0

publicatie: Hotspotvrij ontwerpen, bouwen en installeren

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De afgelopen jaren zijn richtlijnen ontwikkeld om de groei van Legionella in leidingwaterinstallaties tegen te gaan. Een belangrijk aspect daarvan vormt het voorkomen van hotspots in de drinkwaterinstallatie en uittapleidingen van warmtapwater. Hotspots zijn plaatsen waar water tot boven 25 °C kan opwarmen.

Volgens het Bouwbesluit en het Waterleidingbesluit moeten alle installaties voldoen aan de algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties in NEN 1006 [1]. De bovengrens van 25 °C is hierin opgenomen

Een trend in de bouw is dat voor alle installaties de leidingen zoveel mogelijk worden weggewerkt in bouwkundige constructies zoals vloeren en wanden, maar ook in plinten, leidingkokers en verlaagde plafonds in gangen. In vrijwel alle situaties leidt dit tot zodanige concentraties van leidingen dat het lastig is om te blijven voldoen aan de eis die gesteld is in NEN 1006.

Plaatsen in woongebouwen waar sprake is van een verhoogd risico van opwarming van waterleidingen, zijn:

  • In vloeren van badruimten;
  • In de buurt van warmteverdeelunits van de CV-installaties;
  • In meterkasten met warmtelevering (stadsverwarming, blokverwarming).

Het risico van opwarming is nog groter in gebouwen met een verhoogd temperatuurregime zoals bejaardenhuizen en verzorgingshuizen.

Aan de gestelde eis uit NEN 1006 [1] kan alleen worden voldaan als hiermee al in een vroeg stadium van het bouwproces rekening wordt gehouden. Te vaak komen adviseurs, installateurs en (bouwkundige) aannemers in latere fasen van het bouwproces in situaties terecht waarin het oplossen van het probleem niet, of slechts nog tegen zeer hoge kosten mogelijk is. Wanneer deze eis in de ontwerpfase is opgelost, resteert echter nog het probleem van de controle op uitvoering en beheer van de leidingwaterinstallatie in latere fasen.
Dit alles pleit voor een integrale benadering waarbij alle betrokken partijen uit zowel de bouw- als de installatiebranche met elkaar in gesprek gaan, om afstemming te bereiken over nieuwe ontwerp- en uitvoeringsrichtlijnen.

1.2 Doelstelling

Deze ISSO/SBR-publicatie beoogt ontwerpers, bouwers, installateurs en gebouwbeheerders op een overzichtelijke manier een handreiking te bieden voor het realiseren van hotspotvrije leidingwaterinstallaties. De publicatie moet dienen als een praktisch hulpmiddel voor alle partijen die betrokken zijn bij de bouw van nieuwe woningen. Het biedt modeloplossingen voor veel voorkomende situaties waarbij hotspots kunnen ontstaan.

1.3 Doelgroep

De publicatie is gericht aan alle partijen die betrokken zijn bij het ontwerpen, bouwen en realiseren van gebouwen. Te weten: architecten, installateurs, adviseurs, bouwbedrijven, projectontwikkelaars, opdrachtgevers en leveranciers.

1.4 Uitgangspunten

Voorkomen van hotspots
Het belangrijkste uitgangspunt van de modeloplossingen is dat ongewenste opwarming van leidingwater wordt vermeden. De richtlijnen uit de LegionellaCode voor woninginstallaties [4] zijn hiervoor geldend.

Koele vloerstroken in dekvloer
De modeloplossingen gaan uit van de situatie waarbij zowel de water- als de verwarmingsleidingen in de dekvloer worden aangelegd. Daarbij wordt voor de waterleidingen een strook vrijgehouden. De controle op het leidingbeloop is gemakkelijker uit te voeren. Voordat de dekvloer wordt gestort kan het leidingverloop van zowel de leidingwater- en de CV-installatie gecontroleerd worden op het niet voorkomen van kruisingen en de minimale afstanden tussen water- en verwarmingsleidingen.

Woningtypen
Modeloplossingen worden geboden voor veel voorkomende woningtypen:

  • Tussenwoning;
  • Galerijwoning;
  • Appartement;
  • Vrijstaande woning.

Bij een groot deel van de woningplattegronden dienden de 'Referentiewoningen Nieuwbouw' van SenterNovem [9] als onderlegger. De plattegronden van SenterNovem zijn - waar nodig - aangepast om het concept koele vloerstroken te ondersteunen.

Verwarmingssystemen
De modeloplossingen zijn toegespitst op radiatorenverwarming omdat daar met koele vloerstroken moet worden gewerkt. Oplossingen voor vloerverwarming worden in de vorm van algemeen geldende aanbevelingen gegeven. Daarnaast wordt kort ingegaan op het systeem van betonkernactivering.

Distributie
In Nederland wordt onderscheid gemaakt in:

  • Verwarming door gasdistributie (individuele CV-ketel);
  • Verwarming door warmtedistributie (blok- of stadsverwarming).

Opmerking: De verwarming door warmtedistributie is niet meegenomen omdat de kennis over het voorkomen van opwarming rondom de leidingschachten in hoogbouw nog onvoldoende is opgenomen in technische richtlijnen.

Voor het transport van de warmte naar de radiatoren is uitgegaan van de toepassing van een tweepijpssysteem:

  • Met CV-verdelers;
  • Zonder CV-verdelers.

Woonzorgcomplexen
Er worden ook modeloplossingen geboden voor de leidingwaterinstallatie van woningen in woonzorgcomplexen. De (bejaarden)woning in dit soort gebouwen wordt niet als een apart woningtype beschouwd. Er wordt wel rekening gehouden met een verhoogd temperatuurregime. De minimale ontwerpbinnentemperaturen uit ISSO-publicatie 51 [5] zijn hiervoor geldend.

1.5 Opzet van de publicatie

Na een overzicht van de wettelijke eisen en technische voorschriften, wordt het ontwerp-, bouw-, en installatieconcept op hoofdlijnen uiteengezet in hoofdstuk 3. De organisatie van het concept koele vloerstroken wordt in hoofdstuk 4 besproken, samen met de belangrijkste handelingen per fase. De organisatie valt uiteen in een ontwerp-, uitwerking-, en realisatiefase. In de hoofdstukken 5, 6 en 7 wordt elke afzonderlijke fase uitvoerig uiteengezet en begeleid met modeloplossingen.
In de publicatie wordt veelvuldig verwezen naar twee tabellen uit de LegionellaCode [4]. In deze tabellen kan voor toepassing van radiatoren- en vloerverwarming onder meer worden afgelezen wat de minimale afstand moet bedragen tussen water- en verwarmingsleidingen. De tabellen zijn opgenomen in de bijlagen. Daarin bevindt zich ook een samenvatting van het onderzoek dat voorafging aan deze publicatie, en enkele voorbeelden van bestekteksten.