0

publicatie: Brandveiligheid: Ontwerpen en Toetsen - Deel D

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Inhoud en relatie tussen de verschillende delen

In dit handboek is getracht de regelgeving op het gebied van brandveiligheid toe te lichten en op een systematische wijze te vertalen in oplossingsrichtingen voor het ontwerp. De problematiek van nieuwbouwplannen voor woningen respectievelijk utiliteitsgebouwen staat daarbij centraal.

Het ontwerpproces is richtinggevend voor de gekozen uitwerking. Het handboek verschaft richtlijnen die nauw aansluiten op de ontwerppraktijk. Aan de hand hiervan kan per ontwerpfase worden nagegaan met welke brandveiligheidsaspecten men in bepaalde fasen van uitwerking van een bouwplan rekening moet houden en welke oplossingsrichtingen er voor het ontwerp openstaan. Verder geeft het handboek tot op zekere hoogte inzicht in het 'waarom' van de voorschriften. Dit laatste is relevant als de prestatie-eis niet is toegesneden op de voorgestelde oplossing en men een voorstel aan de gemeente wil kunnen voorleggen, waarmee eenzelfde doel wordt bereikt.

Het handboek heeft dus enerzijds het karakter van een 'leerboek', waarin de filosofie achter de brandveiligheidsvoorschriften uit de doeken wordt gedaan, plus de belangrijkste begrippen. Daarnaast is het een 'raadpleegboek', dat gebruikers in staat stelt bij specifieke vragen of knelpunten gericht naar informatie te zoeken. In de opbouw van de afzonderlijke delen komt dit onderscheid tot uitdrukking. Het handboek bestaat uit zes delen, met de volgende inhoud:

Deel A: brandveiligheid en gebouwontwerp
In dit deel wordt in algemene zin ingegaan op brandbeveiliging van gebouwen. Het gaat met name om de vraag wanneer een gebouw als brandveilig kan worden gekwalificeerd en welke maatregelen men kan toepassen om dit te bereiken. Verder wordt uit de doeken gedaan met welke soorten brandveiligheidseisen ontwerpers worden geconfronteerd. De eisen die de bouwregelgeving aan gebouwen stelt, zijn nader belicht. Er is een beschrijving gegeven van de filosofie achter de voorschriften en de eisen die aan een bouwaanvraag worden gesteld. In dit deel zijn verder enkele veelgebruikte termen en begrippen met betrekking tot brandveiligheid behandeld. Een overzicht van definities is als bijlage bij dit deel gevoegd.

Deel B: ontwerprichtlijnen woningen en woongebouwen
In dit deel van het handboek zijn ontwerprichtlijnen uitgewerkt voor tot bewoning bestemde gebouwen. Hieronder vallen woningen, woongebouwen en groepswoningen. Woonwagens en standplaatsen komen niet aan bod. Er wordt een verband gelegd tussen gebouwtypologie, fasen van het ontwerpproces en het brandveiligheidsaspect. Relaties tussen deze elementen zijn vastgelegd in een zoekstructuur, waarmee de gebruiker snel te weten komt waar hij de gewenste informatie kan vinden. De beschrijving doorloopt alle onderdelen van het ontwerpproces, vanaf de indeling van de bouwlocatie tot aan de brandblusvoorzieningen die in een woning of woongebouw aanwezig moeten zijn. Ter aanvulling op de ontwerprichtlijnen is een aantal voorbeelden van berekeningen uitgewerkt (bepaling van wbdbo, permanente vuurbelasting en borstweringshoogte).

Deel C: ontwerprichtlijnen utiliteitsbouw
De opbouw van de informatie in dit deel is vergelijkbaar met deel B. De ontwerprichtlijnen hebben betrekking op alle gebruiksfuncties binnen de utiliteitsbouw. Voor deze gebruiksfuncties worden in het Bouwbesluit 2012 expliciete eisen gegeven. In de opbouw is een onderscheid gemaakt in principes en richtlijnen die algemeen van toepassing zijn op het ontwerp van utiliteitsgebouwen en specifieke richtlijnen voor onderscheiden gebruiksfuncties. Ook dit deel wordt afgesloten met voorbeelden van berekeningen die in de praktijk nogal eens problemen geven (onder andere bepaling van opvang- en doorstroomcapaciteit van trappenhuizen en bepaling van vrije doorgang en draairichting van deuren).

Deel D: bouwdeel- en materiaalgedrag
Dit deel geeft de gebruiker informatie over de brandeigenschappen van materialen en bouwdelen. Daarmee kan worden nagegaan of een bepaald onderdeel van een gebouw aan de gestelde brandveiligheidseisen kan voldoen.

Deel E: rekenen aan brandveiligheid
In dit deel worden informatie, vuistregels en praktische instructies gegeven voor de aanpak van eenvoudige berekeningen die je zelf kunt uitvoeren zonder dat je brandveiligheidsexpert hoeft te zijn. Aan de hand van voorbeelden worden een aantal berekeningen uitgewerkt.

Deel F: procesmodel aanpak gelijkwaardige brandveiligheid
Hoe realiseer je een brandveilig gebouw op basis van gelijkwaardigheid? Dit deel geeft een aanpak waarmee duidelijk wordt welke stappen wanneer moeten worden gezet om uiteindelijk een door het bevoegd gezag geaccepteerde gelijkwaardige oplossing te kunnen realiseren. Ook een checklist met aandachtspunten per ontwerpfase, vormt onderdeel van dit deel.

1.2 Opbouw van dit deel: bouwdeel- en materiaalgedrag

Dit deel gaat in op de materialisatie van het ontwerp en probeert antwoord te geven op de vraag welke materialen en bouwdelen in bepaalde situaties toegepast kunnen worden. De eisen waaraan de verschillende bouwdelen in een gebouw moeten voldoen, staan in de andere delen in ontwerprichtlijnen beschreven. In veel gevallen zal echter toetsing door middel van experimenteel onderzoek volgens de aangewezen normen noodzakelijk blijven. De in dit deel gegeven informatie is niet altijd voldoende om alle toepassingen af te dekken. Bovendien moet de informatie worden gezien als een indicatie voor de waarde van de producteigenschap. Met name de variaties in de samenstelling van de materialen en de grote invloed van constructiedetails zijn hiervoor bepalend.

Hoofdstuk 2 beschrijft waarmee rekening moet worden gehouden bij de keuze voor de toe te passen bouwmaterialen en -constructies, en geeft een stappenplan om brandtechnisch tot de juiste keuze voor bouwmaterialen te komen.

In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste eigenschappen van bouwdelen behandeld die met materiaalgedrag bij brand te maken hebben:

  • normen voor nieuwbouw (Euroklassen);
  • normen voor bestaande bouw ('oude' Nederlandse normen);
  • normen voor de brandgevaarlijkheid van daken.

Onder het materiaalgedrag bij brand worden alle verschijnselen gegroepeerd die samenhangen met het ontstaan en de eerste ontwikkeling van brand, alsmede met de rookproductie. Het zijn met name de (oppervlakte)eigenschappen van de toegepaste bouwdelen die deze verschijnselen beïnvloeden. In dit hoofdstuk wordt voor een aantal materiaalsoorten een indicatie gegeven van de mate waarin ze bijdragen aan de ontwikkeling van brand en rookproductie.

In hoofdstuk 4 worden eigenschappen behandeld die met constructiegedrag bij brand te maken hebben:

  • brandwerendheid met betrekking tot bezwijken;
  • brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie;
  • detaillering in verband met branddoorslag.

Het constructiegedrag bij brand is van belang als de brand tot volledige ontwikkeling is gekomen. Het doel is de uitbreiding van brand en de verspreiding van rook tot buiten de ruimte waarin de brand is ontstaan, te voorkomen of voldoende lang uit te stellen. Ook wordt gestreefd naar het voldoende lang in stand houden van de vluchtwegen en de aanvalswegen voor de brandweer. In dit hoofdstuk wordt de opbouw voor verschillende constructieonderdelen aangegeven waarmee aan bepaalde constructieve brandveiligheidseisen kan worden voldaan.

In bijlage A staat een korte samenvatting van de bepalingsmethoden waarmee de verschillende brandveiligheideigenschappen van materialen en bouwdelen worden bepaald. Bijlage B bevat een overzicht van de titels van de in dit onderdeel vermelde normen.

1.3 Totstandkoming

De organisatievorm die SBR heeft gekozen voor het uitwerken van ontwerprichtlijnen houdt rekening met ervaringen van de werkvloer. Getracht is met de informatie zo veel mogelijk aan te sluiten op vragen en problemen die in de praktijk als knellend worden ervaren, waarbij enerzijds voort wordt geborduurd op de succesvolle voorgaande edities en anderzijds door gebruik te maken van een door SBR in het leven geroepen klankbordgroep van specialisten uit de advieswereld en ingenieursbureaus namens NLingenieurs, architectenbureaus namens de Bond van Nederlandse Architecten (BNA), brandpreventiemedewerkers namens de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) en van toetsers namens de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland.

De klankbordgroep was als volgt samengesteld:

  • de heer ing. T. Bakker (Brandweer veiligheidsregio Haaglanden), namens de NVBR
  • de heer ing. A.I. van Duin (gemeente Rotterdam), namens Vereniging BWT Nederland
  • mevrouw ing. C.E. Haas (European Fire Protection Consultants), namens NLingenieurs
  • de heer M.J. van Houwelingen (Brandweer Rotterdam-Rijnmond), namens de NVBR
  • de heer ir. E.W. Janse (BrandVeiligheid Erik Janse)
  • de heer ir. W.F.M. van der Vliet (EGM architecten), namens de BNA
  • de heer ir. C. de Wolf (Cepezed), namens de BNA

De update van de gehele serie Brandveiligheid: Ontwerpen en Toetsen is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van ir. B. Kersten, adviseur brandveiligheid bij LBP|SIGHT.

In aanvulling op ir. B. Kersten hebben ir. D.W.L. Jansen en ir. J.H. van Zanten van adviesbureau DHV B.V. meegewerkt aan deze publicatie.