0

publicatie: Dakbegroeiingsrichtlijn

1. Voorschriften die van toepassing zijn

1 Voorschriften die van toepassing zijn

1.1 Inleiding

Dakbegroeiing is een van de mogelijkheden om de woon- en werkomgeving ecologisch, functioneel en vormgevingstechnisch te verbeteren. De afgelopen jaren heeft dakbegroeiing in Nederland aan betekenis gewonnen en een intensieve ontwikkeling doorgemaakt.

In Duitsland worden dakbegroeiingen al langer en vaker toegepast. Door de Forschungsgesellschaft Landschaftsentwicklung Landschaftsbau E.V. (FLL) is de stand der techniek voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van dakbegroeiingen als ‘Anerkannte Stand der Technik’ in een richtlijn geformuleerd. Deze Duitse richtlijn is na de eerste uitgave in verschillende Europese landen overgenomen. Zie voor actuele informatie www.fll.de.

In Nederland bestaat geen specifieke wet- en regelgeving voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van dakbegroeiingen. In samenwerking met de FLL is door de Vereniging van Bouwwerk Begroeners (VBB) en de sectorvereniging van de Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), de Dak- en Gevelbegroeningspecialisten (DGS), de Duitse richtlijn vertaald en aangepast aan de Nederlandse wet- en regelgeving.

De richtlijn voor de planning, de uitvoering en het onderhoud van dakbegroeiingen, hierna te noemen de Dakbegroeiingsrichtlijn FLL, is net als de Duitse richtlijn een beschrijving van de stand van de techniek op het moment van publicatie. De richtlijn is geen kwaliteitsof beoordelingsrichtlijn maar geeft de parameters aan voor een dakbegroeiingsopbouw. Bij het ontwerp en de aanleg van dakbegroeiing dient rekening te worden gehouden met verschillende factoren die van invloed zijn op de opbouw van een dakbegroeiing, zoals de ligging van het gebouw, de gewenste vegetatie, de bouwkundige mogelijkheden en de dakhelling. In de richtlijn worden geen specifieke eisen gesteld aan het optische eindbeeld.

Deze richtlijn is van toepassing op het begroeien van daken, terrasdaken, parkeerdaken en andere daken en dekken met een bedekking tot circa 2 meter.

De Duitse richtlijn FLL is met de grootste zorg vertaald en aangepast aan de Nederlandse wet- en regelgeving om een zo goed mogelijk kader te scheppen voor dakbegroeiing in Nederland, met inachtneming van ieders verantwoordelijkheden. Elke aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit het gebruik of de toepassing van de Dakbegroeiingsrichtlijn FLL wordt uitgesloten.

1.2 Wet- en regelgeving

Het Bouwbesluit
Het Bouwbesluit bevat de minimale technische voorschriften voor bouwwerken zoals woningen, kantoren, winkels e.d.. De eisen hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. De bouwtechnische voorschriften worden in de vorm van functionele eisen gesteld. Waar mogelijk zijn deze eisen uitgewerkt in concrete prestatievoorschriften.
In het Bouwbesluit staat welke NEN-normen van toepassing zijn en welke kwaliteitsverklaringen kunnen worden toegepast. Het Bouwbesluit is van publiekrechtelijke aard. Er mag in principe niet van worden afgeweken.

NEN-normen
De NEN-normen geven de methoden aan om te bepalen of aan de prestatie-eisen zoals gesteld in het Bouwbesluit wordt voldaan.
Voor zover een NEN-norm niet wordt aangewezen in het Bouwbesluit, is (dit deel van) de NEN-norm van privaatrechtelijke aard en slechts van toepassing indien dit tussen partijen is overeengekomen.

Kwaliteitsverklaringen
Kwaliteitsverklaringen van erkende certificeringsinstellingen geven aan dat een bouwmateriaal of bouwdeel voldoet aan de eisen die eraan worden gesteld in het Bouwbesluit, mits toegepast op een nader omschreven wijze.

CE-markering
Bij de uitvoering van de EG-richtlijn bouwproducten wordt het gebruik van bouwmaterialen en bouwdelen die zijn voorzien van een CE-markering verplicht. Voor dakbegroeiingen is dit het geval voor geotextielen die worden gebruikt als filterlaag, de kunststof drainagebanen en kunststof dragers (noppenfolies) van geotextielen (NEN EN 13252).

Arbeidsomstandighedenwet
In de Arbeidsomstandigheden wet (Arbowet ’98) staan algemene bepalingen over het arbobeleid, zoals de uitgangspunten van het beleid, het systeem van risicoinventarisatie en -evaluatie, de ondersteuning door deskundige diensten en de samenwerking tussen werkgever en werknemers. De wet regelt ook het toezicht en de handhaving door de Arbeidsinspectie en het systeem van boete-oplegging. De wet wordt nader uitgewerkt in het Arbobesluit en de Arboregeling.

Aan de Arbowet ’98, het Arbobesluit en de Arboregeling zijn beleidsregels gekoppeld. Deze regels bieden concreet houvast bij het toepassen van de wettelijke voorschriften. De arbobeleidsregels geven aan hoe het vereiste beschermingsniveau bereikt kan worden, maar het zijn geen algemeen bindende voorschriften.

Een groot deel van de voorschriften in de Arbowet ’98, het Arbobesluit en de Arboregeling komt voort uit verplichtingen die de Europese Unie stelt.

Bouwstoffenbesluit
Sinds 1 januari 1999 is het Bouwstoffenbesluit van kracht, voluit het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming en afgekort het Bsb. Het legt normen vast voor 130 stoffen. Het Bouwbesluit is van kracht zodra bouwstoffen (grond of overige steenachtige materialen) worden toegepast in een werk. Voor het gebruik van steenachtige bouwstoffen die in contact kunnen komen met regen-, grond- of oppervlaktewater zijn regels opgesteld. Bij toepassing van steenachtige bouwstoffen moet worden aangetoond dat de bouwstoffen voldoen aan kwaliteitseisen voor samenstelling en emissie. Het Bsb gaat over steenachtige bouwstoffen. Dat zijn bouwstoffen die voor meer dan 10% uit silicium, calcium en aluminium bestaan. Ze worden onderverdeeld in primaire en secundaire steenachtige bouwstoffen. Primaire bouwstoffen zijn stoffen die niet eerder als bouwstof zijn gebruikt zoals zand, grond, klei en grind. Ook de bouwstoffen die daaruit zijn samengesteld zoals beton vallen eronder. Secundaire steenachtige bouwstoffen zijn materialen die als bouwstof worden hergebruikt zoals beton- en menggranulaat gemaakt uit bouw- en sloopafval of bouwstoffen uit industriële processen zoals hoogovenslakken en AVI-bodemas (bodemas uit afvalverbrandingsinstallaties). Andere voorbeelden van bouwstoffen zijn asfalt, asfaltgranulaat, bitumineuze dakbedekkingen, baggerspecie, ophoogzand, zeefzand, dakpannen, tegels en bakstenen. Vlakglas, metallisch aluminium, kunststof, verf, metalen en hout vallen niet onder het Bsb.

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen
In deze richtlijn worden ontwerp- en uitvoeringsrichtlijnen voor de dakbedekkingsconstructie met een gesloten dakbedekkingssysteem beschreven. Deze richtlijn wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van Vebidak (Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland). De richtlijn is van privaatrechtelijke aard.

1.3 Verwijzingen naar literatuur, wet- en regelgeving

Bouwbesluit 2003; herziene druk; Sdu Uitgevers bv, Den Haag

Bouwstoffenbesluit; 1 januari 1999

Arbeidsomstandighedenwet 1998

NEN 3215
Binnenriolering; eisen en bepalingsmethoden
Uitgave 2002, aanvulling 2004

NTR 3216
Binnenriolering; richtlijn voor ontwerp en uitvoering Uitgave 2003

NEN 6063
Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken
Uitgave 1991, aanvulling 1997

NEN 6702
1991 Technische grondslagen voor bouwconstructies – TGB 1990 – Belastingen en vervormingen, met 2e correctieblad, september 1993

NEN 6707
1991 Bevestiging van dakbedekkingen – Eisen en bepalingsmethoden, met 2e correctieblad, september 1992 NPR 6708
Bevestiging van dakbedekkingen. Richtlijnen. 1e druk, januari 1997.
Correctieblad december 1997

NEN 6760
TGB 1990 Technische grondslagen voor bouwconstructies; Houtconstructies; Basiseisen; Eisen en bepalingsmethoden. Uitgave 2001. Correctieblad 2002

NEN EN 13252
Geotextiel en aanverwante producten. Vereiste eigenschappen voor toepassing in drainagesystemen.

NEN EN ISO 12958
Geotextiel en soortgelijke producten. Bepaling van het waterdoorlatingsvermogen in het vak.

DIN 4095
Ausgabe 1990. Baugrund; Dränung zum Schutz baulicher Anlagen; Planung, Bemessung und Ausführung

Vakrichtlijn “Gesloten dakbedekkingssystemen”
Uitgave VEBIDAK, BDA Dakadvies B.V. en Dakmerk.
Uitgave 1 december 2000

In de oorspronkelijke ‘FLL-Dachbegrünungsrichtlinie’ wordt verwezen naar de in Duitsland geldende normen. Dit principe is overgenomen door de Nederlandse werkgroep die de FLL heeft vertaald en heeft aangepast. Er wordt verwezen naar de Nederlandse wet- en regelgeving en geldende NEN-normen.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de types begroeiing en vegetatievormen benoemd. Daarna worden in hoofdstuk 3 functies en effecten beschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op de eisen die aan het gebouw en de bouwmaterialen worden gesteld. Bouwtechnische vereisten zijn beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 komen de eisen die worden gesteld aan de opbouw van vegetatieoppervlakken aan de orde. Vervolgens worden drainagelagen, filterlagen en vegetatiegrondlaag beschreven in respectievelijk hoofdstuk 7, 8 en 9. Eisen aan zaaigoed, planten en vegetatie worden behandeld in hoofdstuk 10. Hoofdstuk 11 gaat verder met begroeiingprocedures, erosiebescherming, verzorging en onderhoud. Tenslotte komen tests en kengetallen voor belastingscapaciteit aan de orde in hoofdstuk 12 en 13.

De oorspronkelijk Duitse Dakbegroeiingsrichtlijn (Richtlinie für die Planung, Ausführung und Pflege von Dachbegrünungen - Dachbegrünungsrichtlinie, 2002) is uitgegeven door Forschungsgesellschaft Landschaftsentwicklung Landschaftsbau e.V. - FLL.

April, 2005
Werkgroep FLL