0

publicatie: De bouw moet om

1 De bouw faalt dubbel

1 De bouw faalt dubbel

Er gaat heel wat mis in de bouw. Naar schatting bedragen de faalkosten vijf tot tien miljard gulden per jaar. Het maken van fouten kost niet alleen veel geld, maar gaat ook ten koste van de kwaliteit. Het is triest maar waar: er is bijna geen bouwwerk dat wordt opgeleverd zonder gebreken. Het falen raakt zowel de bouwpartners als de afnemers en gebruikers van gebouwen. Bouwpartners betalen zelf het grootste deel van de rekening wanneer ze inefficiënt werken en fouten moeten herstellen. Gebruikers ondervinden nadelen wanneer het gebouw tekortkomingen vertoont. Dat kan een financieel nadeel zijn (denk aan te hoge stookkosten), maar ook een nadeel dat niet in geld is uit te drukken (bijvoorbeeld een minder mooi afgewerkte badkamer). Behalve deze directe schade is er ook nog de maatschappelijke schade die de bedrijfstak ondervindt. Door het hoge aantal fouten is het imago van de bouw er in de loop der tijd niet beter op geworden. Dat heeft bijvoorbeeld z'n weerslag op de arbeidsmarkt. Hoe kijkt een schoolverlater aan tegen een sector die maar wat aanrommelt? Wat stelt een student zich voor van de bedrijfsvoering en marketing wanneer Vereniging Eigen Huis vaststelt dat het aantal opleveringsgebreken steeds weer toeneemt?

Klanten zullen zich niet één, twee, drie druk maken over de faalkosten van architectenbureaus en bouwbedrijven, hoewel ze er indirect wel aan meebetalen.Werkzoekenden ook niet, ze mijden eenvoudigweg de bouw en kiezen voor een ander vak. Maar bouwpartijen behoren zich wél verantwoordelijk te voelen voor de kwaliteit die de klant uiteindelijk krijgt. Als alle partijen in de bouw, van architect tot en met heibaas, zich meer op de kwaliteit van het product zouden richten, zal daarmee ook het proces verbeteren.

1.1 Blijft het zo?

Er is al zó lang kritiek op de bouw dat het lijkt of het maken van fouten er gewoon bijhoort. Een rapportage van Vereniging Eigen Huis zorgt hooguit voor verontwaardiging, maar niet voor verandering. SBR was tien jaar geleden de initiator van het project Het kan anders in de bouw. Maar gebeurde er ook werkelijk iets? Pogingen om écht fundamentele veranderingen in de bedrijfstak door te voeren, roepen vooral Pavlov-reacties op: waarom zouden we? We hebben het toch altijd zo gedaan? Zelfs de kwaliteitssystemen die hun intrede hebben gedaan, hebben niet kunnen voorkomen dat men in oude patronen terugvalt. Kortom: het gevoel van urgentie ontbreekt. De vraag is echter hoe lang de bouw zich deze laksheid kan permitteren.
En minstens zo belangrijk: hoe lang de bouw deze houding nog wíl aannemen. Er zijn tekenen die erop wijzen dat de bouw zelf wil breken met de huidige traditie. Er lijkt een voorzichtige tegenstroom op gang te komen. Enkele voorbeelden. Het half time-project van de HBG, het recente onderzoek van VGBouw Kwaliteit op de bouwplaats; zeg wat je doet en doe wat je zegt en het Dubo-register op Internet, dat bouwpartijen vermeldt die aansprekende dubo-projecten hebben gerealiseerd.

1.2 Grootscheeps tegenoffensief

Hoe goed bedoeld ook: deze positieve bewegingen zijn nog te kleinschalig en staan te veel op zichzelf om te zorgen voor structurele veranderingen. Om een echte trendbreuk te forceren is daarom onlangs een grootscheeps tegenoffensief gestart. Een driejarig project dat door de hele bouw wordt gedragen. De initiatiefnemers zijn het ministerie van Economische Zaken (eenheid Bouw) en de Vereniging Grootbedrijf Bouw (VGBouw). De kans dat het nu wel lukt om zaken te veranderen, is groot. Veel organisaties in de bouw hebben zich inmiddels bij het project aangesloten: Aedes, NVOB, NVTB, BNA, ONRI, Uneto, VNI, de Federatie Afbouw en het ministerie van VROM (Rijksgebouwendienst en Coördinatie Bouwbeleid). Vertegenwoordigers van al deze organisaties hebben zitting in een stuurgroep.
Daarnaast is er een klankbordgroep geformeerd waar deskundigen uit de bouwpraktijk zitting in hebben. Het projectmanagement berust bij SBR.
De doelstellingen van de projectgroep zijn ambitieus: de faalkosten moeten na drie jaar met de helft zijn teruggebracht en de klant (opdrachtgever of gebruiker) moet optimale productkwaliteit geleverd krijgen.

Om de doelstellingen te bereiken, worden drie wegen bewandeld:

  • de projectgroep zal veranderingsprocessen in gang zetten die bouwpartners helpen om vermijdbare kosten te voorkomen of in elk geval terug te dringen.
  • er komen hulpmiddelen (oplossingen, modellen, instrumenten en incentives) voor bouwpartners die daadwerkelijk kiezen voor verandering.
  • de projectgroep zal de invoering van deze veranderingsprocessen en hulpmiddelen stimuleren, zowel in de interne bedrijfsvoering als in de bouwketen.

De looptijd van drie jaar is hard nodig om het voorbereidend onderzoek en de communicatie en kennisoverdracht die hierop volgen, goed te kunnen uitvoeren. Het project richt zich in eerste instantie op de B&U-sector. De GWV-sector wordt echter wel over de aanpak en de ervaringen geïnformeerd.

Het project bestaat uit zes fasen:

  • het inventariseren en analyseren van de problematiek,
  • het starten van deelprojecten die veranderingsprocessen in gang moeten zetten en het ontwikkelen van hulpmiddelen,
  • het toetsen en monitoren van veranderingsprocessen en hulpmiddelen in proefprojecten,
  • het evalueren en verbeteren van de modellen voor veranderingsprocessen en de hulpmiddelen. Dit gebeurt op basis van de ervaringen die in de proefprojecten zijn opgedaan,
  • het opstellen en uitvoeren van een marketingcommunicatieplan,
  • het uitvoeren van kennisoverdracht, de implementatie van veranderingsprocessen en de begeleiding ervan.