0

publicatie: Cementgebonden gietvloeren

1 Toepassingsgebied en karakteristieken

1 Toepassingsgebied en karakteristieken

1.1 Wat zijn cementgebonden gietvloeren?

Egalisaties, dekvloeren en industriële eindafwerking
Gietvloeren zijn gietdekvloeren, egalisaties of industriële eindafwerkingen die worden gegoten met een zeer vloeibare, zelfverdichtende mortel (zie de begrippenlijst). Er bestaat een overgangsgebied tussen de egalisaties en de gietdekvloeren, maar het belangrijkste verschil tussen een egalisatie en een dekvloer is de dikte: een egalisatie heeft een egaliserende functie en is derhalve altijd zo dun mogelijk, terwijl een dekvloer een bouwkundige functie heeft en dikker is (zie tabel 1).

Bindmiddel
Cementgebonden gietvloeren onderscheiden zich van andere gietvloeren door het gebruik van cement als bindmiddel. Er zijn ook gietvloeren die in plaats van cement een ander bindmiddel gebruiken. In tabel 1 wordt een totaaloverzicht gegeven van alle leverbare gietvloeren naar type bindmiddel, waarbij ook de kunststof en calciumsulfaatgebonden gietvloeren zijn weergegeven. Ter vergelijking is ook de traditionele, handmatig aangebrachte dekvloer in de tabel opgenomen.

Tabel 1
Overzicht dekvloeren en egalisaties

verwerkingssysteem bindmiddel type toepassing dikte ¹
traditionele, handmatig aangebrachte dekvloer cement calciumsulfaat
magnesietcement
(laatstgenoemde zelden
gebruikt in België en Nederland).
zand-bindmiddelmengsel dekvloer 30 - 90 mm
gietvloeren calciumsulfaat alfa-hemihydraten gietdekvloer 15 - 70 mm
egalisatie 1 - 20 mm ²
anhydriet gietdekvloer 15 - 70 mm
egalisatie 1 - 20 mm ²
cement cement gietdekvloer 15 - 70 mm
egalisatie 1 - 20 mm ²
kunststof gemodificeerd industriële eindafwerking 1 - 15 mm
kunststof epoxy industriële eindafwerking 1 - 4 mm
polyurethaan industriële eindafwerking 1 - 4 mm
polymethylmethacrylaat industriële eindafwerking 1 - 4 mm
1. De diktes worden ter informatie gegeven. De exacte dikte waarin een gietvloer uitgevoerd wordt, is afhankelijk van het type dekvloer en de krachten die op de vloer zullen aangrijpen.
2. De meestvoorkomende laagdikte is 3 - 4 mm.

Leveringsvormen
Cementgebonden gietvloeren worden over het algemeen gerealiseerd met voorgemengde prefab mortels die op verschillende manieren kunnen worden aangeleverd:

  • Via zakken met het droge mengsel. Hieraan dient op de bouwplaats een specifieke dosis water toegevoegd te worden (de hoeveelheid is afhankelijk van het product), waarna het verpompt of uitgegoten kan worden. Veel egalisaties worden op deze wijze aangeleverd en verwerkt.
  • Via silo's. Het mengsel wordt op de bouwplaats in een silo aangemaakt, waarna het verpompt en gegoten kan worden. Deze silo's kunnen stilstaand of mobiel zijn.
  • Vanuit een centrale. Het mengsel wordt in een centrale aangemaakt en vervolgens met mixers naar de bouwplaats vervoerd. Gezien de reistijd zal het mengsel een lange tijd verwerkbaar moeten zijn. Wachttijden op de bouwplaats moeten in elk geval vermeden worden, wil de mortel binnen zijn verwerkingstijd verwerkt kunnen worden.

Cementgebonden gietvloermortels aangeleverd en verwerkt met silosystemen

1.2 Karakteristieken en eigenschappen

Cementgebonden gietvloeren onderscheiden zich in een aantal opzichten van andere vloersystemen.

Zelfverdichtend
De vloeibaarheid en het zelfverdichtend karakter van de gietmortel maken het mogelijk om met deze mortels een goede sterkte te bereiken, zonder intensieve handmatige verdichting. Door deze manier van verwerken en verdichten heeft de vloer op elke plaats dezelfde sterkte (continue kwaliteit over het hele vloerveld). Met deze mortels kan ook op een verende ondergrond (bij zwevende dekvloeren) een goede verdichting worden bereikt.

Het gieten van zelfverdichtende cementgebonden gietmortels.

Productiesnelheid
De verwerkbaarheid en verpompbaarheid van gietmortels leiden bij gebruik van de juiste apparatuur tot een hogere productie (in m² vloeroppervlak/dag) dan bij het handmatig aanbrengen van een dekvloer. Dit kan relevant zijn voor de bouwsnelheid.

Verwerkingstijd
De verwerkingstijd (de tijd waarbinnen de mortel aangebracht moet zijn) varieert van product tot product. De mortels die als droge mortel verdeeld worden (in zakken of in silo's) en op de bouwplaats met water gemengd worden, hebben meestal een beperkte verwerkingstijd van ongeveer 20 minuten. Een mortel die nat vanuit een mortelcentrale naar de bouwplaats vervoerd wordt, heeft meestal een langere verwerkingstijd; deze bedraagt ongeveer tweeënhalf uur.

Zelfnivellerend
Door het zelfnivellerende karakter van cementgebonden gietmortels wordt een hoge vlakheid bereikt zonder intensieve nabewerking. Zeer hoge vlakheden kunnen worden bereikt door toepassing van de hoogvloeibare egalisatiemortels.

"Betonlook"-vloeren zijn mogelijk met gepigmenteerde egalisatiemortels

Krimpbeheersing
Cementgebonden producten vertonen een zekere mate van krimp. Het krimpgedrag wordt bepaald door de mengselsamenstelling en de mate waarin hulpstoffen aan het mengsel zijn toegevoegd. Het is belangrijk om het product te kiezen dat geschikt is voor de beoogde toepassing en om de mortel volgens voorschrift toe te passen (voorgeschreven laagdiktes, correcte hoeveelheid aanmaakwater toevoegen, eventuele nabehandeling).

Vochtongevoelig
Na uitharden zijn cementgebonden gietvloeren niet gevoelig voor vocht. Toepassing in natte ruimten en vochtige omstandigheden behoort tot de mogelijkheden.

Warmtegeleidend
Het zelfverdichtend karakter van de mortel levert na verharding een compacte structuur op die voor een hoge warmtegeleidbaarheid en een goede omsluiting van buizen zorgt, hetgeen een voordeel is bij de toepassing van vloerverwarming.

1.3 Kwaliteitsaanduiding en sterkteklassen

Vanaf augustus 2004 is voor cementgebonden gietmortels een CE-markering verplicht. Bij elk product moet de leverancier een productblad met producteigenschappen toevoegen.

Drie belangrijke parameters voor het classificeren van dekvloermaterialen zijn het type bindmiddel, de karakteristieke druksterkte en de karakteristieke buigtreksterkte. Ze dienen te worden bepaald volgens de Europese norm EN 13892-21. De klassen worden gegeven in onderstaande tabellen 2 en 3.

In Nederland: NEN EN 13892-2, in België: NBN EN 13892-2 Beproevingsmethoden voor dekvloermortels - Deel 2: Bepaling van de buig- en druksterkte

De CE-aanduiding van cementgebonden gietvloermortels bestaat uit drie delen. Voorbeelden van CE-aanduidingen van veel gebruikte cementgebonden gietvloermortels zijn:
CT-C20-F5
CT-C25-F7
CT-C16-F4
De eerste code (CT) geeft aan dat het gaat om mortels die cement als bindmiddel hebben. De tweede code (C20, C25, C16) heeft betrekking op de druksterkteklasse en de derde code (F5, F7, F4) heeft betrekking op de buigtreksterkte.

Tabel 2
Druksterkteklassen voor dekvloermaterialen volgens EN 13813:2002 2

In Nederland: NEN EN 13813, in België: NBN EN 13813 Dekvloermortel en dekvloeren - Dekvloermortels - Eigenschappen en eisen.
klasse C5 C7 C12 C16 C20 C25 C30 C35 C40 C50 C60 C70 C80
druksterkte in N/mm² 5 7 12 16 20 25 30 35 40 50 60 70 80

Tabel 3
Buigtreksterkteklassen voor dekvloermaterialen volgens EN 13813:2002 3

In Nederland: NEN EN 13813, in België: NBN EN 13813 Dekvloermortel en dekvloeren - Dekvloermortels - Eigenschappen en eisen
klasse F1 F2 F3 F4 F5 F6 F7 F10 F15 F20 F30 F40 F50
buigksterkte in N/mm² 1 2 3 4 5 6 7 10 15 20 30 40 50