0

Inleiding

1 Inleiding

De milieueffecten van het materiaalgebruik spelen een steeds belangrijkere rol bij het terugdringen van de totale milieubelasting van gebouwen en bouwwerken in de Grond-, weg- en waterbouw (GWW-werken). Zeker nu woningen en kantoren/ utiliteitsgebouwen steeds energiezuiniger worden en er daardoor steeds minder milieuwinst (CO2 -reductie) te realiseren is met alleen energiebesparing bij verwarming en koeling van gebouwen. Door inzicht te krijgen in de milieueffecten van het materiaalgebruik kan een verdere reductie van de milieubelasting in de bouw worden bereikt. Naast belangrijke aandachtspunten als beperking van CO2-emissie, speelt de uitputting van grondstoffen een steeds belangrijkere rol. Door een toenemend gebruik van grondstoffen (mondiaal) worden grondstoffen steeds schaarser of moeilijker winbaar en daardoor duurder. Met als gevolg aantasting van het milieu en hogere kosten voor het bouwen en beheren van woningen en gebouwen.

Vooral de inzet op het beperken van de CO2-emissie en het gebruik van grondstoffen is voor de Europese Commissie aanleiding om in Europees verband nieuwe methoden te ontwikkelen om de milieubelasting van bouwproducten en bouwwerken inzichtelijk te maken. In Nederland is hier al langer de nodige ervaring mee opgedaan en is duurzaam bouwen niet langer experimenteel, maar een bewezen aanpak. Deze brochure geeft daarop een toelichting.

Om de milieubelasting van het hele gebouw te verlagen, moeten we eerst weten wat die “materiaalgebonden” belasting precies is. Daarom is in Nederland één nationale bepalingsmethode van toepassing voor het berekenen van de milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken gedurende hun gehele levensduur. Deze methode is gebaseerd op de Europese bepalingsmethode voor milieuverklaringen van bouwproducten (EN 15804) met voor Nederland toepasselijke scenario’s. Ook wordt indirect gebruik gemaakt van de EN 15978 voor de bepaling van de milieuprestatie van gebouwen. Daarin wordt beschreven hoe milieuverklaringen van bouwproducten worden gebruikt voor gebouwbeoordelingen. De EN 15978 behandelt ook de gebruiksfase van het gebouw zelf (verwarming, koeling e.d.). Deze elementen blijven in de Nederlandse bepalingsmethode buiten beschouwing, omdat daarvoor aparte bepalingsmethoden en regelgeving bestaat. De Nederlandse bepalingsmethode is verder ook van toepassing op GWW-werken.

De Nederlandse bepalingsmethode is onlosmakelijk verbonden met de nationale milieudatabase waarin milieudata van generieke materialen en producten zijn opgeslagen en producent- en branchespecifieke data die volgens een toetsingsprotocol zijn getoetst. De Stichting Bouwkwaliteit (SBK) beheert en onderhoudt de bepalingsmethode en milieudata. Zie www.milieudatabase.nl

In Bouwbesluit 2012 is in het hoofdstuk Milieu een voorschrift opgenomen voor de milieuprestatie van woningen en kantoren. In Afdeling 5.2 van het Bouwbesluit 2012 wordt voorgeschreven dat ‘een te bouwen bouwwerk zodanig is dat de belasting van het milieu door de in het bouwwerk toe te passen materialen wordt beperkt’. In artikel 5.9 wordt bepaald: ‘van de samenstelling van constructieonderdelen van een [gebouw] is de uitstoot van broeikasgassen en de uitputting van grondstoffen gekwantificeerd volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken’. In MAT1 van BREEAM-nl , submodule Materialen van GPR Gebouw en Duurzaam Inkopen van nieuwe kantoorgebouwen voor de milieuprestatie van gebouwen zijn tevens privaatrechtelijke classificaties of grenswaarden opgenomen.

Deze publicatie geeft u antwoorden op vragen als:

  • Hoe zit de methode in elkaar?
  • Waar vind ik de methode?
  • Hoe bepaal ik de milieuprestatie van een gebouw of GWW-werk?
  • Welke milieudata van producten worden gebruikt?
  • Welke instrumenten maken gebruik van de methode?
  • Wat is de relatie met Europese ontwikkelingen met betrekking tot duurzaamheid in de bouw?

Met de bepalingsmethode kunt u de milieueffecten van gebouwen en GWW-werken over de gehele levenscyclus zorgvuldig, eenduidig en reproduceerbaar bepalen. Opdrachtgevers, ontwikkelaars, ontwerpers, bouwers en toeleveranciers spreken daardoor voortaan dezelfde klare taal. Dat werkt!