0

publicatie: Bouwrecht voor het uitvoerend bouwbedrijf

Voorwoord

Voorwoord

Bij de aanvang van een bouwactiviteit zijn opdrachtgever en opdrachtnemer het bijna altijd met elkaar eens: ze gaan immers tegen een goede prijs een mooi werk maken. Beide partijen zijn ook van goede wil, ze zijn er van overtuigd dat de klus snel wordt geklaard én ze verwachten bovendien dat de werkzaamheden geheel volgens plan zullen verlopen. Ook achten ze de kans bijzonder klein dat er gaande het werk meningsverschillen optreden en als die al optreden weten ze die natuurlijk in onderling overleg op te lossen. De praktijk bewijst echter dat het vaak anders verloopt.

Veel meningsverschillen in de bouw zijn terug te voeren op het ontbreken van duidelijke afspraken. Aannemers zijn vakmensen die zich het liefst alleen met het bouwen bezighouden en opdrachtgevers hebben vaak geen idee van de zaken die ze zouden moeten regelen. Om opdrachtgevers en bouwbedrijven in de gelegenheid te stellen goede afspraken te maken, is er een aantal algemene voorwaarden ontwikkeld. Voorbeelden hiervan zijn de Algemene Voorwaarden voor Aannemingen in het bouwbedrijf (AVA 1992) en de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken (UAV 1989). Deze voorwaarden moeten dan natuurlijk wel door het bouwbedrijf van toepassing zijn verklaard en door de opdrachtgever zijn geaccepteerd. Bovendien moeten vooral bouwbedrijven weten op welke wijze ze de relevante algemene voorwaarden moeten interpreteren en hanteren.

Bouwend Nederland ontvangt jaarlijks vele juridische vragen over onderwerpen waarover opdrachtgevers en bouwbedrijven in de praktijk strijd voeren. Deze vragen vormen de basis voor deze publicatie. Daardoor kan SBR de meest voorkomende juridische onderwerpen in de uitvoerende bouw onder de aandacht brengen van medewerkers van bouwbedrijven. Deze publicatie wil de kloof overbruggen tussen enerzijds de praktijk van de uitvoering en anderzijds de belangrijkste juridische regels waar het bouwbedrijf mee te maken krijgt. Het is een wegwijzer in de doolhof van regels (en een ‘vertaling’ van die regels), waarbij de uitvoerende praktijk het vertrekpunt is.
Het manuscript is bewerkt door ir. C.H. van Eldik. De illustraties zijn getekend door J. de Vuurst de Vries. Mevr. A. van Stam en mevr. D. Tiggelman (beiden SBR) leverden de ondersteuning voor dit werk.
Hopelijk vindt deze publicatie zijn weg naar de vele medewerkers in de uitvoerende bouw en levert het een bijdrage aan vele soepel verlopende bouwprojecten en tevreden opdrachtgevers en opdrachtnemers.

ir. W.H. Verburg
projectleider SBR