0

publicatie: Schimmels de baas?

1 Vocht en schimmels in bestaande en nieuwe woningen

1 Vocht en schimmels in bestaande en nieuwe woningen

Schimmelgroei in woningen is onlosmakelijk verbonden met vocht. In 1991 inventariseerde het Ministerie van VROM de kwaliteit van het Nederlandse woningbestand. Volgens dat onderzoek bleek ruim 19% van de woningen last te hebben van vocht en schimmels.
Het negatieve effect van schimmels in woningen op de volksgezondheid is inmiddels in brede kringen bekend. Met name CARA-patiënten kunnen veel hinder ondervinden van stoffen die via schimmels in de lucht worden gebracht. Bovendien speelt de gevoeligheid van bewoners voor allergieën een rol.

Natte en droge verblijfsruimten
Problemen met vocht en schimmels doen zich niet alleen voor in bestaande woningen. Ondanks betere bouwmethoden en -materialen komen schimmels ook voor in een substantieel deel van de nieuw gebouwde woningen. In beide situaties zijn er soms duidelijk aanwijsbare oorzaken die samenhangen met gebreken in ontwerp, uitvoering of onderhoud. In andere gevallen wordt een relatie gesuggereerd met energiebesparende maatregelen. En ook de bewoner zelf krijgt nogal eens de schuld.
Berucht zijn de mogelijke effecten van de 'nationale kierenjacht' op het binnenmilieu. Dat wordt al snel te vochtig in 'potdichte' woningen. Een dankbaar klimaat voor schimmels. De bewoner krijgt dan het advies meer te ventileren. Een handeling die echter in strijd is met maatregelen en adviezen om energie te besparen.

Een nadere analyse toont aan dat schimmels ook in woningen en woonruimten voorkomen die gemiddeld als droog worden gekwalificeerd. Blijkbaar kan een kortstondige waterdampproduktie, mogelijk in samenhang met vochtaccumulatie in het materiaal, aanleiding geven tot de groei van schimmels in het binnenmilieu. Het gegeven dat 60% van dergelijke problemen in Nederlandse woningen betrekking heeft op schimmels in badruimten (ook inpandig!) en 40% in slaapkamers, versterkt deze veronderstelling.

Afwerkmaterialen tot nu toe onderbelicht in discussie over voorkomen en bestrijden van schimmels in woningen.

Microscopische opname (Low temperature SEM) van een PeniciIlium chrysogenum, een veelvoorkomende schimmel in het binnenmilieu. Foto: dr. RA Samson, Centraal Bureau voor Schimmelcultures, Baarn.
Foto koudebruggen op pagina 13 ('B')simulatie Dakadvies (BDA).
Overige foto's en figuren TNO Bouw.

Uitgangspunt van de brochure
Als de schil van een woning lek is, zal deze vocht doorlaten. Hierdoor ontstaat een microklimaat dat gunstig kan zijn voor schimmelgroei op daarvoor gevoelige plekken. Een goed ontwerp, zorgvuldig gedetailleerd en uitgevoerd volgens de Nederlandse bouwregelgeving, moet dergelijke problemen voorkomen. Daarnaast kan voldoende en goed uitgevoerd onderhoud van buiten binnendringend vocht tegengaan. Problemen ten gevolge van optrekkend vocht, regendoorslag en lekkage wijzen op fouten in ontwerp, uitvoering en/ of onvoldoende onderhoud. Deze factoren blijven in deze brochure verder buiten beschouwing.
Vocht ontstaat in iedere woning door ondermeer koken, wassen en via de planten in huis. Ook bij het ademhalen komt vocht vrij. Een gezin van vier personen produceert als gevolg van normale woonactiviteiten in een etmaal gemiddeld tien liter waterdamp. In de woning is het daarom gewoonlijk vochtiger dan daar buiten. Wanneer de vochtigheid van de binnenlucht voldoende hoog is, kan er op de plafonds of op de wanden een gunstig klimaat voor schimmels ontstaan. Dit hangt mede af van de constructie van het gebouw, de installatie, het bewoners gedrag en van het dunne afwerklaagje op plafonds en wanden bestaande uit behang, verf of pleister. De interactie tussen deze factoren is vaak zo complex dat conflicten ontstaan. Juist de afwerklaag kreeg tot nu toe weinig aandacht.
De brochure benadrukt het grote belang van dit aspect en geeft een handzame samenvatting van de resultaten van een onderzoek naar de groei van zogeheten 'oppervlakteschimmels' op bouw- en afwerkmaterialen in het binnenmilieu.

Voor wie is deze brochure bestemd?
De brochure is primair bestemd voor ontwerpers, uitvoerders en beheerders van woningen(-complexen), technisch medewerkers bij woningbouwverenigingen en niet in de laatste plaats de bewoners zelf. De aanbevelingen ter bestrijding van schimmels in de woningbouw richten zich op het ontwerp, de uitvoering, de bewoning en het beheer.