0

1 Duurzame Grond- Weg- en Waterbouw door samenwerking

1 Duurzame Grond- Weg- en Waterbouw door samenwerking

Inleiding

Steden en dorpen zijn de plekken waar wij wonen, werken, ondernemen en onze vrije tijd doorbrengen. De stad is de motor van onze economie. Een goede kwaliteit van de leefomgeving van steden en dorpen en hun buitengebeden is daarom voor ons essentieel. Deze kwaliteit staat onder druk.
De regionale overheden hebben ieder hun ambities vastgelegd in de coalitieakkoorden en in gemeentelijke structuurvisies. Samenvattend zijn die terug te brengen tot:

  • Leefbaar, veilig en duurzaam;
  • Aantrekkelijk wonen, leven en werken;
  • Voorwaarde creëren voor economische ontwikkelingen;
  • Duurzaam en klimaatbestendig;
  • Economische en maatschappelijke participatie van inwoners.

Een duurzame planvorming, inrichting en beheer en onderhoud van de openbare ruimte kan een structurele bijdrage leveren aan de invulling van de opgaven waar de stad en het buitengebied voor staan. Publieke opdrachtgevers en marktpartijen in de Spoor- en Grond- Weg- en Waterbouw (GWW) hebben hun krachten gebundeld en een uniforme werkwijze ontwikkeld: de Aanpak Duurzaam GWW (zie www.duurzaamgww.nl). De Aanpak Duurzaam GWW is een praktische werkwijze om duurzaamheid in GWW-projecten concreet te maken. Maar wel een aanpak zonder vooraf duurzaamheidseisen generiek voor te schrijven. Men wil juist per project de kansen op duurzaamheidswinst maximaal benutten door duurzaamheid zo vroeg mogelijk in het project te borgen, zodanig dat de kansen optimaal worden benut.

1.2 Praktijkprogramma Klimaatbestendige Stad en Duurzame Grond- Weg- en Waterbouw

Diverse proefprojecten en pilots leren dat door het vroegtijdig betrekken van andere sectoren en partijen en door al tijdens de plan- en ontwerpfase stil te staan bij de uitvoering en het beheer en onderhoud is veel winst is te halen: infraprojecten worden beter, sneller, slimmer gerealiseerd en vaak ook goedkoper. Vanuit deze ervaringen is het Praktijkprogramma Klimaatbestendige Stad en Duurzame Grond-, Weg- en Waterbouw opgezet waarin concrete planvorming en uitvoeringsprojecten op de werkvloer worden ondersteund maar ook onderling van elkaar kan worden geleerd. Centraal in de opzet staat de aanpak van Duurzaam GWW (zie verder paragraaf 7).

1.3 Pilot Gemeente Molenwaard project Venuslaan

{in deze paragraaf kaartje van ontwerp

De gemeente Molenwaard heeft de Green Deal Duurzaam GWW ondertekend en zich verbonden aan een aantal acties, te weten:

Zorgen voor inbreng en implementatie:

  • De gemeente Molenwaard start in 2013 met een werkgroep om de implementatie binnen de eigen organisatie te begeleiden en stelt in 2013 een ontwikkelplan op;
  • De werkgroep onderzoekt in 2013/2014 hoe de ‘Aanpak Duurzaam GWW’ geconcretiseerd kan worden en praktisch toepasbaar kan worden gemaakt voor de veelal kleine projecten in de gemeente en daarmee ook aantrekkelijk kan worden gemaakt voor andere kleinere gemeenten;

Tussendoelstellingen:

  • In 2014 heeft de gemeente Molenwaard een groeimodel met concrete ambities wat betreft optimalisatie van de organisatie met betrekking tot beleidsintegratie en het meenemen van duurzaamheid in de inkoop.
  • In 2014 maakt de gemeente Molenwaard bij 50% van de nieuwe projecten van groter dan 1,0 miljoen Euro, tezamen met stakeholders, waaronder de bewoners, een beleid- en ambitieafweging.
  • In 2014 past de gemeente Molenwaard bij 25% van de nieuwe projecten een integrale materiaalafweging toe.

Concrete projecten aandragen:

  • De Gemeente Molenwaard bevordert implementatie van de ‘Aanpak Duurzaam GWW’ via concrete projecten.
  • De gemeente Molenwaard draagt in 2014 minstens één project aan, waarbij de ‘Aanpak Duurzaam GWW’ zo compleet mogelijk wordt doorlopen, voor het delen van kennis en ervaringen.

De gemeente Molenwaard heeft vanuit haar ambitie om én de gebruikers / bewoners maximaal te betrekken bij de projecten én innovatief aan te besteden én de markt maximale ontwerpvrijheid te geven besloten te experimenteren met het innovatief aanbesteden van het project Venuslaan in Nieuw-Lekkerland. Daarbij wilde men tevens invulling geven aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen als energiebesparing en besparing op onderhoudskosten van de openbare ruimte. De ervaringen van de gemeente Molenwaard vormen aanbevelingen voor andere gemeenten die ook met de Aanpak Duurzaam GWW aan de gang willen.

Zowel de procesaanpak Duurzaam GWW als het werken met methodieken als functionele specificaties en nieuwe bouworganisatievormen (samenwerken met de markt) vergt een anders omgaan met de inbreng van de vak- en gebiedskennis van de eigen gemeentelijke organisatie. De gemeente Molenwaard heeft zich dat gerealiseerd en heeft daartoe een aantal stappen gezet. Met de afdeling realisatie en beheer als trekker heeft de gemeente een intensief en snel projecttraject doorgelopen en aanvullend is intern een trainingstraject gestart. Daarmee heeft de gemeente Molenwaard zich duidelijk geprofileerd.

SBRCURnet heeft als onafhankelijke kennisnetwerkorganisatie in het kader van een zogenoemd Kennispartnerproject het project Venuslaan geëvalueerd. Rond de vraag “Wat heeft Duurzaam GWW opgeleverd en wat kan er van worden geleerd?” zijn een aantal interviews afgenomen bij de betrokken medewerkers van de gemeente, het adviesbureau, de aannemer en de klankbordgroep. Daarnaast is een enquête onder de bewoners gehouden. De evaluatie is uitgevoerd in de zomer van 2014. Op dat moment was een deel van het totale project afgerond. Toch is besloten de evaluatie al uit te voeren om de leerervaringen te betrekken bij de opzet en uitwerking van nieuwe projecten in voorbereiding bij de gemeente. De evaluatie Venuslaan betreft een evaluatie achteraf en dus expliciet geen evaluatie op basis van een monitoringsproject vooraf en gedurende het project. Het initiatief voor de evaluatie en enquête is pas aan het eind van het project genomen tijdens de training Duurzaam GWW.

Het Kennispartnerproject wordt mede mogelijk gemaakt door het Opleidings- & Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid. In een Kennispartnerproject ondersteunt SBRCURnet ambitieuze bouwprojecten bij kennisvraagstukken rondom:

  • (Integraal) Samenwerken;
  • Duurzaamheid;
  • Bouwarbeidsmarkt.

Het betreft ontwikkeling en inbreng van vakkennis, het creëren van en aanhaken bij netwerken, coaching, hulp bij marketing, en meer. Hierbij staat de praktijk voorop: de nadruk ligt op samen doen!

1.4 Duurzaamheid als kwaliteitsaspect

De GWW-sector kent een grote diversiteit aan bouwactiviteiten: wegen, kabels, leidingen, (riool)buizen, railverbindingen, civiele kunstwerken, groen en water, waterwegen en waterkeringen.

Duurzaamheid is de optelsom van alle relevante thema’s in de ruimtelijke ordening en 100% duurzaam betekent daarmee een goede afweging tussen people, planet en profit waarbij zorgvuldig gebruik maken van grondstoffen (zowel fossiele brandstoffen als bouwgrondstoffen) centraal staan zowel voor de realisatiefase als voor de exploitatie.
Maar het betekent ook het zo vroeg mogelijk in het project starten met Duurzaam GWW, liefst al in het stadium van integrale gebiedsontwikkeling. In de initiatiefase liggen immers de grootste duurzaamheidskansen.
Het betekent per project de focus leggen op de duurzaamheidsthema’s waar de meeste duurzaamheidswinst te behalen is zoals het terugdringen van gebruik van energie en het verminderen van bouwafval.
Ten slotte betekent het daarnaast ruimte creëren voor innovaties door zoveel mogelijk oplossingsvrij te specificeren. En dat niet alleen voor opdrachtnemers, maar ook in het eigen ontwerpproces.

Het betreft in feite aandacht en zorg voor milieu en ruimte in alle fasen van het bouwproces. Het is daarmee een vorm van werken aan duurzame kwaliteitsverbetering van bouwprojecten en een middel om het milieuaspect op elk terrein en in alle fasen van de grond-, weg- en waterbouw te integreren.

Door Duurzaam GWW te integreren in projecten kan het project:

  • rekening houden met toekomstige ontwikkelingen;
  • kwalitatief beter worden (betere inpassing);
  • milieuvriendelijker worden (gebruik van milieuvriendelijke materialen en werkwijzen);
  • integraler uitgevoerd worden (rekening houden met duurzaamheidsaspecten);
  • minder hinder veroorzaken bij de uitvoering (door “Halftime” principes toe te passen);
  • soms goedkoper worden (door ook het beheer en onderhoud te betrekken);.
  • soms een langere levensduur krijgen (door bijvoorbeeld flexibel bouwen).

Duurzaam duur?
Door Tony Tessers, gemeente Molenwaard

Een woonwijk duurzaam herinrichten? Dat dit kan binnen de financiële ruimte die beschikbaar is voor een traditionele aanpak, bewijst het herinrichtingsproject van de Venuslaan in Nieuw-Lekkerland.

Kunnen we het niet wat langer mee laten gaan?

Neem als uitgangspunt voor je ontwerp een langere levensduur. Daarmee kun je ook over een langere termijn afschrijven en dat bespaart zomaar 20% of meer op de kosten. En daarmee speel je niet alleen ruimte vrij voor het gebruik van duurzamere materialen, maar lever je ook gelijk een bijdrage aan de vermindering van de CO2-uitstoot (de shovel komt nu één keer in de 40 jaar i.p.v. één keer in de 30 jaar in de wijk).

Kunnen we het niet hergebruiken?

Gebruik van sloophout binnenshuis is vanzelfsprekend. Vintagekleding is trendy. Maar een klinker of tegel hergebruiken is dat nog niet. Ontwerpers van de openbare ruimte kunnen toch niet achter blijven!! Maak naam als ontwerper met slim hergebruik van materialen. Zo blijf je binnen je budget en voorkom je uitputting van onze natuurlijke hulpbronnen en sluit je aan bij een trend.

Moet alles wel op de schop?

Voor de voet opwerken en een integrale aanpak. Als we toch bezig zijn nemen we alles gelijk maar mee. Niet doen! Weeg eerst nut en noodzaak drie keer af. Is het wel nodig om alle rioolstrengen eruit te halen? Kan best zijn dat ze nog vele jaren meekunnen en er zijn methoden genoeg om de levensduur te verlengen. Niets doen is het meest duurzaam.

Kan het een beetje minder?

Is al die verharding wel nodig? Moeten we die beschoeiing wel terugplaatsen? Minder verharde oppervlakte, minder water af te voeren, en een kleinere diameter voor de riolering. Minder beschoeiing betekent meer natuurlijke oever, meer variatie in de natuurlijke begroeiing en een veiliger oever.

Kan het met ander materiaal?

Een asfaltverharding is vele malen meer belastend voor het milieu dan een elementenverharding. Het aanbrengen van asfalt is veel duurder dan een elementenverharding. Hetzelfde geldt voor staal. De productie van staal kost extreem veel energie. Ook hier is duurzaam het goedkoopste alternatief.

Kunnen we de natuur niet z’n gang laten gaan?

Van nature hebben we de onnatuurlijke neiging om alles in te willen richten. Maar wat is een mooiere speelplek dan een verruigd stukje terrein waar niet wordt gesnoeid en geschoffeld. Maar wel effe in overleg met de omwonenden s.v.p.! En als we op de ene plek de natuur z’n gang laten gaan kunnen we op een andere plek wat extra’s doen, bijvoorbeeld een vlindertuin aanleggen. Het onderhoud? Bewoners leveren daar graag een bijdrage aan, als je ze erover mee laat denken.

Duurzaam werken? Het kan gewoon vanaf vandaag. Budget is geen probleem!

1.5 Aanpak Duurzaam GWW

Stappenplan Algemeen
Het stappenplan van de Aanpak Duurzaam GWW (www.duurzaamgww.nl) geeft per projectfase invulling aan de gewenste aanpak aan om projecten te verduurzamen. Per fase worden globaal dezelfde stappen doorlopen, echter met een diepgang en specifieke invulling die passen bij de betreffende fase van een project (van grof naar fijn). In een project wordt bij voorkeur de volledige aanpak (alle fasen) doorlopen. In de praktijk zal dat echter niet altijd mogelijk zijn. Daarom kan ook per fase worden ingestapt. Ook enkel het eenmalig doorlopen van het stappenplan is mogelijk. Idealiter krijgt een projectteam de duurzaamheidsafwegingen overgedragen uit de eerdere fase(s). Een deel van de stappen kan dan sneller doorlopen worden. Er vindt dan namelijk een herijking van ambities of plannen plaats, in plaats van starten vanaf nul. Aangeraden wordt om de stappen zoveel mogelijk te integreren in de ‘normale gang van zaken’, dus in de reguliere processen van projectmatig werken.

Stap 1 Analyse vraag en ambities
Deze stap begint met een analyse of verkenning van duurzaamheid in het project. Inzicht in de basisvraag, de vraag achter de vraag, is van belang om toekomstvaste keuzes te kunnen maken. Immers, een systeem dat niet duurzaam te gebruiken is, bijvoorbeeld omdat het niet bijdraagt aan de achterliggende behoefte, verliest snel en veel aan waarde en betekent dus verspilling! Lange termijn denken is het sleutelwoord. Als alleen voldaan wordt aan de behoefte op korte termijn, dan zal het systeem zijn functionele levensduur snel overschrijden en aan vernieuwing of vervanging toe zijn. In de eerste stap moeten ook de duurzaamheidsambities helder worden.

Stap 2 Onderzoeken kansen
Belangrijk voor het behalen van duurzaamheidswinst is het onderzoeken van kansen. Wat zijn de grootste belastende factoren vanuit het project op people, planet en profit? En waar wordt (de meeste) milieuvervuiling voorzien? Waar is winst te boeken of kan waarde worden gecreëerd? Ook heel belangrijk, hoe sluit dat aan op de vraag, de behoefte en de ambities? Kansen moeten worden beoordeeld op hun haalbaarheid. Verder moet worden vastgesteld welke oplossingen of maatregelen verder meegenomen worden in de ontwikkeling. Benut die kansen waar de ppp-balans het meest optimaal is (bijvoorbeeld het behalen van een grote energiebesparing en tevens betere bereikbaarheid, zonder negatieve gevolgen voor de leefomgeving en tegen lagere life cycle costs).

Stap 3 Vastleggen ambities en kansen
Aan de hand van de twee voorgaande stappen moeten de duurzaamheidsambities voor het project (de projectdoelstellingen) worden vastgesteld. Het Ambitieweb biedt het kader waarbinnen die ambities vastgelegd en geconcretiseerd kunnen worden. Ook dient te worden vastgesteld hoe de gesignaleerde kansen worden opgepakt. Worden deze vertaald naar projectdoelstellingen, eisen of oplossingsrichtingen, of is eerst nog aanvullend onderzoek nodig? Hierna start het feitelijke studie-, ontwerp en/ of specificatieproces (afhankelijk van de fase), dat meestal een iteratief proces is.

Stap 4 Verstaalslag naar eisen en ontwerp
In het ontwerpproces moeten de ambities, oplossingsrichtingen, oplossingen en/ of maatregelen voor duurzaamheid geïmplementeerd worden in inrichtingsplannen, ontwerpen en specificaties (afhankelijk van de fase). Dat vraagt om een vertaalslag van de vastgelegde ambities/ projectdoelstellingen naar specificaties en ontwerp. Ook moeten oplossingsrichtingen en mogelijke eisen vanuit de kansen geïntegreerd worden in het ontwerp of de specificaties (afhankelijk van fase).

Stap 5 Afweging en toetsen op duurzaamheid
In een integrale afweging op alle aspecten van duurzaamheid (volgens het Ambitieweb) is een toets nodig om te bezien of duurzaamheid voldoende beslag heeft gekregen in de plannen. Hoe scoort duurzaamheid in het project? Worden de ambities waargemaakt? Worden de gewenste milieubesparende effecten bereikt? En leveren de gekozen oplossingsrichtingen, ontwerpvarianten, gestelde eisen of maatregelen (afhankelijk van de fase) wel de daadwerkelijk beoogde energiebesparing op? Worden geen tegenstrijdige of negatieve effecten geboekt op andere thema’s? En hoe verhouden de kosten en milieu-effecten zich in de verschillende varianten? Welke variant levert de beste resultaten, overall gezien? Het gaat hier dus om het vinden van de beste balans tussen people, planet en profit! In vroege fasen is de afweging een meer kwalitatieve beoordeling. Later in het traject zijn hiervoor meetinstrumenten als DuboCalc te gebruiken. De afweging vindt bij voorkeur plaats binnen de reguliere processen.

Stap 6 Verantwoording en overdrachtsdocument
Bij het afsluiten van elke fase hoort een overdrachtsdocument duurzaamheid, waarin de gemaakte keuzen worden verantwoord. Het document kan een apart ingerichte memo of rapportage zijn voor duurzaamheid, maar het kan ook deel uitmaken van ‘reguliere’ documenten, zoals bij Systems Engineering (SE) behorende rapportages, ontwerpverantwoordingen e.d.

In het document staat:

  • Welke ambities zijn gesteld;
  • Welke kansen zijn gesignaleerd en zijn wel of niet opgepakt;
  • Hoe dat dient te gebeuren.

De keuzes worden onderbouwd en voorzien van een motivatie. Aan het einde van de fase worden alle documenten op het gebied van duurzaamheid overgedragen naar de volgende fase.

1.6 Omgevingswijzer en Ambitieweb

Centrale hulpmiddelen in de Aanpak Duurzaam GWW vormen de Omgevingswijzer en het Ambitieweb. De Omgevingswijzer is een analysetool met een uitgebreide vragenlijst om in vroege projectfasen gericht inzicht te krijgen in ambities en kansen vanuit de verschillende beleidsvelden. Het Ambitieweb is specifiek ontwikkeld voor de Aanpak en is de centrale spil daarin. Het is een communicatietool en een hulpmiddel bij het vastleggen van ambities, het opstellen van eisen en het monitoren van ambities.

Wat is de Omgevingswijzer?
De Omgevingswijzer helpt om op een systematische wijze het beleid in beeld te brengen en de invulling daarvan in gebiedsontwikkeling en projecten rond een aantal duurzaamheidsthema’s. Het faciliteert een gestructureerde discussie en helpt een gezamenlijk probleemperspectief te ontwikkelen. Zowel de ecologische, sociale als economische duurzaamheid komen aan bod.

Er worden twaalf duurzaamheidsthema’s behandeld in de Omgevingswijzer met elk een set duurzaamheidsprincipes. Het project wordt op elk van deze principes beoordeeld, door te bedenken of het project een positieve, negatieve of geen bijdrage levert aan het thema. De antwoorden kunnen worden aangevuld met een toelichting. De resultaten worden samengevat in het resultatenwiel, dat overzichtelijk laat zien hoe het project is beoordeeld.

  1. Water
  2. Bodem
  3. Energie en materialen
  4. Ecologie en biodiversiteit
  5. Ruimtegebruik
  6. Ruimtelijke kwaliteit
  7. Sociale relevantie
  8. Welzijn
  9. Bereikbaarheid
  10. Investeringen
  11. Vestigingsklimaat voor bedrijvigheid
  12. Vestigingsklimaat voor de bevolking

De Omgevingswijzer kan in principe worden toegepast in verschillende fases van een project, maar is momenteel het best toepasbaar tijdens de gedachtevorming. Het Ambitieweb is iets compacter met 7 thema’s en wordt veelal voor het vastleggen van de duurzaamheidsambities van een specifiek project gebruikt.

Er zijn grofweg drie toepassingsvormen te onderscheiden:

  • Als checklist om te kijken of alle facetten van duurzaamheid aan bod komen.
  • Als vergelijker van verschillende oplossingsalternatieven.
  • Ter beoordeling van de consistentie van duurzaamheidsambities tijdens verschillende projectfases.

[[Illustratie omgevingswijzer]]

Daarnaast kan de omgevingswijzer werken als ‘vertaling’ van de beleids- en gebiedsagenda waarmee het algemene beleidsbeeld wordt gegeven voor de locatie waar het project zal worden gerealiseerd.

  • De Omgevingswijzer is bedoeld om gebruikers te stimuleren na te denken over wat het beleid vraagt en wat de effecten van het project zijn op de verschillende (beleids)thema’s. Bedenk daarom bij ieder principe wat het project betekent voor zijn omgeving, en leun niet blind op de uitkomsten.
  • Niet zozeer de gegeven antwoorden, maar de toelichtingen en de discussie erom heen brengen vaak de belangrijkste kwesties aan het licht.

De Omgevingswijzer is te vinden op www.omgevingswijzer.org

Wat is het Ambitieweb?
Het Ambitieweb is speciaal ontwikkeld voor Duurzaam GWW en heeft een centrale plaats in de stappenplannen van de Aanpak Duurzaam GWW. Het is een hulpmiddel voor het vastleggen en vast blijven houden van de duurzaamheidsambities van een project, waarmee gestart wordt in het begin van een project. Aan die ambities wordt vervolgens vastgehouden tot aan de afronding van het project.
Het Ambitieweb helpt om in één oogopslag ambities helder te maken. Het zorgt ervoor dat iedereen elkaar goed begrijpt en eenduidige termen hanteert. Het is primair een communicatiemiddel. Het Ambitieweb is een visuele weergave van de duurzaamheidsthema’s en de daaraan gekoppelde ambitieniveaus. In het Ambitieweb is de keuze gemaakt om een aantal duurzaamheidsthema’s te hanteren. Elk thema kent drie niveaus:

  1. ‘Inzicht in’ de grootste duurzaamheidsbelasting op het thema. Om daar vervolgens een minimale duurzaamheidsprestatie mee te behalen, die tenminste gelijk aan of beter is dan de ‘grijze situatie’. Bijvoorbeeld het minimaal voldoen aan de Duurzaam Inkopen criteria.
  2. Het stellen van concrete reductiedoelstellingen en het bereiken van significante verbeteringen op dit thema.
  3. Toegevoegde waarde: in plaats van ‘minder slecht’ is er geen negatieve belasting (klimaatneutraal, energieneutraal, sluiten van de kringlopen …) of wordt zelfs een positieve bijdrage geleverd op dit thema, bijvoorbeeld het leveren van energie (Cradle to Cradle).

De thema’s in het Ambitieweb omvatten zoveel mogelijk het geheel van people planet profit. Het gaat om:

  • Energie & Klimaat (planet)
  • Materialen en Grondstoffen (planet)
  • Water & Bodem (planet)
  • Natuur & Ruimte (planet)
  • Leefomgeving (veiligheid, gezondheid en hinder, planet & people)
  • Kosten & Waarde (profit)
  • Bereikbaarheid (duurzame mobiliteit, profit & people)

In de thema’s en sub-thema’s komen echter niet alle pijlers uit de Omgevingswijzer een op een terug: het Ambitieweb gaat uit van ambities voor een specifiek project of werk, die een ander detailniveau hebben. Ook zullen enkele gebiedsgerichte keuzen vanuit de vroege verkenning of gebiedsagenda’s al vastliggen via de gekozen oplossingsrichting(en).

[[[Illustratue ambitieweb]]]

De met behulp van het Ambitieweb vastgelegde niveaus per thema geven vervolgens een handvat om duurzaamheidseisen op te stellen.

Daarnaast is het Ambitieweb:

  • Een communicatiemiddel, bijvoorbeeld richting bewoners op bewonersavonden;
  • Een brainstormplaatje voor politici. Door het abstractieniveau zonder technische keuzes en/of exacte omschrijvingen vormt het een verantwoording van gekozen ambities en een samenvatting van gevoerde discussies;
  • Een praatplaatje voor interne besprekingen;
  • Een focuspunt richting derden als adviesbureaus, aannemers, leveranciers;
  • Het startpunt voor vervolgstappen.