0

publicatie: Rapport 85:Scheurvorming door krimp en temperatuurwisseling in wanden

Voorwoord

Voorwoord

Dit rapport bevat een verslag van een onderzoek, verricht door commissie C 20 "Vermijden van hinderlijke scheurvormingten gevolge van krimp en temperatuurwisselingen" .
Scheurvorming is reeds vele malen onderwerp van studie geweest, echter ten aanzien van maatregelen ter beperking van het type zoals hier bedoeld, is nog te weinig bekend. Vooral over het effect van extra wapening op de scheurvorming bestaat verschil van inzicht. De commissie heeft op dit punt zowel theoretisch als experimenteel onderzoek verricht en een methode voor het berekenen van de te verwachten scheurwijdte aangegeven. De methode is toegelicht in de vorm van rekenvoorbeelden. Met deze publikatie zijn uiteraard niet alle problemen opgelost, echter de commissie hoopt hiermee bij te dragen in het inzicht in de problematiek.

Bij het beëindigen van de werkzaamheden was de samenstelling van de commissie:

ir. A. J. CHR. DEKKER, voorzitter
ing. H. STOFFERS, secretaris
ir. A. B. M. VAN DER PLAS
ir. B. P. RIGTER
ing. J. C. SPOOR
ir. W. C. VIS
ir. J. G. HAGEMAN, mentor

Ten opzichte van de oorspronkelijke samenstelling heeft de commissie enkele wijzigingen ondergaan. Ir. M. DE WATER trok zich in. 1974 terug uit de commissie en werd opgevolgd door ir. B. P. RIGTER. In 1973 trad ing. H. STOFFERS tot de commissie toe als opvolger van de toenmalige secretaris, ir. W. H. DEN BRABANDER die zich in 1976 ook als lid terugtrok. Eveneens in 1976 leed de commissie een ernstig verlies door het overlijden van het commissielid ing. J. BOON.
Het onderzoek is uitgevoerd bij het Instituut TNO voor Bouwmaterialen en Bouwconstructies. Het experimentele gedeelte stond destijds onder leiding van ing. J. BOON , ir. W. H. DEN BRABANDER en ing. H. STOFFERS. Het theoretische gedeelte is uitgevoerd door ing. H. STOFFERS.

Het rapport is geschreven door ing. H. STOFFERS met uitzondering van bijlage B die door het commissielid ir. B. P. RIGTER is geschreven. Deze bijlage bevat een theoretische scheurvormingsbeschouwing vanuit een enigszins andere gezichtshoek als in het eerste gedeelte van het rapport is gehanteerd.

november 1978 De Stichtichting Commissie yoor Uitvoering van Research