0

publicatie: Allergeenarme gebouwen

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Steeds meer mensen met luchtwegallergieën

In de geïndustrialiseerde landen neemt het aantal luchtwegallergieën in schrikbarend tempo toe. In Nederland lijdt op dit moment ongeveer 10% van de volwassenen en 15 tot 20% van de kinderen aan een luchtwegziekte als gevolg van een allergie voor één of meer stoffen. Tienduizenden Nederlandse volwassenen en kinderen zijn zeer ernstig ziek en honderdduizenden worden enigszins of sterk beperkt in hun dagelijks functioneren. Bij senioren vormen astma en COPD doodsoorzaak nummer drie (na hart- en vaatziekten en kanker). Luchtwegallergieën leiden niet alleen tot hoge kosten voor ziekenhuisopname, doktersbehandeling, medicijngebruik en andere hulpmiddelen, maar ook tot school- en werkverzuim. De sociale, psychische en economische schade door verzuim als gevolg van astma en chronische bronchitis is enorm en mag een aanmerkelijk volksgezondheidsprobleem genoemd worden.

De ziekten astma, chronische bronchitis en longemfyseem kunnen niet genezen worden. De mate waarin men gehinderd wordt door de ziekte en het aantal 'aanvallen' is echter wel sterk te beïnvloeden! De standaardaanpak hierbij is (in combinatie):

  • voorkomen van blootstelling aan stoffen die een allergische reactie of luchtwegirritatie opwekken;
  • een gezonde leefstijl, waaronder een consciëntieus gebruik van medicijnen.

Astma-aanvallen zijn te voorkomen door blootstelling aan prikkelende stoffen te beperken en een gezonde levensstijl waaronder trouw gebruik van medicijnen.

Astma
Mensen met astma hebben last van aanvallen van benauwdheid. Een aanval kan kort duren maar ook langer aanhouden. In de periode tussen de aanvallen heeft een astmapatiënt meestal geen last. Astmapatiënten hebben soms ook klachten die normaal bij chronische bronchitis worden genoemd. Astma kan niet genezen worden, wel zijn er allerlei mogelijkheden om de effecten en de hinder te beperken. Behalve medicijngebruik en een gezonde levensstijl kan men hierbij denken aan het saneren van de woon-, werk- en leeromgeving.

CARA
Afkorting van Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen. Groep van luchtwegaandoeningen, waaronder astma, chronische bronchitis en longemfyseem. De ziekten die onder het overkoepelende begrip CARA vallen worden gekenmerkt door terugkerende klachten van hoesten, opgeven van sputum en/of kortademigheid. De term CARA is inmiddels verouderd. Medici spreken tegenwoordig niet over CARA, maar over de twee begrippen astma en COPD.

Chronische bronchitis
Bronchitis is een aandoening (ontsteking) van het slijmvlies in de luchtwegen. Mensen met bronchitis hoesten veel en geven daarbij slijm op. Sommige patiënten hebben naast deze klachten ook last van kortademigheid of een piepende ademhaling. Het bekende 'rokershoestje' is een soort voorloper van chronische bronchitis.

COPD
Afkorting van Chronic Obstructionary Pulmonary Disease. Engelse verzamelterm voor de luchtwegaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem. Bij beide ziekten gaat het om een chronische ontsteking (en beschadiging) van de luchtwegen en de longblaasjes.

Longemfyseem
Bij emfyseem zijn de longen minder 'rekbaar' geworden. Iemand met emfyseem is voortdurend kortademig en kan bij geringe inspanning al benauwd worden. Roken speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van longemfyseem.

Hooikoorts
Hooikoorts betreft een allergie voor stuifmeel (pollen) dat in de lucht zweeft. Iemand die hooikoorts heeft, kan stuifmeel niet verdragen. Bij een 'hooikoortsaanval' raken vooral de slijmvliezen in de neus, in de keelholte en van de ogen geïrriteerd. Dit kan leiden tot klachten over een jeukend, prikkelend of branderig gevoel in de neus, de ogen en achter in de keel. Andere symptomen zijn: niezen, tranende ogen, een loopneus of verstopte neus en ongewone vermoeidheid.

(Bron: www.astmafonds.nl)

1.2 Oorzaak van 'aanvallen': allergenen en irritantia

De oorzaken van gezondheidsproblemen bij mensen met chronische luchtwegziekten zijn allereerst de zogenaamde allergenen. Dit zijn substanties die bij deze mensen bij inademing een allergische reactie veroorzaken, zoals benauwdheid of slijmvliesirritatie. De belangrijkste allergenen zijn:

  • huidschilfers en haren van warmbloedige huisdieren (met name katten en honden) en veerdeeltjes van vogels;
  • de uitwerpselen van de huisstofmijt;
  • graspollen en stuifmeel van bomen (o.a. de berk);
  • schimmels en schimmelsporen;
  • de uitwerpselen van kakkerlakken.

Huisstofmijt: belangrijkste verspreider van allergenen (met name uitwerpselen ervan).

Naast allergenen zijn er andere stoffen die een reactie kunnen geven, maar die we geen allergenen noemen, omdat er strikt genomen geen sprake is van een allergische reactie. Dit zijn de zogenaamde irritantia. De belangrijkste zijn:

  • tabaksrook;
  • verbrandingsgassen (uitlaatgassen van auto's, emissie van verwarmingsketels e.d.);
  • buitenluchtverontreiniging (denk aan smog);
  • kookgeuren en -dampen;
  • emissies uit nieuwe verflagen en lijmlagen;
  • pesticiden, herbiciden en insecticiden (deeltjes die 'ingelopen' worden, zich aan stof hechten en in de lucht gaan zweven);
  • 'chemische' geuren van schoonmaakmiddelen, haarspray, parfums e.d.

Verder kunnen ook weersveranderingen en plotselinge temperatuurveranderingen een reactie veroorzaken.

1.3 Relatie tussen allergieën en gebouwen

Allergeenarme plekken voor kinderen met luchtwegallergieën hebben tot gevolg dat hun ziekte zich minder sterk ontwikkelt.

Nederlanders brengen gemiddeld 90% van hun tijd door in gebouwen. Het voorkómen of beperken van allergenen en irritantia op plaatsen waar mensen langdurig verblijven, kan een aanmerkelijke verbetering van de gezondheid tot gevolg hebben, in het bijzonder voor mensen met luchtwegallergieën. Allergeenarme plekken voor kinderen met luchtwegallergieën hebben bovendien tot gevolg dat hun ziekte zich minder sterk ontwikkelt, met alle voordelen voor hun functioneren en hun toekomst. Het ligt dus voor de hand dat er wordt gestreefd naar gebouwen en technieken die gunstige voorwaarden scheppen voor een gezond binnenmilieu. Dit stelt eisen aan de omgeving, bouw- en installatietechniek en gebruik en onderhoud.

Door nationaal en internationaal onderzoek is er veel bekend over astmatische en andere lichamelijke klachten als gevolg van of samenhangend met allergieën. Ook is er een ruime kennis opgebouwd over de ontwikkeling van micro-organismen die allergenen afscheiden aan het binnenmilieu, in relatie tot specifieke condities in het gebouw, zoals temperatuur, vocht en voedingsbodems (materialen en stof). Het is duidelijk dat er prikkelende stoffen ontstaan bij het verbranden van fossiele brandstoffen (onder andere aardgas) en bij het roken van sigaretten, maar er is ook steeds meer bekend over irritantia in onder andere bouwproducten (bijvoorbeeld chemische emissies zoals formaldehyde en organische oplosmiddelen, vluchtige organische stoffen).

Het realiseren en instandhouden van een gezond binnenmilieu blijkt de meeste kans van slagen te hebben als een breed scala aan maatregelen wordt ingezet: op het gebied van bouw- en afwerkingstechnieken, installaties en apparatuur, inrichting én gebruikersgedrag.

Dit cahier gaat in op de kenmerken en bijbehorende strategie met maatregelen die direct of indirect bijdragen aan een gezond, allergeenarm binnenmilieu.