0

publicatie: Rookverspreiding en warmteoverdracht bij brand

Woord vooraf

Woord vooraf

Brandveiligheid is al jaren een vakgebied dat sterk in de belangstelling staat. Door de enorme ontwikkelingen in de automatisering heeft het computergesteund modeldenken de laatste jaren een grote vlucht genomen. Het ligt voor de hand te onderzoeken waar het modeldenken op het terrein van de brandveiligheid zijn bijdrage kan leveren. Dit was voor Stichting Bouwresearch in 1991 voldoende reden het Centrum voor Brandveiligheid TNO te vragen het gedrag van rook bij een niet-volledig ontwikkelde brand in grote, met name hoge, ruimten te onderzoeken door middel van een in die periode tot ontwikkeling gebracht computerveldmodel, VESTA genaamd.

Hoewel technici vooral gericht zijn op feitelijke informatie, en dus op de rekenmethode en de resultaten daarvan, willen wij ook uw aandacht vragen voor de historische ontwikkelingen zoals ze in het eerste hoofdstuk zijn geschetst. De resultaten van de voor u liggende studie worden daarmee volledig in de juiste context geplaatst. Tevens ligt hierin onze verwachting besloten dat het ontwikkelde rekenmodel binnen niet te lange tijd zal kunnen draaien op uw "zoveelste" generatie desktop computer, terwijl dit momenteel alleen nog mogelijk is op een fors mainframe. De zich in hoog tempo ontwikkelende PC-markt geeft voldoende grond aan deze verwachting. Toekomstige ontwikkelingen aan het VESTA-model moeten naar onze mening daarop gericht zijn en wellicht zal een volgende oplage van deze publikatie reeds vergezeld gaan van een CD-ROM of iets dergelijks.

Mensen die dagelijks bezig zijn met het formuleren van eisen die aan bouwplannen dienen te worden gesteld of zij die "aan de andere zijde van de tafel" die bouwplannen ontwikkelen, zullen opmerken dat de tot nu toe gevolgde vuistregels en de daarop gebaseerde regelgeving verder zijn gepreciseerd. Dit kan tot gevolg hebben dat de huidige erkende grenzen iets kunnen worden verlegd. Voor bijvoorbeeld de projectering van rookmelders op grote hoogte is dit van belang. Naar onze mening mogen deze nieuwe inzichten geen weerstanden oproepen maar moeten zij worden verwelkomd als het resultaat van verbeterde berekeningsmethoden. Een betere aanbeveling voor de bestudering van het voor u liggende rapport dan de in de conclusies samengevatte resultaten, kunnen wij niet bedenken. De studie werd begeleid door een enthousiaste en deskundige groep mensen. De begeleidingscommissie was ten tijde van het gereedkomen van het onderzoek als volgt samengesteld:

ing. H. Dommerhold,
European Fire Protection Cons.B.V. Bilthoven

ir.R.C.Dorgelo,
Stichting Bouwreserach, Rotterdam, projectmanager

dr. ir. R.A.F. Hamerlinck,
Staalbouw Instituut Rotterdam

ir. P.H.E. van de Leur,
TNO Bouw Delft, rapporteur

ir. N.J. van Oerle,
TNO Bouw Delft, rapporteur

T. van de Plas,
Hillegom

ing. C.A. de Raadt,
Rockwoll/Rockfon B.V., Roermond

ing. H.C. Roel,
Coman Raadgevende Ingenieurs B.V., Utrecht

ir. P.K. van der Schuit,
Stichting IKOB, Barneveld

ir. J. Sterk,
TBBS, Baarn

ing. G.W. Straatsma,
Ministerie VROM Den Haag

L. Witloks,
Ministerie van Binnenlandse Zaken, Den Haag

De soms zeer geanimeerde en heftige discussies tussen de rapporteurs en de begeleidingscommissie hebben de waarde van de studieresultaten aanwijsbaar verhoogd, vooral waar het de praktische toepasbaarheid betreft.
Het was voor mij een genoegen als voorzitter van de commissie betrokken te zijn bij het gehele begeleidingsproces. Mijn dank gaat, mede namens Stichting Bouwresearch, uit naar iedereen die bij de totstandkoming van deze uitgave op enigerlei wijze was betrokken.

ing. H.C. Roel
voorzitter begeleidingscommissie