0

publicatie: Kansen in de civiele techniek-deel 2

Voorwoord

Voorwoord

Dit rapport bevat een 14-tal case studies over het gebruik van risico-analytische methoden in de civiel technische praktijk.

Risicobeheersing speelt in toenemende mate een rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. De praktijk vraagt om methoden en technieken - en een zekere standaardisatie daarvan- voor analyseren van risico's, en voor juiste maatregelen om de risico's uit te sluiten of op zijn minst beheersbaar te maken. In het werkveld van de civiele techniek kwam dit weer naar voren bij een van de laatste en grootste waterbouwkundige werken in ons land, de Maeslantkering. De vele debatten tussen opdrachtnemer en opdrachtgever over aspecten van het ontwerp en uitvoering van de kering waren aanleiding om de nieuwe inzichten en ervaringen goed toegankelijk vast te leggen voor toekomstig gebruik. Opdrachtgevers, bouwers en onderzoekers namen het initiatief voor het samenstellen van een handboek. Een handboek waarin de state of the art van het probabilistisch ontwerpen met zoveel mogelijk van de in Nederland beschikbare kennis werd vastgelegd en waarin werd verwezen naar de achterliggende bronnen fungerend als wegwijzer bij in de toekomst uit te voeren werken.

In 1997 zag dit boek het Iicht als CUR 190 "Kansen in de civiele techniek". Het boek geeft een overzicht van de theorie van de betrouwbaarheidsanalyse en de risicoanalyse in de civiele techniek, doch ook elementen van de technieken die benut worden bij het analyseren van chemische installaties staan erin, evenals gedachten over het aanvaardbare risiconiveau en de er achterliggende theorie van beslissen onder onzekerheid. Het boek dient als leerstof voor het Yak Probabilistisch Ontwerpen aan de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de TU Delft en is mede daardoor wijd verspreid. Ook vormde het de basis voor een drietal Post-Academische cursussen.

Deze Post-Academische cursussen vormden de springplank voor het realiseren van een ambitie die groeide tijdens het schrijven van het boek. De schrijversgroep wilde graag een tweede deel tot stand brengen, dat de toepassing van de theorie uit deel 1 "Kansen in de civiele techniek" in een groot aantal werkvelden binnen en rondom de civiele techniek toonde. Door aan de Postacademische cursussen een een-daags symposium toe te voegen, waar mensen uit de praktijk case studies presenteerden, ontstond een bundel beschrijvingen waaruit geput kon worden voor een tweede deel. Uit deze verzameling aangeleverde casestudies is nu, vijf jaar na het verschijnen van het eerste deel, een tweede deel samengesteld. De geselecteerde verhalen bestrijken niet alleen het ontwerp, maar ook de uitvoering en het onderhoud van civiel technische werken. De toepassing van probabilistische methoden in het ontwerp is bekend, maar de bijdragen over de Ekofisk beschermingswand, het Transport van tunnelelementen over zee en de Evaluatie van ramingsstijgingen bij tunnels en aquaducten geven aan dat ook de uitvoering veel baat

kan hebben van de moderne inzichten. In bijdrage over Golfbrekers worden ontwerp en uitvoering zelfs met succes in samenhang bestudeerd en het verhaal over Onderhoudsoptimalisatie toont ook de probabilistische integratie met onderhoud.

In het hoofdstuk over de Oosterschelde stormvloedkering wordt de uitdaging van prof. Ir. W.R. de Sitter aangenomen. Hij heeft in het tijdschrift Cement ooit geponeerd dat de probabilistische methoden hun waarde maar eens moesten bewijzen door niet alleen uitspraken te doen over faalkansen bij zeer zeldzame belastingen, maar ook door de passing van prefab gebouwdelen tijdens de assemblage te garanderen. De succesvolle beheersing van maatafwijkingen bij de stormvloedkering Oosterschelde is dat bewijs.

In veel gevallen is voor het functioneren van civiel technische werken behalve een goede constructie ook een betrouwbare werking van mechanische bewegingswerken en de menselijke organisatie nodig. Een zeer innovatieve benadering van de betrouwbaarheid van bewegingswerken wordt geschetst in het gelijknamige hoofdstuk. De statische, de dynamische en de betrouwbaarheidsanalyse worden daar in een gang uitgevoerd.

De invloed van het falen van de mens en de menselijke organisatie wordt in het hoofdstuk over Mens-machine systemen bestudeerd.

In het hoofdstuk over de Veiligheid van de kernenergiecentrale Borssele wordt de toepassing van het probabilistische gereedschap op een dergelijk complex systeem van bouwwerken, mechanische installaties en mensen getoond.

Tegenwoordig bestaat er veel maatschappelijke belangstelling voor de veiligheid van mensen die op enigerlei wijze betrokken zijn bij het functioneren van grote technische systemen. Het betreft hier zowel de werknemers als de gebruikers als derden die zonder er veel mee te maken te hebben, in de omgeving verkeren. Bij chemische installaties en kernenergiecentrales is de veiligheid van de omwonenden van oudsher een zorg. Hier ligt de oorsprong van het Externe Veiligheidsbeleid van het Ministerie van VROM.

De veiligheid van passagiers en omwonenden is heden ten dage ook een zorg bij de aanleg en uitbreiding van Juchthavens en hogesnelheidslijnen. In de hoofdstukken Methoden en modellen voor externe veiligheid bij luchthavens en Spoortunnels HSLZuid wordt de aanpak van deze problematiek uiteengezet.

In het geheel genomen biedt deel twee dus een heel scala van praktijkproblemen waar de probabilistische methoden en de theorie van besluitvorming onder onzekerheid succesvol zijn toegepast. Door steeds het verband te leggen tussen de details van de toepassing in elk hoofdstuk en de theorie van deel 1 is voor de hedendaagse praktijk een goed bruikbaar handboek gereed gekomen, dat tevens een rijke inspiratiebron zal vormen voor de oplossing van ontwerp- en veiligheidsvraagstukken in de toekomst.

De publicatie is uitgebracht onder verantwoordelijkheid van CUR-commissie E 10
'Risico-analyse'.
Prof.drs.ir. J.K. Vrijling, voorzitter, TU Delft Faculteit der Civiel Techniek
Dr. BJ.M. Ale, RIVM
Ir. L. de Bruyn, Ballast Nedam International
Dr. K.G. Bueno de Mesquita, IBAS Consultancy B.V.
Dr.ir. P.H.A.J.M. van Gelder, TU Delft Faculteit der Civiele Techniek
Ir. J.P.F.M. Janssen, Bouwdienst Rijkswaterstaat Waterbouw Innovatie Steunpunt
Ir. M.T. van der Meer, Fugro Ingenieursbureau B.V.
Ir. J.M. Nederend, Aveco de Bondt bv
Ir. R. W. van Otterloo, KEMA
Prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder, TU Delft
Prof.ir. A.C.W.M. Vrouwenvelder, TNO Bouw
Ir. J.F.M. Wessels, LIoyd's Register
D. van den Brand, Ministerie van V&W DGG, afd. Lading en Risicobeleid(VL)
Prof.ir. J. Stuip, coordinator, Stichting CUR
Prof.dr.ir. J.F. Agema, mentor, Stichting CUR

De werkzaamheden van het samenstellen en redigeren van het handboek met voorbeelden uit de praktijk werd begeleid door een werkgroep bestaande uit:
Prof. Drs. Ir. J.K. Vrijling, Voorzitter, TU-Delft, Faculteit der Civiele Techniek
Dr. Ir. P.H.A.J.M. van Gelder, Eindredacteur, TU-Delft, Faculteit der Civiele Techniek
Dr. K.G. Bueno de Mesquita. IBAS Consultancy B.V.
Ir. H.K.T. Kuijper, ARCADIS
Ir. J.M. Nederend, Aveco de Bondt bv
Drs. A. Roos, Rijkswaterstaat Dienst Weg- en Waterbouwkunde
Ir. GJ. Verkade, coordinator Stichting CUR

Dit boek is tot stand gekomen dankzij de bereidheid van 14 auteurs die hun case studies geheel belangeloos ter beschikking hebben gesteld, waarvoor onze dank. Tevens danken wij de student assistenten, Wouter v.d. Wiel, Jaap Korf, Wen Wang, en Jan Willem Vrolijk, alien van TU Delft, voor het bewerken van de teksten voor opname in dit boek. De CUR spreek verder haar dank uit aan dr. ir. P.H.A.J.M. van Gelder TU-Delft Faculteit der Civiele Techniek die de eindredactie op zich heeft genomen. Tot slot een woord van dank aan Rijkswaterstaat Dienst Weg en Waterbouwkunde en Bouwdienst die door een financiele bijdrage het samenstellen en uitbrengen van deze publicatie mogelijk maakten.

April 2002 - Het bestuur van de CUR