0

publicatie: Veilig vluchten uit gebouwen - deel 2

1 Woord vooraf

1 Woord vooraf

Spectaculaire branden met veel slachtoffers lijken altijd vér weg. Seoul (Korea):120 doden in de metro (2003), of Asunción (Paraguay): 464 doden in een supermarkt (2004). Vaak blijkt achteraf dat het bij dergelijke branden met de vluchtroutes niet goed zat. Zelfs opzet, zoals dichtgelaste nooddeuren en hangsloten, komt voor. Ook bij de brand in Volendam (2001) ging het niet goed met de vluchtroutes. Van de 300 vluchtenden bleken er slechts 10 de twee nooduitgangen te hebben gebruikt, terwijl het gedrang bij de gewone uitgang 3 doden en vele gewonden kostte.

Gelukkig gaat het ook vaak goed. Bij een beginnende brand op de 23ste verdieping van het hoogste gebouwencomplex in Nederland (2002) bleek het nuttig effect van frequent oefenen met ontruiming. Ongeveer 3000 mensen moesten het complex na brandmelding verlaten en binnen de genormeerde tijd bleek dat zonder letsel goed te kunnen.
Het ging ogenschijnlijk ook goed bij de ontruiming van een ziekenhuis (2004) te Haarlem, maar wél ternauwernood. Overal viel het licht uit, ook in de operatiekamers. De noodverlichting werkte niet, evenals de aggregaten, terwijl een trappenhuis vol rook stond. 'Alles was donker', aldus het hoofd BHV.

Maar niet alles hoeft goed te blijven gaan. Frequent komt bij inspecties naar voren dat het opzettelijk fout zit met de vluchtroutes. Ook in Nederland komen nooddeuren voor die zijn dichtgelast of met kettingen en hangsloten zijn afgesloten (meestal tegen inbraak en insluiping). Maar ook zijn er nooddeuren die slechts een neusbreedte kunnen worden geopend omdat er op het belendende perceel gewoon tegenaan is gebouwd. Vooral bij oudere schoolgebouwen, buurthuizen en dergelijke valt dat op. Vanwege een te krap budget of met als credo 'we gaan over een paar jaar toch nieuw bouwen', wordt er niets gedaan.

Na de Volendamse ramp is er een veelheid aan beleidsactiviteiten rond veiligheid opgestart. Maar een integrale praktijkrichtlijn voor het veilig vluchten uit gebouwen is er nog steeds niet. Een Nederlandse Technische Afspraak (NTA) van NEN voor ontruiming is een mooie aanzet, maar het blijft papier als je niet oefent. Bij gebrek aan opvangcapaciteit moet in een school volgens de bouwregelgeving met de (soms meer dan 1000) leerlingen gefaseerd worden ontruimd. Hoe doe je dat precies? En als daarbij dan ook nog eens het licht uitvalt, wat dan?

Het is dus de hoogste tijd voor harmonisatie van het vele papier rond het veilig vluchten uit gebouwen. Er moet concreet worden overgegaan tot het maken van een passend - voor iedereen bruikbaar - preventie-instrument. Het frequent oefenen dient daarin een belangrijk onderdeel te zijn.

Gebouweigenaren en -gebruikers moeten zich ondertussen niet in afwachting van meer duidelijke documenten passief gaan opstellen. Ze moeten zelf aan de slag. Dat wordt zelfs wettelijk aangescherpt. De eigen verantwoordelijkheid van burgers en ondernemers voor gebruik en staat van onderhoud van het gebouw, maar ook voor veiligheid en gezondheid, is de hoeksteen van de aangepaste Woningwet 2005. De Arbowet ging daarin al voor. Hiermee zijn alle partijen die een rol spelen bij het veilig kunnen vluchten aan slag. Dat zijn naast de gebruikers, de ontwerpers, bouwers, installateurs, adviseurs, regelgevers en handhavers.

Deel 1 - Een verkenning en inventarisatie.
De allereerste stap is de risico-inventarisatie, met daarbij de vragen welke onderwerpen bij het vluchten uit gebouwen direct of indirect een rol kunnen spelen, welke regelgeving daarop van toepassing is, om vervolgens te bepalen wat daarnaast nog ontbreekt om tot een planmatige aanpak te kunnen komen. Een groot deel van die vragen, ofwel 'wat komt er allemaal bij het veilig kunnen vluchten kijken?', wordt beantwoord in deel 1 van de SBRpublicatie 'Veilig vluchten uit gebouwen - Een verkenning en inventarisatie'.

Deel 2 - Oplossingsrichtingen in de praktijk
Voor de daarop volgende, meer concrete stap naar de praktijkgerichte uitwerking, worden in dit tweede deel van 'Veilig vluchten uit gebouwen' op beknopte wijze alle meer praktische zaken rond het vluchten uit gebouwen toegelicht. Als bronnen hiervoor fungeerden de actuele wet- en regelgeving, toelichtingen, discussiestukken, normen en praktijkrichtlijnen, alsmede handreikingen van brandweer- en brancheorganisaties. Aan de hand van dit tweede deel kan op relatief eenvoudige wijze het ontwerp voor een programma van eisen voor het veilig vluchten uit gebouwen worden samengesteld.