0

publicatie: Hechting aan beton

voorwoord

Voorwoord

In 1979 werd een eerste fase van onderzoek in het kader van het Marien Technologisch Speurwerk (MaTS) van de Industriële Raad voor de Oceanologie (IRO) afgesloten met de presentatie van rapporten van een zevental preadviescommissies van de CUR-VB. In deze rapporten werden aanbevelingen geformuleerd voor het verrichten van onderzoek met betrekking tot de duurzaamheid van beton in marien milieu. Nadat een omvangrijk onderzoekprogramma, gebaseerd op de aanbevelingen van de preadviescommissies, was opgesteld, werd in 1980 CUR-onderzoekcommissie B 30 "Duurzaamheid van betonnen offshore constructies" ingesteld.

De huidige samenstelling van deze commissie is als volgt:

ir. W. R. DE SITTER, voorzitter
ing. A. H. BEENHAKKER, secretaris
ir. J. J. EBERWIJN
ing. K. VAN DER HEIDE
ir. P. KIEFT
prof. Dr.-Ing. H. W. REINHARDT
ing. A. C. VAN RIEL
ir. J. TONNISEN
ing. C. D. DE WAAL
ing. N. G. B. VAN DER WINDEN
prof. ir. CH. J. Vos, mentor

Tussen 1979 en 1984 hebben ook drs. A. R. Kop, dr. J. G. MEYER, ir. R. VELLEMA en ir. A. A. M. VAN DE WIJDEVEN deel uitgemaakt van de commissie.

Tegelijkertijd met het instellen van onderzoekcommissie B 30 werden vier subcommissies ingesteld,
te weten:

subcommissie B 30A "Materiaalgedrag beton"
subcommissie B 30B "Materiaalgedrag staal"
subcommissie B 30C "Inspectie en bewaking"
subcommissie B 30D "Reparatie en bescherming"

Een van de onderwerpen uit het programma was het uitvoeren van onderzoek naar de hechting aan beton van onder water aangebrachte, cementgebonden reparatiespecies.

Dit onderzoek is begeleid door subcommissie B 30D, waarvan de huidige samenstelling luidt:

ir. P. KIEFT, voorzitter
ing. A. H. BEENHAKKER, secretaris
J. M. BALM
ing. G. A. BRANDT
ing. B. G. TEN DAM
ir. G. M. SLUIMER
ing. S. WIEGERS

Drs. J. VAN SCHOOTEN is in 1984 uit de commissie getreden en opgevolgd door ir. G. M. SLUIMER. Als deskundigen namen tevens aan het commissiewerk deel: ing. C. HANSEN, R. COORENGEL en (tot 1983) ing. P. BOONE.

De onderzoeken werden uitgevoerd bij het Instituut TNO voor Bouwmaterialen en Bouwconstructies (IBBC-TNO), de hoofdgroep Maatschappelijke Technologie TNO (MT-TNO), afdeling Biologie en het Verfinstituut TNO. De leiding van het onderzoek berustte bij ir. P. D. STEIJAERT (IBBC-TNO) voorwat betreft de betontechnische aspecten en bij
ir. J. F. DE KREUK (MT-TNO) voor de deelonderzoeken met betrekking tot biologische aangroei en het voorkomen daarvan. Laatstgenoemd onderdeel werd verzorgd door de heren F. W. KIELHORN en J. J. HINK van het Verfinstituut TNO. De tekst van het rapport is opgesteld door ir. P. D. STEIJAERT en ir. J. F. DE KREUK.
In samenwerking met Rijkswaterstaat werd semi-praktijkonderzoek verricht op het werkeiland Neeltj e Jans van de Oosterscheldewerken, omdat bij de genoemde dienst ten behoeve van de stormvloedkering behoefte aan soortgelijk onderzoek bestond.

Ten slotte spreekt de CUR haar dank uit aan het Ministerie van Economische Zaken, Rijkswaterstaat en Shell Internationale Petroleum Maatschappij B.V. voor de financiële bijdragen die dit onderzoek mede mogelijk hebben gemaakt.

september 1986 Het bestuur van de CUR