0

Wilt u deze kennis delen met collega's? Klik dan hier om uw collega's uit te nodigen.

1. Inleiding

1. Inleiding

Duurzaam bouwen, renoveren en transformeren wordt de komende jaren steeds belangrijker. Dit heeft grotendeels te maken met de klimaatverandering en alle negatieve effecten die we daar momenteel van ervaren. Elk jaar raast er wel een flinke orkaan over een deel van de wereld of worden delen van de wereld getroffen door extreme regenval of droogte. Dit soort natuurrampen komt steeds vaker voor. In Nederland maken wij ons bijvoorbeeld al jaren zorgen over de stijgende zeespiegel, veroorzaakt door het smelten van de ijskappen van de Noordpool, een direct gevolg van de opwarming van de aarde.

Na het klimaatverdrag (ondertekend in Rio de Janeiro,1992) en het Kyotoprotocol (1997) dat daar onder viel, zijn er in de Europese Unie in 2007 internationale doelstellingen geformuleerd die uitstoot van broeikasgassen moeten reduceren. Deze doelstellingen worden ook wel de 20-20-20 doelstellingen genoemd. Hierin zijn de volgende zaken vastgelegd:

  • 20% vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (dit kan oplopen tot 30% wanneer er een internationaal klimaatakkoord wordt gesloten);
  • 20% minder energieverbruik;
  • 20% van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie.

Woningen, kantoren, scholen, ziekenhuizen en andere gebouwen (de ‘gebouwde omgeving’) zijn samen verantwoordelijk voor 30% van het totale energieverbruik in Nederland. Energiebesparing in deze sector kan zorgen voor een grote bijdrage aan de 20-20-20 doelstellingen. Daarom zetten de rijksoverheid en lokale overheden allerlei middelen in om deze doelstellingen te behalen. Hierbij zetten zij vooral in op bewustwording van het energieverbruik (gedrag) en het renoveren van de bestaande woningvoorraad of het plegen van energiezuinige nieuwbouw.

Los van deze doelstellingen zien we ook dat grondstoffen schaars worden. Het is zaak zoveel mogelijk grondstoffen te recyclen of te hergebruiken. Ook fossiele brandstoffen als aardolie, aardgas, kolen beginnen op te raken en dit zorgt voor stijgende energieprijzen. Als gevolg hiervan stijgen de totale energielasten van huishoudens en vormen ze een steeds groter deel van de woonlasten. Het besteedbare inkomen neemt hierdoor af; woningeigenaren hebben daarom ook financieel profijt van energiebesparingsmaatregelen.

Er is een veelheid aan verschillende tools beschikbaar die de milieubelasting van gebieden, gebouwen, producten en processen berekenen of bepalen. Het aanbod is inmiddels zo groot en de uitkomsten zo verschillend dat er bijna geen wijs uit te worden is. Welke tool gebruik je nu precies waarvoor? En welke tool past bij welke fase van het bouwproces? Omdat er geen eenduidigheid in de verschillende tools zit en ze op verschillende onderdelen toetsen zijn de uitkomsten van de berekeningen met deze tools bijna niet vergelijkbaar.

In dit kennispaper zetten we de belangrijkste duurzaamheidstools uiteen zodat u beter kun bepalen welke tool u voor uw gebouw, gebied of product kunt gebruiken. We richten ons specifiek op de rekentools en certificaten die van toepassing zijn op gebouwen.