0

publicatie: De verbeterde zwevende dekvloer

1 Een nieuw type zwevende dekvloer

1 Een nieuw type zwevende dekvloer

Deze brochure introduceert de verbeterde zwevende dekvloer. Dit is een zwevende dekvloer met een nieuwe opbouw, die een belangrijke aanvulling vormt op de bestaande oplossingen. Deze opbouw haalt een even goede contactgeluidisolatie (laboratoriumwaarde > 20 dB) als een natte zwevende dekvloer van zandcement of calciumsulfaat (anhydriet). Tegelijk is de verbeterde zwevende dekvloer even eenvoudig en snel aan te brengen als de gangbare droge oplossingen met bijvoorbeeld gipsvezelplaten.

Daarnaast heeft deze vloer een geringe massa, die in combinatie met vloerverwarming nagenoeg even snel opwarmt als een systeem met radiatoren. Voordeel van vloerverwarming is dat het een 'lage temperatuur verwarming' (LTV) is, die bij HR-ketels het hoogste rendement geeft en het gebruik van duurzame energiebronnen mogelijk maakt. Toepassing van LTV wordt direct beloond met een gunstiger energie-prestatiecoëfficiënt.

Kortom, een lichte, eenvoudig aan te brengen zwevende dekvloer die bij uitstek geschikt is voor gestapelde woningbouw, zowel nieuwbouw als renovatie.

1.1 Opbouw en materialen

Figuur 1

  • Laag gipsvezelplaat, 2 x 10 mm. Deze kan voldoende hoge belastingen aan voor toepassing in de woningbouw.
  • Plaat van aluminium of verzinkt staal, met sleuven voor de leidingen van de vloerverwarming, ongeveer 0,5 mm. Deze plaat zorgt voor een goede warmteverdeling.
  • Leidingen van de vloerverwarming, rond 12 mm uitwendig.
  • Houtwolcementplaat, 50 mm. Deze dikte biedt ruimte aan de sleuven voor de leidingen van de vloerverwarming, zonder dat de plaat gemakkelijk breekt of beschadigd raakt.
  • Minerale wol, 30 mm. Deze dikte kan oneffenheden in de ondergrond opvangen zonder dat er contactbruggen (akoestische koppeling tussen dekvloer en draagvloer) ontstaan. Een egalisatielaag is daarbij als regel niet nodig, wat goed past in de 'droge bouw'.

Laagdikten
De spouwdikte van in totaal 80 mm zorgt voor de goede contactgeluidisolatie. Een dunnere opbouw zou in de lage frequenties minder goed presteren, terwijl die in de praktijk juist de meeste klachten veroorzaken.

In principe is het mogelijk de dikte van houtwolcementplaat en minerale wol onderling enigszins te variëren, als de spouw maar minstens 80 mm dik blijft. De minerale wol moet minstens 10 mm dik zijn; bij die dikte moet de ondergrond uitzonderlijk vlak zijn om contactbruggen te voorkomen. Voor de houtwolcementplaat zou een dikte van 30 mm in theorie voldoende zijn, maar dan is er weinig ruimte voor de leidingen van de vloerverwarming.

De dikte van de metaalplaat moet nog nader worden onderzocht voor optimalisering van de warmtegeleiding en van het productieproces.

Leidingen van vloerverwarming
Voor de vloerverwarming wordt in de prefab houtwolcementplaat een leidingpatroon aangebracht in de vorm van sleuven. Dat biedt de mogelijkheid om te kiezen uit leidingafstanden van 100, 150 en 200 mm. De plaat wordt geschikt gemaakt voor een leidingverloop in twee richtingen zodat behalve een zigzagpatroon ook een slakkenhuispatroon mogelijk zal zijn.

Overigens biedt een slakkenhuispatroon, dat soms de voorkeur verdient vanwege een gelijkmatige oppervlaktetemperatuur, hier niet veel voordeel. De kleine leidingafstanden maken namelijk zeer lage watertemperaturen (< 35°C) en hoge koeltemperaturen (>18°C) mogelijk, waardoor de temperatuurverschillen over het vloeroppervlak klein blijven.

In een passtrook langs de wand, met een restmaat van 100 tot 300 mm, zou de houtwolcementplaat kunnen worden vervangen door een plaat minerale wol van een harde persing.

Figuur 2
Voorbeeld van een leidingpatroon in een standaardplaat [3dp2, Arnhem, de heer A. Scheltema]. © Panagro

Prefabricage
De opbouw leent zich bij uitstek voor prefabricage. Afmetingen en gewicht moeten zodanig zijn, dat de platen voor één persoon hanteerbaar zijn. Om de passtukken aan de randen van een vertrek te verkleinen, kan voor een tweede (of mogelijk derde) standaardmaat worden gekozen.

Schematische weergave van de zwevende vloer op een draagvloer van kanaalplaten [3dp2 te Arnhem, de heer A. Scheltema]. © Panagro

Alternatieve materialen
In dit onderzoek is uitgegaan van een gipsvezelplaat als dekvloer, maar ook andere materialen komen in aanmerking, zoals multiplex en underlayment. Om in de praktijk dezelfde akoestische kwaliteit te behalen, moet de massa van het plaatmateriaal minstens gelijk zijn aan die van 2 x 10 mm gipsvezelplaat.

1.2 Kenmerken

  • Hoge akoestische prestatie: verbetering van de contactgeluidisolatie met 20 tot 25 dB (in laboratorium gemeten; eventuele flankerende overdracht is niet meegerekend) [1].
  • Vloerverwarming met korte opwarmtijd: de verwarming reageert nagenoeg even snel als een systeem met radiatoren.
  • Vloerverwarming zeer geschikt voor lage-temperatuurverwarming. Deze kan het opwekkingsrendement van HR-ketels verhogen en maakt toepassing van duurzame energie (zoals warmtepomp en zonne-energie) mogelijk.
  • Integrale kostprijs gelijk aan of lager dan die van een vloer van calciumsulfaat (anhydriet) op minerale wol met vloerverwarming.
  • Industriële prefabricage: minerale wol, houtwolcement en metaalplaat kunnen als één pakket op de bouw worden geleverd.
  • Droge montage in slechts twee tot drie arbeidsgangen.
  • Direct beloopbaar na montage.
  • Flexibel bouwproces: de montage gebeurt per woning.
  • Korte doorlooptijd: minstens één woning per dag.
  • Minimale kans op bouwfouten en contactbruggen. Eventuele contactbruggen zijn goed te herkennen, op te sporen en te verhelpen.
  • Geen leidingen in het casco.
  • Eisen aan de vlakheid van de ondergrond niet strenger dan gangbaar.

1.3 Toepassingsgebied

De voordelen van de verbeterde zwevende dekvloer komen vooral tot uitdrukking bij gestapelde bouw, zowel nieuwbouw als renovatieprojecten.

Bij het onderzoek is uitgegaan van een betonnen draagvloer. Maar ook in houtskeletbouw is deze zwevende dekvloer met vloerverwarming toe te passen in woningscheidende vloeren. De akoestische prestaties kunnen voldoen aan het Bouwbesluit (Ico ≥ +5 dB) maar zijn minder dan bij een betonnen draagvloer. Met geringe aanpassingen is de verbeterde zwevende dekvloer ook toepasbaar in natte ruimten.

De vloer kan worden afgewerkt met alle gangbare typen vloerafwerking. Ook harde afwerkingen zoals keramische tegels en parket komen in aanmerking; zij doen geen afbreuk aan de contactgeluidisolatie.

1.4 Productontwikkeling

De verbeterde zwevende dekvloer is als product nog niet commercieel verkrijgbaar. Wel afzonderlijk verkrijgbaar zijn minerale wol, houtwolcementplaat en gipsvezelplaat.

De ontwikkeling richt zich op twee punten:

  • Metalen warmteverdeelplaten, met een sleuf voor de verwarmingsleidingen, zijn standaard alleen verkrijgbaar in tamelijk smalle stroken die zich niet lenen voor prefabricage van de vloerelementen.
  • Het patroon van sleuven dat standaard in de elementen moet worden aangebracht, is nog niet uitontwikkeld. Dit patroon moet het mogelijk maken de verwarmingsleidingen in het gewenste patroon en met de gewenste leidingafstand aan te brengen, nadat de elementen op de vloer zijn uitgelegd.

Enkele producenten en leveranciers zijn in overleg over de wijze waarop het product technisch en commercieel vorm kan krijgen. Naar verwachting kan midden 2004 het eerste (kleinschalige) project in Nederland uitgevoerd worden om de eerste ervaringen op te doen.

Voor industriële prefabricage van standaardelementen zijn investeringen in een productieproces noodzakelijk. Daarom is het voor de leveranciers van groot belang dat er voldoende uitzicht is op een marktvolume waarmee de investering kan worden terugverdiend. Om die reden moeten de keuze en begeleiding van proef- en demonstratieprojecten met zorg gebeuren. Het tijdstip van commerciële introductie is daarom niet definitief vast te stellen.