0

publicatie: Geluidwering van pannendakconstructies

Woord vooraf

Woord vooraf

Door de omgeving, bijvoorbeeld bij verkeerslawaai, worden extra eisen gesteld aan de pannendakconstructie om de gewenste geluidwering van buiten te bereiken. Dit onderwerp is eerder aan de orde geweest in de SBR-publikatie nr. 146 "Pannendakcontructies; geluidwering voor buitenlawaai", die vooral de technische oplossingen geeft. Omdat in de praktijk blijkt dat de opdrachtgever of de ontwerper juist in een vroeg stadium zich al bewust moeten zijn van een aantal (vuist)regels biedt deze publikatie de ontwerper een aantal mogelijkheden aan, om het ontwerp aan die specifieke eisen aan te passen. Hierbij is het ook van belang dat de uitvoering volgens dit ontwerp plaatsvindt. En niet, zoals veelal gebeurt, dat de aannemer het ontwerp aanpast zodat het makkelijker uit te voeren is.
Gezien de eisen die in artikel 22 van het Bouwbesluit voor geluidwering van buiten worden genoemd, zijn de overwegingen en aandachtspunten die een rol spelen bij het ontwerp en de uitwerking daarvan voor de praktijk ingevuld. Om snel inzicht te verkrijgen in de van belang zijnde punten is de tekst op diverse onderdelen afgesloten met korte samenvattende conclusies. Hoewel hygrisch gedrag zeker van belang is bij akoestische aspecten worden deze aspecten niet specifiek behandeld. Wel wordt in bijlage 2 een overzicht gegeven van de belangrijkste aspecten.

De publikatie is gericht op architectenbureaus met als doel praktische kennis over te dragen aan:

  1. De ontwerpende architect
    De ontwerper vindt in deze publikatie consequenties van ontwerpuitgangspunten voor de geluidwering van pannendaken. Zonder theoretische beschouwingen te geven worden enkele praktische overwegingen die in het ontwerp een rol spelen bij de geluidwering behandeld.
  2. De bouwkundig tekenaar en bestekschrijver
    In de publikatie zijn enkele principeschetsen opgenomen die een basis kunnen vormen voor het werk van de bouwkundig tekenaar en de bestekschrijver. De details zijn geen "must", maar omvatten wel de basisuitgangspunten om te komen tot een goede geluidwering. Zonder merknamen te noemen zijn omschrijvingen aangegeven die van nut kunnen zijn voor een technische omschrijving.
  3. De toezichthouder/opzichter
    In veel bouwkundige constructies blijkt na uitvoering de geluidwering een teleurstellend resultaat op te leveren. Dit komt vooral voor als bepaalde specifieke uitvoeringsdetails anders zijn uitgevoerd dan vereist was voor een goede geluidwering.
    In de praktijk zijn namelijk bepaalde aanpassing: noodzakelijk en het vergt van de toezichthoudokennis om de consequenties hiervan te kunnen overzien. Als zodanig worden summier enkele praktische uitgangspunten aangereikt als uitbreiding op het onderdeel "bouwkundig tekenaar en bestekschrijver".
    Voor de geluidsmetingen wordt verwezen naar NEN 5077:1991.

Het onderzoek is uitgevoerd door ir. J.W. Niggebrugge van Lichtveld Buis en Partners.
De teksten zijn bewerkt door ing. R. ter Stege van Bouwtechniek Ter Stege.

De studiecommissie die het onderzoek begeleidde was ten tijde van het onderzoek als volgt samengesteld:

  • H.W.F.P. Brueren, RBB, Montfoort;
  • mr. S.E.Cozijnsen-Smaal,
    projectmanager, Stichting Bouwresearch, Rotterdam;
  • J.W.M.Peperkamp,
    Tiemstra Nijmegen BV, Nijmegen;
  • ir.Th.W.R.Verkerk,
    Unidek Bouwelementen BV, Gemert.

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door financiële steun van RBB te Montfoort.

Tevens danken wij diegenen die de concepten van commentaar hebben voorzien om uiteindelijk tot het gewenste resultaat te komen.