0

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Aanleiding van het project

Beheer, onderhoud, toekomstige aanpassingen en uiteindelijk de sloop vormen veruit de grootste kostenpost in de ‘Total Cost of Ownership’ van civiele bouwwerken. Het belang van beheer en onderhoud is daarmee nadrukkelijk onderkend. Het is dan ook essentieel dat betrouwbare en verifieerbare informatie over het gebruik en het gedrag daaronder van bouwwerken, constructies, bouwdelen etc. voorhanden is. Hiermee kan beheer en onderhoud ‘slim’, dat wil zeggen efficiënt en effectief, worden uitgevoerd. ‘Slimme’ constructies kunnen zelf bijdragen aan het verkrijgen en interpreteren van die informatie over gedrag en gebruik door ICT, bijvoorbeeld in de vorm van sensoren, RFID (Radio Frequency Identification) chips en datamanagement.

In Nederland zijn er tal van bouwwerken in de B&U en GWW-sector die vragen om slim beheer en onderhoud. Twee eerdere SBRCURnet-commissies hebben hier al naar gekeken: commissie 1853 ‘RFID en BIM’ en commissie 1854 ‘Slimme constructies voor slim beheer en onderhoud’. Deze commissies hebben nagegaan welke monitoringsvragen leven bij beheerders van bouwwerken en er is geïnventariseerd welke meetmethoden en modellen zijn ingezet bij het beantwoorden van deze vragen. De bevindingen van beide commissies zijn te vinden in [3] en [4]. Vervolgens zijn vraag en aanbod bij elkaar gebracht in een 7-stappenschema voor monitoring projecten. Uit dit resultaat zijn mogelijke toepassingsgebieden gefilterd waar de kans op succes het grootste is met de minste moeite (het zogenoemde ‘laaghangend fruit’).

Op diverse plaatsen in de Nederlandse bouwsector worden dergelijke monitoringstechnieken gebruikt. Het monitoren begint uit de experimenteerfase te komen: meer en meer technieken komen beschikbaar en meer en meer organisaties doen succesvolle ervaringen op. De toepassingen zijn nog wel vaak pilotprojecten, in de zin dat ze vaak eenmalig zijn. Er is behoefte aan opschaling naar herhaalbare, brede toepassing. Daarvoor is het nodig het inzicht dat verkregen is in praktijkcases te delen in de sector.

1.2 Doel van het project

In dit rapport wordt een antwoord gegeven op de volgende onderzoeksvraag:

Hoe kan monitoring van gedrag en gebruik breed worden toegepast bij het slim bouwen, beheren en onderhouden van constructies?

Het doel van het project is om lessen te trekken uit bestaande en lopende praktijkcases, en die ervaringen zichtbaar te maken en te delen met de sector.

Dit doen we door gebruik te maken van het 7-stappenschema voor het monitoren van bouwwerken, zie hoofdstuk 2. Hierbij zal ook aandacht worden besteed aan de volgende zes aspecten:

  • Belangen / behoeften (doel)
  • Kansen en bedreigingen
  • Tijdshorizon
  • Kosten / baten
  • Databeheer
  • Technology Readiness Level (TRL)

1.3 Aanpak en leeswijzer

In dit project zijn dertien praktijkcases, waarbij de status van bouwwerken wordt gemonitord met behulp van innovatieve ICT, gevolgd. Vanuit de commissie die dit project begeleidt, zijn personen direct betrokken bij de meeste beschouwde praktijkcases. Aan de hand van hun input zijn in hoofdstuk 3 t/m 15 de cases beschreven met behulp van het 7-stappenschema en de zes aspecten. In vier workshops hebben de casehouders hun projecten gepresenteerd en is er gediscussieerd over de bevindingen.

In hoofdstuk 2 zijn eerst nog het 7-stappenschema en de 6 aspecten nader uitgewerkt en worden drie typen monitoringprojecten geïntroduceerd.

In de laatste workshop heeft de commissie de lessen getrokken voor het breed toepassen van monitoring voor slim beheer en onderhoud van bouwwerken. In hoofdstuk 16 worden de analyses van de cases samengevat en in hoofdstuk 17 staan de conclusies en aanbevelingen beschreven.