0

publicatie: Begaanbaarheid van bouwterreinen

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Aanleiding voor en doel van deze richtlijn

Uit onderzoek van onder andere de Inspectie SZW is gebleken dat in Nederland elk jaar een aantal funderingsmachines omvalt of verzakt. Het aantal gevallen is zodanig dat er geen sprake meer kan zijn van enkele incidenten. Vanuit de verantwoordelijkheid van iedere bij een bouwproject betrokken partij dient daarom het aantal ongevallen met funderingsmachines teruggebracht te worden. Hierbij geldt "nul ongevallen" als het enige acceptabele streefcijfer.

Elke bij een funderingsproject betrokken partij (opdrachtgever, hoofdaannemer, funderingsaannemer, bevoegd gezag, (hoofd-)constructeur, geotechnisch adviseur en veiligheidsdeskundige) heeft haar eigen verantwoordelijkheid zoals is geborgd in het Arbobesluit. Het komt helaas nog wel eens voor dat één van deze partijen haar verantwoordelijkheid op een andere partij probeert af te schuiven.
Bedacht moet worden dat moderne funderingsmachines vaak zeer hoog zijn ten opzichte van de grootte van het bouwterrein (zeker bij binnenstedelijke projecten). Als zo'n machine omvalt, komt zij al snel buiten de bouwplaats in het publieke domein terecht met aanzienlijk risico van persoonlijk letsel. Al snel volgt dan een onderzoek door Justitie, de Inspectie SZW, de Onderzoeksraad voor Veiligheid en/of de verzekeraar. Vaak komt men er dan pas achter wat de oorzaken zijn, hoe de aansprakelijkheden werkelijk liggen en wie de gevolgen heeft te dragen.
Meestal worden in zo'n geval alle genoemde partijen gehoord.

Tegen deze achtergrond is de vraag ontstaan naar een duidelijke en eenduidige richtlijn voor het ontwerpen van een veilige en draagkrachtige werkvloer. Tot het uitkomen van deze richtlijn werden verschillende berekeningsmethoden gehanteerd met uiteenlopende uitkomsten.

Om deze redenen heeft een commissie van SBRCURnet getracht een duidelijk handvat voor het veilige ontwerp van de werkvloer voor funderingsmachines op te stellen, de leemte in kennis op te vullen en de bewustwording te vergroten. Er wordt een technische analyse van de interactie tussen de belastingen uit de machine en het draagvermogen van de ondergrond gegeven.

Aspecten zoals het creëren van een veilige bouwplaats, de veilige inzet van funderingsmachines, maar ook de veiligheid van de publieke omgeving van de bouwplaats, vallen buiten deze richtlijn. Daarvoor zijn andere publicaties beschikbaar zoals CUR-Aanbeveling 114 'Toezicht op de realisatie van paalfunderingen' [20] en de 'NVAF-richtlijn voor funderingswerk in de publieke omgeving' [24].

1.2 Beschouwde situaties

Ongevallen met funderingsmachines kennen meerdere oorzaken. Het omvallen van de machines vormt daar één van. Bij dit omvallen worden twee mechanismen onderscheiden:

  • Een machine kan omvallen omdat zij door haar ontwerp en de daarop werkende belastingen instabiel wordt. Dit wordt machine-instabiliteit genoemd en ontstaat doordat de verticaal door het overall-zwaartepunt voorbij de verticaal door de kantellijn komt te liggen.
  • Een machine kan ook omvallen doordat het draagvermogen van de werkvloer wordt overschreden. Dit wordt funderingsinstabiliteit genoemd. Door het verschuiven van het overall zwaartepunt wordt het effectieve oppervlak kleiner (zie hoofdstuk 4). Bij gelijkblijvende belastingen neemt de funderingsspanning dan navenant toe. Wanneer deze spanning groter wordt dan het funderingsdraagvermogen bezwijkt de werkvloer, met het omvallen of wegzakken van de machine als gevolg.

In deze richtlijn wordt primair ingegaan op het aspect van de funderingsstabiliteit. De machinestabiliteit wordt slechts zijdelings genoemd, alhoewel dit onderwerp tevens onderwerp van nadere studie kan zijn.

Voor andere veiligheidsaspecten wordt verwezen naar de recente publicaties "NVAF-richtlijn veilig hijsen bij funderingswerkzaamheden" [23] en "NVAF-richtlijn voor drijvend funderingsmaterieel" [27].

1.3 Beschouwde machines

Funderingsmachines zijn er in vele soorten en maten. Dit kunnen gespecialiseerde machines zijn die voor een bepaalde funderingstechniek inzetbaar zijn of meer algemeen inzetbare machines. Soms worden ook hijskranen of graafmachines met een makelaar, trilblok etc. als funderingsmachine ingezet. Als het om het overbrengen van de belastingen uit de machine op de werkvloer gaat, is vooral de wijze waarop (het middel waarmee) de machine die belastingen op de werkvloer overdraagt van belang.

In deze richtlijn zijn alleen beschouwd funderingsmachines of machines voor het aanbrengen van verticale elementen, voorzien van een rupsonderwagen. Soms zijn deze machines voor extra stabiliteit tevens voorzien van stempels. Ook zijn er funderingsmachines die door middel van een rupsonderwagen over het bouwterrein rijden, maar het funderingswerk als een volledig gestempelde machine uitvoeren.

In deze richtlijn zijn niet beschouwd machines voor werkzaamheden in ruimtes met een beperkte werkhoogte, hijskranen en machines op een drijvend platform. Het spreekt voor zich dat ook bij deze machines de veiligheid geborgd dient te zijn. Daartoe kan de gebruiker in deze richtlijn zinvolle handreikingen vinden.

Met nadruk wordt aandacht gevraagd voor funderingswerkzaamheden waarbij de funderingsmachine tevens als hijskraan wordt gebuikt. Voorbeelden hiervan zijn het lossen van palen, damwandplanken en draglineschotten. Aangezien er voor hijskranen en funderingsmachines heel verschillende normenkaders met uiteenlopende uitgangspunten bestaan, dient een machine soms (bij andere (hijs)werkzaamheden) volgens beide kaders getoetst te worden.

1.4 Leeswijzer

In deze richtlijn komen zowel het ontwerp als de realisatie van de werkvloer aan bod. De samenhang hiertussen is groot. Daarom wordt de lezer geadviseerd om de inhoud van heel deze richtlijn tot zich te nemen. Per hoofdstuk is een onderwerp behandeld:

  • Hoofdstuk 2 Veiligheidsfilosofie.
  • Hoofdstuk 3 Terrein- en grondonderzoek.
  • Hoofdstuk 4 Belastingen.
  • Hoofdstuk 5 Draagvermogen.
  • Hoofdstuk 6 Het bouwterrein.
  • Hoofdstuk 7 Het Bouwterreincertificaat (BTC) Nederland.
  • Bijlage A Literatuur.
  • Bijlage B Grondeigenschappen volgens tabel 2.b uit de Eurocode.
  • Bijlage C Rekenvoorbeeld voor de bepaling van de funderingsbelastingen.
  • Bijlage D Rekenvoorbeeld voor de toetsing van het gronddraagvermogen voor een machine op schotten.
  • Bijlage E Bouwterreincertificaat (BTC) Nederland.
  • Bijlage F Logboek voor regelmatige inspecties van bouwterreinen.