0

Zwevende dekvloeren - 251

Oriëntatie op de voornaamste functies van zwevende dekvloeren, te weten akoestische en thermische isolatie.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Algemeen

Er zijn twee typen zwevende dekvloeren, te weten: akoestisch isolerende dekvloeren en thermisch isolerende dekvloeren.

Geluidsisolatie
In circa 90% van de gevallen wordt een zwevende dekvloer toegepast om de geluidsisolatie te verbeteren. Het kan om verschillende situaties gaan:

  • Renovatie appartementengebouw. Verbeteren contactgeluidsisolatie (Ico) en karakteristieke luchtgeluidsisolatie (Ilu;k).
  • Nieuwbouwwoningen (eengezinswoningen of appartementen). Hogere contactgeluidsisolatie (verhoogd comfort), vaak 10 dB hoger dan vereist.
  • Gecombineerde functies (bijvoorbeeld appartementen boven winkels).

Thermische isolatie
Thermisch isolerende dekvloeren vinden toepassing in de volgende situaties:

  • Bij vloerverwarming.
  • Na-isolatie van bestaande vloeren. Dit komt in de praktijk weinig voor.
1. Akoestisch isolerende laag

Het isolatiemateriaal (verende laag) zorgt voor een akoestische scheiding tussen draag- en dekvloer. Er wordt een soort spouwconstructie gevormd. Om de geluidstrillingen voldoende te kunnen absorberen, moet het isolatiemateriaal voldoende veerkracht hebben. De veerkracht wordt uitgedrukt in 'dynamische stijfheid'. Daarnaast moet het isolatiemateriaal zo stijf zijn dat het belastingen op kan nemen, zonder dat er te grote vervormingen ontstaan. Dit wordt uitgedrukt in de elasticiteitsmodules of 'statische stijfheid'. Als isolatiemateriaal kunnen de volgende materialen worden toegepast:

  • Minerale wol;
  • Geëlastificeerd polystyreenschuim;
  • Foam;
  • Zacht vlokkenschuim;
  • Kurk en andere (organische) materialen, zoals kokosvilt.

Voor de woningbouw moet het isolatiemateriaal (in ingedrukte toestand door het gewicht van de dekvloer en gelijkmatig verdeelde belasting) ongeveer 15 tot 25 mm dik zijn. Dit is afhankelijk van de materiaaleigenschappen. Bij kleinere dikten wordt een stijve verende laag gevormd - en die is onvoldoende om een eis van Ilu;k = +5 dB en Ico = +10 dB te halen!

2. Thermisch isolerende laag

Bij een thermisch isolerende dekvloer heeft een zo stijf mogelijk isolatiemateriaal de voorkeur. Een hoge buigstijfheid zorgt ervoor dat de buigspanningen in de dekvloer beperkt blijven. De volgende isolatiematerialen zijn geschikt:

  • Minerale wol;
  • Polystyreenschuim, zoals EPS;
  • Schuimglas (cellulair glas).

ACHTERGROND

Er is een toenemende belangstelling voor zwevende dekvloeren. Dat komt door de groeiende vraag naar harde vloerafwerkingen zoals natuursteen, parket en keramische tegels en door de behoefte aan een hogere geluidwering. In de praktijk blijkt dat de verwachte akoestische prestatie van zwevende dekvloeren niet wordt gerealiseerd. Zwevende dekvloeren zijn ingewikkelde constructies. Specialistische inbreng van verschillende disciplines is zowel bij het ontwerp als tijdens de uitvoering nodig. Een zwevende dekvloer is een dekvloer die rust op een isolatiemateriaal. De meeste thermische isolatiematerialen zijn stijver dan akoestische isolatiematerialen. De materialen gedragen zich constructief gezien als een verende laag. Onder deze isolatie bevindt zich een draagvloer.

Draagvloer
De draagvloer zorgt constructief voor sterkte en stijfheid. Afhankelijk van het type draagt de massa bij aan de akoestische isolatie. Er zijn drie typen draagvloeren:

  • In het werk gestorte betonvloer of betonnen systeemvloer;
  • Lichte steenachtige vloer (bijvoorbeeld holle baksteenelementen), dit type vloeren wordt aangetroffen bij renovatie van bestaande naoorlogse woningen;
  • Houten vloer, bij renovatie van vooroorlogse woningen.

Uitvlaklaag
In die gevallen waar de onderconstructie niet vlak genoeg is, wordt een uitvlaklaag aangebracht. Een uitvlaklaag dient om oneffenheden van de draagvloer op te vangen. In de uitvlaklaag kunnen eventueel leidingen (geen vloerverwarmingleidingen) worden opgenomen.

Dekvloer
In Nederland worden 'natte' systemen (zie Figuur 1) het meest toegepast. Deze bestaan uit cement- of calciumsulfaatgebonden (anhydriet) dekvloeren. Cementgebonden dekvloeren zijn bij dezelfde dikte minder sterk dan calciumsulfaatgebonden dekvloeren en moeten daarom dikker worden gemaakt.

Figuur 1: In de comfortdetails van SBR-Referentiedetails Woningbouw zijn natte systemen opgenomen. (Bron: SBR-Referentiedetails Woningbouw Comfort, SBR)

Behalve 'natte' systemen bestaan er ook droge systemen van hout of (vezelversterkte) gipsplaat met isolatiemateriaal aan de onderzijde (zie figuur 2).

Figuur 2: In de basisdetails van SBR-Referentiedetails Woningbouw zijn droge systemen opgenomen. (Bron: SBR-Referentiedetails Woningbouw Combinatie, SBR)

Daarnaast bestaat er een dekvloer op zwaluwstaartplaten. Dit wordt ook wel 'constructieve dekvloer' genoemd, omdat deze een deel van het draagvermogen levert bij houten draagvloeren of licht steenachtige draagvloeren. De dekvloer bestaat hier meestal uit kifbeton (zand, cement en fijnkorrelig grind). Lichte dekvloeren geven onvoldoende verbetering van de akoestische isolatie. De draagvloer is meestal niet berekend op een zware dekvloer. Hetgeen betekent: de draagvloer versterken of een constructieve dekvloer toepassen. De voor- en nadelen van droge systemen ten opzicht van een natte systemen zijn:

Voordelen

  • Er komt geen vocht in de woning;
  • Laag eigen gewicht en lagere opbouwhoogte;
  • Directe ingebruikname (weinig tot geen droogtijd);
  • Akoestische kwaliteit minder gevoelig voor uitvoeringsfouten.

Nadelen
Contactgeluidisolatie wordt minder verbeterd dan bij natte systemen. De luchtgeluidsisolatie verbetert nauwelijks. De contactgeluidisolatie van droge systemen ligt tussen +5 en +7 dB. Bij natte systemen is ligt dit tussen +10 en +14 dB.

Wapeningsnet
Een wapeningsnet in een dekvloer kan verschillende functies hebben:

  • Montagenet voor leidingen van vloerverwarming. Het net ligt dan onderin de dekvloer, op de waterdichte folie.
  • Constructieve wapening. In de regel ligt het wapeningsnet dan bovenin de dekvloer. Constructieve wapening kan bijdragen aan de afdracht van belastingen en/of dient ervoor om scheuren in de dekvloer te beperken.

Vloerverwarming
Bij vloerverwarming wordt de dekvloer vaak zwevend uitgevoerd, ook als dit thermisch of akoestisch niet nodig is. Het isolatiemateriaal dient dan als scheidingslaag tussen draag- en dekvloer. De scheidingslaag voorkomt schade door thermische uitzettingen van de dekvloer. De leidingen in de onderste helft van de dekvloer aanbrengen. Met het oog op sterkte en comfort mogen leidingen niet hoger liggen. De leidingen kunnen eventueel aan de onderzijde van de dekvloer (op het isolatiemateriaal) worden gelegd. De leidingen worden ofwel tussen twee wapeningsnetten ofwel met speciale bevestigingsmiddelen van de leverancier bevestigd (zie Figuur 3).

Figuur 3: Leidingen van vloerverwarming kunnen middenin, onderin of onder tegen de dekvloer liggen. (Bron: SBR-publicatie 485: Zwevende dekvloeren, SBR)

AANDACHTSPUNTEN

  • Houd bij het ontwerp rekening met het gewicht en de inbouwhoogte van de zwevende dekvloer.
  • Breng folie zorgvuldig aan, zodanig dat lekwater niet in het isolatiemateriaal dringt (plak af).
  • Breng vanwege de gevraagde prestaties de plint vrij van de dekvloer aan.
  • Breng EPS-, minerale wol- of foam-strook kort voor het aanbrengen van de dekvloer aan om beschadiging te voorkomen.
  • Zorg dat bij droge zwevende dekvloeren de aansluitpunten van de radiatoren vrij blijven van de dekvloer.

OVERIGE INFORMATIE