0

publicatie: Sprinklers en rookventilatie

Woord vooraf

Woord vooraf

Sprinklerinstallaties en rook- en warmteafvoersystemen worden beide veelvuldig toegepast in het kader van de actieve brandbeveiliging van gebouwen. Elk van deze systemen heeft zijn eigen merites. In het algemeen worden zij niet gezamenlijk toegepast binnen één gebouw, omdat:

  1. de toename in veiligheidsniveau (wellicht) niet opweegt tegen de kosten van de gezamenlijke voorzieningen, en
  2. de vrees bestaat dat een automatisch bediend rook- en warmteafvoersysteem de sprinklerwerking vertraagt en anderszins in zijn goede werking hindert.

Dit laatste punt heeft er onder meer toe geleid dat in het 'Voorschrift voor Automatische Sprinklerinstallaties', het toepassen van een automatisch Rook- en Warmteafvoersysteem (RWA) in combinatie met een automatische sprinklerinstallatie niet wordt toegestaan, waarbij een certificaat voor de sprinklerinstallatie niet wordt toegekend.

Er bestaat grote onduidelijkheid over de vraag in hoeverre de genoemde vrees terecht is, en dus: of (en zo ja onder welke omstandigheden) gezamenlijke toepassing van sprinklers en een Rook- en warmteafvoerinstallatie zinvol is. Deze onduidelijkheid heeft geleid tot soms heftige discussies.

In het buitenland zijn diverse onderzoeken gedaan over dit onderwerp. De resultaten daarvan zijn echter niet ondubbelzinnig, en bovendien slecht toegankelijk.

Deze studie poogt in de heersende verwarrende discussie enige klaarheid te brengen. Het is een studie van de SBR-commissie 10-14 'Brandveiligheid'. De commissie verwacht dat de publikatie zal leiden tot een verbetering in de argumentatie rond de keuzen m.b.t. de in gebouwen te installeren actieve brandveiligheidsmaatregelen.

Waar op het gebied van sprinklers ook in Europa vrij strikte richtlijnen bestaan, is het een handicap dat voor RWA systemen nog geen uniformiteit bestaat in berekeningsmethoden, projectering en kwaliteitsgaranties.

Het onderzoek werd uitgevoerd door de heer ir. P.H.E. van de Leur van het Centrum voor Brandveiligheid TNO.

ing. W. H. Bekkers, voorzitter studiecommissie

Ten tijde van het verschijnen van de publikatie was de commissie als volgt samengesteld:

ing. W.H. Bekkers, voorzitter,
Vroom en Dreesmann Nederland B.V. Amsterdam

ir. P.K. v.d. Schuit, studiecoördinator,
Stichting Bouwresearch, Rotterdam

G. Hagen,
Bureau voor Bedrijfs- en Brandveiligheid, Harderwijk

ir. R.A. de Heer,
DHV, Amersfoort

ir. D. van Mourik,
Van Mourik Vermeulen Architecten B.V., Den Haag

ir. Th.M. Noorman,
Bouwcentrum, Rotterdam

ing. H.C. Roel,
Crooijmans Raadgevende Ingenieurs B.V., Utrecht

ir. J.W. Scherjon,
Gemeente Brandweer afdeling preventie en preparatie, Den Haag

ir. J. Sterk,
TBBS, Baarn

ing. R. Taal,
Gemeente Brandweer afdeling preventie, Rotterdam

ir. L. Twilt,
TNO-Bouw Centrum voor Brandveiligheid, Rijswijk

L. Witloks,
Ministerie van Binnenlandse zaken, dir. Brandweer, Den Haag

Rapporteur:

ir. P.H.E. van de Leur,
TNO-Bouw Centrum voor Brandveiligheid, Rijswijk