0

Wilt u deze kennis delen met collega's? Klik dan hier om uw collega's uit te nodigen.

publicatie: Duurzame energie in de woningbouw

1 Inleiding

1 Inleiding

In deze webpublicatie worden vijf verschillende 'duurzame-energie' varianten uitgewerkt voor een viertal woningtypen.

Een variant bestaat uit bouwkundige en installatietechnische maatregelen en voorzieningen die een samenhangend geheel vormen, zodat de woning zowel energetisch als qua comfort, gezondheid, gebruikersgemak en duurzaamheid een toegevoegde waarde biedt aan de bewoner. Op deze wijze wordt zichtbaar wat de bijdrage van duurzame energie kan zijn: méér dan alleen een mogelijkheid voor energiebesparing en CO2-reductie.

Het doel van deze variantenbeschrijving is om de meerwaarde van duurzame energie te illustreren. Duurzame energie is onderdeel van Milieubewust bouwen en wonen. Milieukwaliteit is een van de aspecten waar bewust aandacht aan geschonken kan worden bij het ontwerp van de woning. Dat is niet gekoppeld aan één duurzame energievariant: in principe kan met iedere woningvariant een milieuvriendelijke woning worden gerealiseerd. Daarbij gaat het om de thema's energie, materiaal, water, afval, gezondheid en kwaliteit. (zie 1.1 Milieubewust wonen)

De beschrijving van een variant geeft een eerste indicatie van de mogelijkheden voor de doelgroep. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende uitgangspunten van de doelgroepen. Dus ook eenvoudige varianten met meerwaarde. Niet alle woningvarianten maken gebruik van duurzame energietechnieken omdat het mogelijk is op andere wijze aan de EPC te voldoen.

Richtinggevend voor de gekozen varianten is het laten zien van mogelijkheden van toepassing van zonnewarmte zon PV en warmtepompen naast andere mogelijkheden.

Bij het ontwerp van nieuwe woningen is een goede voorbereiding door de architect samen met de opdrachtgever erg belangrijk (initiatieffase). Afgewogen keuzen ten aanzien van comfort, binnenklimaat, milieukwaliteit en energetische kwaliteit van de woning(en) maken hier onderdeel van uit. In deze fase zal de opdrachtgever keuzes moeten maken die van invloed zijn op de voornoemde aspecten. Hierbij gaat het om: woningtype; bouwsysteem; bouwkundig ontwerp; installatietechnisch ontwerp.

1.1 Milieubewust wonen

Bij milieuvriendelijke woningen gaat het niet alleen om energiebesparing en duurzaam materiaalgebruik maar ook om het tegen gaan van afval, beperken schoon water, realiseren van gezonde woningen en een hoge woonkwaliteit. In de meeste instrumenten waarbij de milieuscore van een woning kan worden bepaald zijn bovenstaande thema's uitgewerkt.

Daarnaast gaat het om thema's als: de inpassing in de omgeving, bereikbaarheid en openbaar vervoer, nabijheid van voorzieningen, individualiteit, schaalgrootte en flexibiliteit.

Milieuambities zijn niet op zichzelf staande keuzes. Ze beïnvloeden elkaar en zijn vaak afhankelijk van andere factoren zoals woonklasse, beschikbaar budget en de mogelijkheden die de omgeving biedt.

Tot 2004 werd milieuvriendelijk bouwen gewaardeerd door de overheid door het verstrekken van subsidies en het geven van fiscale voordelen. Hiervoor is een zogenaamde "Maatlat Groene Financiering" opgesteld. Deze maatlat is gebaseerd op het Nationale Pakket Duurzaam bouwen.

Inmiddels wordt het 'Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen' onder verantwoordelijkheid van SBR omgewerkt naar een DuBo Catalogus. Deze catalogus zal in de loop van 2007 beschikbaar zijn. Over de wijze waarop de catalogus ook dient voor Groenfinanciering is nog niets bekend.

Tegenwoordig komt milieubewust bouwen voor rekening van de opdrachtgever. Duurzaam bouwen is echter niet alleen een kostenpost. Het is voor de ontwerper een ontwerpstrategie gericht op het maken van een kwalitatief uitstekend ontwerp dat zich ook onderscheidt op de milieuthema's.

Afhankelijk van de milieuambities die worden gesteld, kan aan een ontwerp richting worden gegeven.

De milieuambities kunnen worden vertaald in een score met behulp van bijvoorbeeld GPR-gebouw of Greencalc+.

Belangrijke thema's bij Duurzaam bouwen zijn:

  • Energie
    De Energieprestatiecoëfficient (EPC) geeft de energetische kwaliteit van een woning aan: hoe lager hoe beter. Nu geldt volgens het Bouwbesluit een maximale waarde voor de EPC. Dit is EPC ≤ 0,8.
    De EPC is een maat waarmee men kan berekenen hoeveel fossiele brandstof nodig is voor verwarmen, koelen, warmtapwaterbereiding, ventilatoren en hulpenergie. Deze hoeveelheid is echter theoretisch en slechts een indicatie. En niet al het huishoudelijk energiegebruik is onderdeel van de EPC. In de praktijk hangt het werkelijk energiegebruik af van het bewonersgedrag (factor 4). Daarom is het van belang bij de woning een gebruikshandleiding te verzorgen over hoe met de woning moet worden omgegaan. Deze handleiding heeft niet alleen betrekking op de installaties, maar ook op het omgaan met ventilatievoorzieningen.
  • Materialen
    In principe gaat het er om een efficiënt ontwerp te maken waarbij het materiaalgebruik wordt geminimaliseerd, vernieuwbare grondstoffen worden toegepast en zo wordt gedetailleerd dat het onderhoud wordt beperkt.
  • Afval
    Afvalproductie vindt plaats in de verschillende fasen van het bouwproces, tijdens het gebruik en bij de sloop. De belangrijkste items zijn:
    • Voorkom bouw- en sloopafval
    • Scheiding van bouw- en sloopafval ten behoeve van hergebruik of optimalisering verwerken afval
    • Zorg voor voorzieningen in de woning voor gescheiden huisvuil ophalen, compostvak, etc.
  • Water
    • Breng waterbesparende voorzieningen aan
    • Breng regenwater in de grond
    • Voorkom verontreiniging van het rioolwater en het grondwater
  • Gezondheid
    • Geluidwering aanbrengen
    • Zorg voor voldoende ventilatie
    • Beperk radonconcentratie in de woningen
    • Beperk uitstoot schadelijke stoffen uit materialen
    • Beperk stofconcentraties
    • Zorg voor comfort: voorkom temperatuuroverschrijding en pas laag temperatuurverwarming toe
    • Zorg voor voldoende daglichttoetreding en visueel comfort
  • Woonkwaliteit
    • Toegankelijkheid van de woning
    • De minimale afmetingen van gangen, trappen, en verblijf- en gebruiksruimtes
    • Flexibiliteit en toekomstwaarde
    • Sociale veiligheid

1.2 Het bouw(voorbereidings)proces

Kiezen voor een energiezuinige en duurzame woning betekent, dat vanaf de eerste ontwerpschetsen al rekening moet worden gehouden met het resultaat dat men wil bereiken. De beschreven varianten later in deze publicatie, zullen dan ook met name in de initiatief en PvE fase worden gebruikt. In de latere fases van het bouwproces zal meer gedetailleerde informatie nodig zijn, die is te vinden in het Nationaal Pakket (Utiliteitsbouw-nieuwbouw, Utiliteitsbouw-beheer, Woningbouw-nieuwbouw of Woningbouw-beheer), de DuBo Catalogus, de SBR referentiedetails of de websites duurzame energie.

Het bouw(voorbereidings)proces bestaat uit de volgende stappen

  1. Initiatieffase worden keuzes gemaakt voor de ambities voor duurzaam en energiezuinig bouwen. In deze fase neemt men besluiten over het EPC-niveau.
    Een instrument dat men daarbij kan gebruiken is GPR-gebouw. De ambities worden vertaald in concrete uitgangspunten voor het ontwerp en worden daarmee onderdeel in het programma van eisen (PvE).
  2. Bij het opstellen van het PvE houdt men rekening met factoren uit de omgeving zoals bijvoorbeeld de beschikbaarheid van nutsvoorzieningen zoals gas of warmte een warmtenet.
    Bouwkundig is van belang, dat wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor oriëntatie op de zon in verband met de toepassing van passieve zonne-energietechnieken, zonneboilers of PV. Voor warmtepompen is een onderzoek naar de bodemgesteldheid van belang in verband met eventuele keuze voor bodemwarmte als bron. In verband met duurzaam bouwen zijn ook gegevens van belang over gescheiden afval ophalen, de mogelijkheid van compost, het in de bodem afvoeren van regenwater etc.
    Het wordt aanbevolen om alle energie- en duurzaambouwen gerelateerde eisen en uitgangspunten bij elkaar in het PvE onder te brengen, zodat ook duidelijk is wat de doelstellingen zijn en de onderlinge samenhang.
  3. Gedurende het voorlopig ontwerp (VO), het definitief ontwerp (DO) en de besteksfase wordt een ontwerp gemaakt en uitgewerkt. Gedurende deze fasen kan men steeds terugkoppelen naar het programma van eisen om er zo voor te waken dat de eisen ook in het ontwerp worden gerealiseerd.
  4. Tijdens de uitvoering is het van belang, dat de eisen worden gerealiseerd zoals bedacht. Met name moet aandacht worden besteed aan de detaillering. Dit met het oog op luchtdicht bouwen en lineaire warmteverliezen.
  5. Gedurende de gebruiksfase is het van belang, dat de bewoners goed zijn geïnstrueerd en dat er handleidingen zijn over het gebruik van hun huis; dit geldt met name voor het onderhoud en gebruik van ventilatievoorzieningen en van de installaties.

1.3 Bouwkundig en installatietechnisch ontwerp

In een goed ontwerp zijn bouwkundige maatregelen, duurzame energievoorzieningen en installatietechnische voorzieningen goed op elkaar afgestemd zodat een optimale situatie ontstaat tegen zo laag mogelijke kosten en een zo groot mogelijke energiebesparing. Afhankelijk van de omstandigheden en de investeringen en het gewenste kwaliteitsniveau kan men kiezen voor een bepaalde combinatie.

Bouwkundig ontwerp
Ten aanzien van het bouwkundig ontwerp kan gekozen worden voor maatregelen die bijdragen aan een betere energieprestatie. De belangrijkste hiervan zijn:

  • oriëntatie van de woning
  • isolerende kwaliteit van het glas
  • de isolerende kwaliteit van de deur(en)
  • de isolatiegraad van gevel, dak en vloer
    • Standaard moet worden voldaan aan een minimale Rc-waarde van 2,5 m²K/W. Het is bij de meeste bouwsystemen tegen lage investeringskosten relatief eenvoudig om waarden tussen de 3 en 3,5 m²K/W te realiseren. Bij houtbouwsystemen zijn Rc-waarden van 4 tot 5 m²K/W goed mogelijk.
  • de toepassing van zonwering of overstekken om oververhitting te voorkomen
  • het gebruik van passieve zonne-energietechnieken

Installatietechnisch ontwerp
Installatietechnische ontwerpkeuzes hebben betrekking op het systeem dat voorziet in:

  • warmteopwekking (voor ruimteverwarming en/of warm tapwater door middel van een HR-ketel, zonneboiler(combi), of warmtepomp(boiler))
  • de warmteafgifte (ontworpen op hoge temperatuur (HTV) met gebruik van radiatoren of lage temperatuur (LTV) met gebruik van vloer- of plafondverwarming)
  • de ventilatie (op natuurlijke, mechanische of gebalanceerde wijze)

Gemaakte keuzes hebben een belangrijke invloed op het thermisch comfort van de woning, de indelingsmogelijkheden en de uiteindelijke energierekening. Installatietechnische keuzes hebben vaak een directe relatie met het bouwkundig ontwerp en/of het gekozen bouwsysteem.

De keuze van de installatie heeft ondermeer op de volgende punten invloed op het bouwkundig ontwerp:

  • de woningplattegrond; de opstelruimte en locatie van de verwarmingsapparatuur
  • de woningplattegrond in verband met de lengte van de leidinglengtes voor tapwater
  • de massa van de woning in relatie tot het temperatuursysteem (laag-hoog temperatuur)
  • de thermische isolatie (in verband met de capaciteit van de verwarming)
  • de zontoetreding in verband met temperatuuroverschrijding en de eventuele koeling

Voorafgaand aan het ontwerp is het van belang dat er een keuze wordt gemaakt. Dit kan bij voorkeur in het stadium van het Programma van Eisen.

In Nederland wordt het overgrote deel van de woningen gebouwd onder garantie van de stichting Garantie Instituut Woningbouw (GIW). In samenwerking met ISSO heeft het GIW een brochure opgesteld met minimum-eisen waaraan de installaties bij nieuwbouw van een woning moeten voldoen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de website van het GIW.

1.4 Woningtype

Voor deze variantenbeschrijving zijn de volgende woningtypen gedefinieerd.

  • vrijstaande woning
  • 2^1 kapwoning
  • rijwoning
  • appartement (urban villa)

Vrijstaande woning
De vrijstaande woning is een woning voor het middeldure en duurdere koopsegment. Het totale gebruiksoppervlak bedraagt 162 m². De woning heeft een compacte vorm wat gunstig is voor de EPC.

Indeling begane grond: entree, woonkamer, keuken, toilet en garage. Indeling 1e verdieping: overloop, 3 slaapkamers, toilet en badkamer. De woning is voorzien van een ruime zolder met 4e slaapkamer en een hobbyruimte.

2^1 kap/hoekwoning
De 2^1 kap of hoekwoning betreft in dit geval een hoekwoning die gebouwd wordt door Dura Vermeer volgens het PCS-concept. De woningen zijn ontworpen door architect Han van Zwieten BNA te Amersfoort. NB De uit te werken varianten wijken af van het genoemde PCS-concept. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 134 m². Door de uitbouw is de woning minder compact dan de vrijstaande woning. De gevels bestaan voor ruim 20% uit glas.

Indeling begane grond: entree, woonkamer, keuken, toilet en berging. Indeling 1e verdieping: overloop, 2 slaapkamers en badkamer. De woning is voorzien van een zolder.

Rijtjeswoning
De rijtjeswoning betreft in dit geval een projectmatige woning die gebouwd wordt door Dura Vermeer volgens het PCS-concept. De woningen zijn ontworpen door architect Han van Zwieten BNA te Amersfoort. NB De uit te werken varianten wijken af van het genoemde PCS-concept. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 108 m². De gevels bestaan voor 30% uit glas.

Indeling begane grond: entree, woonkamer, keuken en toilet. Indeling 1e verdieping: overloop, 2 slaapkamers en badkamer. De woning is voorzien van een zolder.

Urban villa
De urban villa is conform de SenterNovem Referentiewoningen. De urban villa bestaat uit vier verdiepingen met elk vier appartementen. Op de begane grond zijn de toegang, de bergingen en twee appartementen gesitueerd. In totaal bestaat het gebouw uit 18 appartementen. Het gebruiksoppervlak voor het totale gebouw bedraagt 2.073 m² en 122 m² per appartement.

Een appartement bestaat uit een woonkamer met open keuken, badkamer, hal, 2 slaapkamers en een berging.