0

publicatie: Brandveiligheid: Ontwerpen en Toetsen - Deel A BOT

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Inhoud en relatie tussen de verschillende delen

In dit handboek is getracht de regelgeving op het gebied van brandveiligheid toe te lichten en op een systematische wijze te vertalen in oplossingsrichtingen voor het ontwerp. De problematiek van nieuwbouwplannen voor woningen respectievelijk utiliteitsgebouwen staat daarbij centraal.

Het ontwerpproces is richtinggevend voor de gekozen uitwerking. Het handboek verschaft richtlijnen die nauw aansluiten op de ontwerppraktijk. Aan de hand hiervan kan per ontwerpfase worden nagegaan met welke brandveiligheidsaspecten men in bepaalde fasen van uitwerking van een bouwplan rekening moet houden en welke oplossingsrichtingen er voor het ontwerp openstaan. Verder geeft het handboek tot op zekere hoogte inzicht in het 'waarom' van de voorschriften. Dit laatste is relevant als de prestatie-eis niet is toegesneden op de voorgestelde oplossing en men een voorstel aan de gemeente wil kunnen voorleggen, waarmee eenzelfde doel wordt bereikt.

Het handboek heeft dus enerzijds het karakter van een 'leerboek', waarin de filosofie achter de brandveiligheidsvoorschriften uit de doeken wordt gedaan, plus de belangrijkste begrippen. Daarnaast is het een 'raadpleegboek', dat gebruikers in staat stelt bij specifieke vragen of knelpunten gericht naar informatie te zoeken. In de opbouw van de afzonderlijke delen komt dit onderscheid tot uitdrukking. Het handboek bestaat uit vier delen, met de volgende inhoud:

  • Deel A: brandveiligheid en gebouwontwerp
    In dit deel wordt in algemene zin ingegaan op brandbeveiliging van gebouwen. Het gaat met name om de vraag wanneer een gebouw als brandveilig kan worden gekwalificeerd en welke maatregelen men kan toepassen om dit te bereiken. Verder wordt uit de doeken gedaan met welke soorten brandveiligheidseisen ontwerpers worden geconfronteerd. De eisen die de bouwregelgeving aan gebouwen stelt, zijn nader belicht. Er is een beschrijving gegeven van de filosofie achter de voorschriften en de eisen die aan een bouwaanvraag worden gesteld. In dit deel zijn verder enkele veelgebruikte termen en begrippen met betrekking tot brandveiligheid behandeld. Een overzicht van definities is als bijlage bij dit deel gevoegd.
  • Deel B: ontwerprichtlijnen woningen en woongebouwen
    In dit deel van het handboek zijn ontwerprichtlijnen uitgewerkt voor tot bewoning bestemde gebouwen. Hieronder vallen woningen, woongebouwen en zogeheten 'megawoningen' (woningen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m², die meestal bestemd zijn voor bijzondere huisvesting). Woonwagens en standplaatsen komen niet aan bod. Er wordt een verband gelegd tussen gebouwtypologie, fasen van het ontwerpproces en het brandveiligheidsaspect. Relaties tussen deze elementen zijn vastgelegd in een zoekstructuur, waarmee de gebruiker snel te weten komt waar hij de gewenste informatie kan vinden. De beschrijving doorloopt alle onderdelen van het ontwerpproces, vanaf de indeling van de bouwlocatie tot aan de brandblusvoorzieningen die in een woning of woongebouw aanwezig moeten zijn. Ter aanvulling op de ontwerprichtlijnen is een aantal voorbeelden van berekeningen uitgewerkt (bepaling van WBDBO, permanente vuurbelasting en borstweringshoogte).
  • Deel C: ontwerprichtlijnen utiliteitsbouw
    De opbouw van de informatie in dit deel is vergelijkbaar met deel B. De ontwerprichtlijnen hebben betrekking op alle gebruiksfuncties binnen de utiliteitsbouw. Voor deze gebruiksfuncties worden in het Bouwbesluit 2003 expliciete eisen gegeven. In de opbouw is een onderscheid gemaakt in principes en richtlijnen die algemeen van toepassing zijn op het ontwerp van utiliteitsgebouwen en specifieke richtlijnen voor onderscheiden gebruiksfuncties. Ook dit deel wordt afgesloten met voorbeelden van berekeningen die in de praktijk nogal eens problemen geven (onder andere bepaling van opvang- en doorstroomcapaciteit van trappenhuizen en bepaling van vrije doorgang en draairichting van deuren).
  • Deel D: bouwdeel- en materiaalgedrag
    Dit deel geeft de gebruiker informatie over de brandeigenschappen van materialen en bouwdelen. Daarmee kan worden nagegaan of een bepaald onderdeel van een gebouw aan de gestelde brandveiligheidseisen kan voldoen.

1.2 Totstandkoming

De organisatievorm die SBR heeft gekozen voor het uitwerken van ontwerprichtlijnen houdt rekening met ervaringen van de werkvloer. Getracht is met de informatie zo veel mogelijk aan te sluiten op vragen en problemen die in de praktijk als knellend worden ervaren. Deze ervaringen worden daarbij enerzijds aangedragen door de leden van de begeleidingscommissie en de klankbordgroep, anderzijds door de deelnemers aan de cursussen die op basis van deze handboeken worden gegeven. Evenals bij de eerste uitgave in 1998 en de tweede uitgave in 2002 is er sprake van een door SBR aangestelde begeleidingscommissie van specialisten en is het onderzoek intensief begeleid door een klankbordgroep van medewerkers van enkele (grote) architectenbureaus en brandpreventiemedewerkers van het gemeentelijk Bouw- en woningtoezicht en de brandweer. Wederom is bij het tot stand komen van deze productie samengewerkt met het NIFV/Nibra. Uitgangspunt voor het NIFV/Nibra is hierbij deze publicatie in te zetten bij de opleiding tot brandpreventiemedewerker bij de brandweer (adjunct-hoofdbrandmeester preventie). Hierdoor putten de ontwerper en de toetser uit dezelfde bron, hetgeen het overleg ten goede komt. De totstandkoming van dit handboek is mede mogelijk gemaakt door een financiële ondersteuning van het ministerie van Volkshuisvesting , Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) alsmede het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK).

commissies
De begeleidingscommissie was als volgt samengesteld:

  • ir. J. Sterk (Verbond voor Verzekeraars), voorzitter;
  • mw. ing. C.E. Haas (European Fire Protection Consultants);
  • dr. ir. R. Hamerlinck (Bouwen met Staal);
  • ir. L. Twilt (TNO Bouw);
  • ing. B. Nieuwenhuizen (Promat);
  • ing. C.A. de Raadt (Rockwool);
  • ing. H.C. Roel (Roel Consultants);
  • mw. ir. B.M.L.D. Renier (Bond van Nederlandse Architecten);
  • dr. I.M. van Overveld (namens ministerie VROM);
  • mw. ir. S. Pothuis / J.A. van de Heijden (ministerie BZK);
  • ir. R.C. Dorgelo (SBR), programmamanager;
  • ir. J.H. van der Veek (V2BO Advies), rapporteur.

De klankbordgroep was als volgt samengesteld:

  • L. Witloks (NIFV/Nibra)
  • ing. J. Weges (NVBR)
  • F. Redeker (Brandweer Den Haag);
  • P. Houtman (Bureau Bouwkunde);
  • ing. W. Hendriks (Architectenbureau ZZ&P);
  • ir. W.F.M. van der Vliet (EGM architecten);
  • ir. P.A. Lenstra (Architectenbureau A.A.Bos en Partners);
  • R.N.M.H.E. van den Barselaar (Bouwtoezicht gemeente Rotterdam).