0

publicatie: Brandveilige doorvoeringen

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Doel en toepassingsgebied

In een gebouw komen diverse installaties voor. De media water, lucht en/of elektrische stroom worden hierbij via buizen, kanalen of kabels getransporteerd. Daar waar deze buizen, kanalen of kabels door een wand of vloer worden gevoerd, spreken we van doorvoeringen. Vanuit de regelgeving worden er eisen gesteld aan de brand- en rookwerendheid van wanden en vloeren. Als de wand of vloer waardoor de buizen, kanalen of kabels gaan brandwerend moet worden uitgevoerd, moeten deze doorvoeringen eveneens brandwerend worden uitgevoerd.

Het brand- en rookwerend uitvoeren van doorvoeringen verschilt per type doorvoering. Deze publicatie gaat in op:

  • • doorvoeringen van metalen en kunststof leidingen (zoals voorkomend in de sanitaire techniek);
  • kabels en kabelgoten;
  • luchtkanalen;
  • rookgasafvoer- en verbrandingsluchttoevoerleidingen.

Omdat doorvoeringen vaak aan het zicht onttrokken zijn, is het erg belangrijk dat ze goed worden uitgevoerd. Bij niet goed uitgevoerde doorvoeringen zou de brand of rook zich onopgemerkt over een groot deel van het gebouw kunnen verspreiden. Doel van deze publicatie is dan ook om inzicht te geven in hetgeen nodig is om tot correcte brand- en rookwerende doorvoeringen te komen. Het realiseren van brand- en rookwerende doorvoeringen is voor zowel de ontwerpende partij als de uitvoerende partij van belang.

Voor de ontwerpende partij valt te denken aan:

  • Reservering van schachtruimte in het ontwerp → de voorzieningen om de doorvoeringen brand- of rookwerend uit te voeren vragen soms om extra ruimte;
  • Positionering van schachten in het verlengde van elkaar →dit voorkomt verslepen van buizen etc;
  • Realisatie wbdbo-eis bij schachten; wordt de schachtwand of de –vloer brandwerend uitgevoerd? →van belang voor te treffen maatregelen bij doorvoeringen;
  • Belang van opbouw en dikte van schachtwand of schachtvloer in relatie met de te treffen maatregelen om doorvoeringen brandwerend uit te voeren. Met een GIBO-wand van 70 mm is wel een brandwerendheid van 60 minuten te halen, maar de dikte is mogelijk onvoldoende om een doorvoering brandwerend af te dichten;
  • Realisatie wbdbo-eisen bij meterruimten.

Het rapport voorziet voor de uitvoerende partij in de volgende aspecten:

  • Benodigde voorzieningen om doorvoeringen brandwerend uit te voeren; hierbij wordt onderscheid gemaakt in type doorvoering (doorvoeringen van kunststof en metalen leidingen, kabels, kabelgoten, luchtkanalen, rookgasafvoer- en verbrandingsluchttoevoerleidingen) alsook in grootte hiervan.
  • Benodigde voorzieningen om doorvoeringen rookwerend uit te voeren. Uitgangspunt hierbij is de rookwerendheid volgens NEN 6075:2011 (rookdoorlatendheid Sa en S200), oftewel het weren van relatief koude rook.
  • De randvoorwaarden voor het aanbrengen van de voorzieningen: afstand tussen buizen, afdichting rondom buis, ophanging van buizen, etc.
  • Het belang van testrapporten, classificatierapporten en documenten voor producten onder CE-markering.
  • Verbreding van het denkproces om tot een oplossing te komen bij bijzondere situaties.

1.2 Leeswijzer

Het eerstvolgende hoofdstuk bestaat uit een nadere definiëring van de installatietechnische doorvoeringen. Aangegeven wordt welke typen materialen in de installatietechniek voorkomen en welke afmetingen ze bezitten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in kunststof leidingen en metalen leidingen (zoals voorkomend in de sanitaire techniek), kabels en kabelgoten, luchtkanalen en rookgasafvoer- en verbrandingsluchttoevoerleidingen. Aangegeven wordt tevens welke parameters van deze buizen en kanalen van invloed zijn op de brand- en rookwerendheid. Om te bepalen aan welke brand- en rookwerendheidseis een wand of vloer – en dus ook de doorvoering door deze wand of vloer – moet voldoen, wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de regelgeving en de consequenties daarvan in de praktijk. Veel aandacht wordt daarbij besteed aan het realiseren van de wbdbo-eis bij schachten en meterruimten. Voortvloeiend uit de regelgeving komen in hoofdstuk 4 de te treffen brand- en rookwerende voorzieningen aan bod. Per type doorvoering worden het toepassingsgebied en de werking van de brand- en rookwerende voorziening besproken. Feitelijk zijn dit de basisoplossingen. In de praktijk kan vaak niet met de basisoplossingen worden volstaan, omdat niet aan de randvoorwaarden die hieraan worden gesteld wordt voldaan. Ook worden in de praktijk vaak verkeerde keuzes in oplossingen gemaakt. Om tot een correcte keuze in brandwerende voorzieningen te komen – ook voor de niet-standaardsituaties – wordt in hoofdstuk 5 een oplossingsstrategie omschreven. Aan de hand van het omschreven denkpatroon kan zowel de ontwerpende als uitvoerende partij een correcte keuze in brandwerende voorziening maken.

Een overzicht van de voorzieningen die mogelijk zijn om de doorvoering brandwerend en/of rookwerend te maken wordt in hoofdstuk 6 gegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt in het type doorvoering (kunststof leidingen, metalen leidingen, kabels/goten, luchtkanalen, rookgasafvoer- en verbrandingsluchttoevoerleidingen) alsook in de scheidingsconstructie die de doorvoering doorkruist (steenachtige wand, lichte wand, steenachtige vloer). Ook is aangegeven of de betreffende voorziening leidt tot een 30 minuten brandwerende constructie of een 60 minuten brandwerende constructie en of relatief koude rook wordt geweerd.

In de daarop volgende hoofdstukken (hoofdstuk 7 tot en met 11) worden de oplossingen in de overzichtstabellen nader uitgewerkt in specificatiebladen. De oplossingen zijn gevisualiseerd en voorzien van randvoorwaarden. Tevens zijn kwaliteitseisen voor de uitvoering en andere aandachtspunten aangegeven.

De oplossingen in hoofdstuk 7 tot en met 11 zijn generiek opgesteld, dat wil zeggen dat de merknaam van de brandwerende voorziening niet is gegeven. De oplossingen zijn daarmee principeoplossingen. Het is mogelijk dat een producent die de brandwerende voorziening in het specificatieblad levert, de voorziening op een net iets andere wijze heeft getest dan omschreven of dat het toepassingsgebied (bijv. de diameter van een buis) groter is dan aangegeven.

Voor alle specificatiebladen geldt dan ook: raadpleeg altijd de testrapporten en de documentatie van de leverancier voor het juiste toepassingsgebied en de juiste verwerkingswijze van het brandwerende product.

1.3 Doorgevoerde wijzigingen

Ten opzichte van de vorige versie zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • Hoofdstuk 3, met een toelichting over de brandtechnische indeling, is aangepast aan Bouwbesluit 2012.
  • Uitgegaan is van de momenteel van kracht zijnde normen op het gebied van brandwerendheid.
  • Voor de uitwerking van de rookwerendheid is NEN 6075:2011 (die in de toekomst van kracht wordt voor nieuwbouw) als basis genomen. Dat betekent dat in deze publicatie aangegeven wordt hoe de rookdoorlatendheid Sa en S200 kan worden gerealiseerd.
  • Voor luchtkanalen is duidelijker aangegeven hoe de ophanging moet worden gerealiseerd en hoe het kanaal op de brandklep moet worden aangesloten. Ingegaan wordt tevens op het plaatsen van brandkleppen op afstand van de wand dan wel de vloer.
  • De publicatie is aangevuld met oplossingen voor het brandwerend doorvoeren van rookgasafvoerkanalen en verbrandingsluchttoevoerleidingen.
  • Hoofdstuk 5, waarin het denkpatroon wordt toegelicht, is geactualiseerd en uitgebreid.
  • In hoofdstuk 6 tot en met 11 zijn enkele niet correcte oplossingen verwijderd en zijn diverse nieuwe oplossingen toegevoegd.

Let op: van de oplossingen die in de vorige versie reeds waren uitgewerkt, is niet nagegaan of het toepassingsgebied dat wordt vermeld wellicht kan worden verruimd. Het is dus (meer dan in de vorige druk) mogelijk dat leveranciers een geteste oplossing hebben die buiten het aangegeven toepassingsgebied valt.

1.4 Afkortingen

In de publicatie komt een aantal afkortingen voor die veelvuldig worden gebruikt. De betekenis van deze afkortingen is in onderstaand overzicht aangegeven.

Symbool Betekenis
Ø Diameter van buis of sparing
E Brandwerendheidscriterium ‘vlamdichtheid betrokken op afdichting’
I Brandwerendheidscriterium ‘thermische isolatie betrokken op temperatuur’
S (Rook)lekkage door brandklep
s Spleet tussen buis en sparingswand
S200 Rookdoorlatendheid bij temperatuur van 200 ˚C
Sa Rookdoorlatendheid bij temperatuur van 20 ˚C
wbdbo Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag
wrd Weerstand tegen rookdoorgang
BC Brandcompartiment
BW Brandwerend
BZ Beide zijden
DVZ Direct verhitte zijde
MV Mechanische ventilatie
NDVZ Niet direct verhitte zijde
RGA Rookgasafvoer
VLT Verbrandingsluchttoevoer
WTW Warmte-terug-winning