vastgelegd zijn. Daarnaast worden ook eisen gesteld aan de dakconstructie. In de SBR-referentiedetails Woningbouw Combinatie zijn details van aansluitingen met zonnecollectoren opgenomen. Onderwerpen:

  1. Verwerkingseisen
  2. Kwaliteitseisen
  3. Veiligheid en gezondheid

1. Verwerkingseisen (Zie ook figuur 1 en 2)

  • Let er op dat de bestaande aansluitingen van de dakplaten luchtdicht zijn uitgevoerd (naden, e.d. van een luchtdichting voorzien voordat de waterwerende dampdoorlatende folie wordt aangebracht, of - indien de waterwerende dampdoorlatende folie reeds aanwezig is - de nog openstaande naden van een luchtdichting voorzien). Ook alle doorvoeren moeten volledig luchtdicht zijn uitgevoerd.
  • Voor de plaats van de luchtdichtingen en het toe te passen luchtdichtingsmateriaal wordt verwezen naar het attest van het betreffende dakelement en de publicatie 'Luchtdicht bouwen'.
  • Voormontage op de grond volgens specificaties van de leverancier (rails e.d. en assemblage).
  • Montage op het dak (collectoren). Voor de collectoraansluitslangen moeten ter plaatse van de collectoraansluitpunten twee sparingen zitten of gemaakt worden in het dakbeschot, van zodanige grootte dat de leidingisolatie ook door de sparingen kan. Voor de doorvoer van de collectoraansluitslangen in een pannendak zijn speciale ventilatiepannen verkrijgbaar. Deze pannen worden vaak bijgeleverd.
  • Panlatten ter ondersteuning van pv-panelen, zonnecollectoren of de constructie moeten op de juiste afstand worden aangebracht. Het kan zijn dat er zwaardere panlatten moeten worden toegepast. Het aanbrengen van het frame geschiedt volgens aanwijzingen van de leverancier.

Figuur 1: Bovenaansluiting zonnecollector.

Figuur 2: Onderaansluiting zonnecollector

  • Verwerking in relatie tot dakhelling, maatregelen aan onderconstructie en verankering. - Dakhelling ≤ 20°: Altijd een waterwerende folie toepassen. - Dakhelling > 20°: Geen folie nodig, echter geen garantie voor 100% waterdichtheid; folie verdient wel de voorkeur.
  • De folie moet conform attest of documentatie worden verwerkt.
  • Koppel bij toepassing van meerdere collectoren de collectorleidingen volgens verwerkingsvoorschrift van de leverancier. Een voorbeeld is: collectorleidingen verbinden met de meegeleverde collectortussenleidingen. Deze moeten geborgd worden met de bijgeleverde slangklemmen. Voorzie de uiteinden van de collectoren, die niet gebruikt worden, van een blindstop en borg deze met de bijgeleverde slangklemmen. Leidingen moeten op afschot worden aangebracht. Het aanbrengen van isolatie om buizen en leidingen moet grondig geschieden, en dusdanig worden afgewerkt dat dieren en het weer er geen invloed op hebben (isolatie kan voor vogels een goed nestmateriaal zijn).

Figuur 3: Zijaansluiting zonnecollector.

2. Kwaliteitseisen

  • Aangebracht lood moet goed aansluiten op de dakpannen. De overlaplengte moet ten minste 50 mm zijn.
  • De ondergrond onder een pv-paneel en een zonnecollector moet vlak en waterdicht zijn. Een waterwerende laag op de dakplaten moet een zwaardere kwaliteit hebben dan een gewone waterwerende laag i.v.m. mechanische beschadigingen (zoals een waterwerende dampdoorlatende mandragende folie, als bijvoorbeeld een spinvliesmembraan).
  • Aansluitingen en doorvoeren moeten goed waterdicht ingeplakt en afgewerkt zijn (zie figuur 4). Let er bij leidingdoorvoeren op dat hier (grote) temperatuurverschillen kunnen optreden; dit heeft een directe invloed op het afdichtingsmateriaal. Het beste kunnen doorvoeren afgedicht worden met een (EPDM-)rubber manchet, die op het dakelement geplakt wordt. Kit is af te raden. Het is belangrijk dat eventuele scheuren die ontstaan zijn bij de verwerking van de folie goed en volledig afgeplakt worden (dakpansgewijs). Bevestigingen in een waterwerende of waterdichte laag moeten aangebracht worden met neopreenringen en RVS-parkers/schroeven. Bevestigingsankers (van bijvoorbeeld het frame) in het dak moeten waterdicht aangesloten zijn. Vermijd opstandjes op de waterafvoerende laag. Werk stapelprofielen (constructie van pv-paneel) waterdicht af.
  • De plaatsing van een element op de panlatten (figuur 3 bij Verwerkingseisen) zorgt voor een goede ventilatie onder de collector of het pv-paneel; het element vormt één geheel met het dak. De ventilatie zorgt er onder andere voor dat de onderzijde van het element niet te warm wordt, zodat het rendement niet afneemt.

Figuur 4: Bovenaansluiting zonnecollector.

3. Veiligheid en gezondheid

  • Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM).
  • Rondom het dakvlak moeten aan de buitenzijde beveiligde steigervloeren aanwezig zijn. Is deze voorziening niet aanwezig, dan moeten er vanglijnen zijn. Sparingen moeten worden afgedicht.
  • Denk aan plaatsing van eventuele ladders, zorg dat deze stevig staan (bovenkant verankeren tegen wegglijden). Zorg er daarnaast voor dat de ladders niet in de weg staan (nabij werkplek).
  • Eventueel geplaatste loopplanken naar en over het dak moeten goed aangesloten zijn op een steiger of ladder en moeten zo geplaatst zijn dat zij niet kunnen wegglijden.
  • Denk aan het gewicht dat iemand mag tillen (maximaal 25 kg/persoon).

ACHTERGROND

Het plaatsen van een zonnecollector is relatief eenvoudig. Toch worden er in de praktijk regelmatig fouten mee gemaakt. Vaak is de onervarenheid van de installateur of dakdekker de oorzaak.

AANDACHTSPUNTEN

  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.
  • Bestel in verband met de vereiste luchtdichtheid een prefab binnenmanchet voor een maatvaste aansluiting op de doorvoer.
  • Maak bij waterdichte lagen de onderlinge verbinding zorgvuldig waterdicht. Houd loodstroken maximaal 1500 mm breed in verband met scheurvorming.
  • Breng waterwerende (of waterdichte) lagen dakpansgewijs aan.
  • Voorkom luchtlekken door het prefab binnenmanchet pas na de dakdoorvoer aan te brengen en sluit dit manchet aan tegen het plafond.
  • Zorg voor een goede beveiliging voor werk dat op daken moet worden uitgevoerd. Vooral constructies met overstekken vragen extra aandacht (raadpleeg zonodig AI-blad 15).
  • Alle pv-panelen en zonnecollectoren zijn voorzien van uitgebreide informatie m.b.t. montage en werking. Vraag hiernaar, maak er desnoods kopieën van!
  • Pv-panelen en zonnecollectoren kunnen worden behandeld als normale glazen ruiten.

OVERIGE INFORMATIE

Reacties

Remigio Garau op 1 juli 2012

opmerkingen bij detailtekeningen kloppen niet nl. Figuur 1 = Onderaansluiting zonnecollector figuur 2 = Zijaansluiting ... figuur 3 = Bovenaansluiting.. Hoop jullie voldoende te hebben geinformeerd, met vr. groet Remy

delete

Reageer

Waardeer dit infoblad