0

publicatie: Dakbestratingsrichtlijn

1 Inleiding

1 Inleiding

Maatschappelijk en economisch wordt er veel meer nagedacht over wat wel genoemd wordt het ‘meervoudig gebruik van het maaiveld’ en ook wel ‘gestapeld ruimtegebruik’. Het realiseren van waterbuffers op daken en de ontwikkeling van gebruiksdaken met daarop functies zoals wonen, sport en spel, recreatie, groenvoorziening en infrastructuur komt steeds vaker voor. Bovendien neemt de schaal van de projecten toe en kunnen we dus vaststellen dat de vegetatiedaken en tuindaken het experimentele stadium voorbij zijn. Dit is een van de motieven geweest om twee jaar geleden de al langer bestaande SBR-publicatie ‘Daken in ’t Groen’ te herzien. Steeds vaker worden vooral de grotere groenedakprojecten gecombineerd met allerlei vormen van dakbestrating. Ook het omgekeerde komt voor: grote gebruiksdaken met diverse vormen van verharde oppervlakken in verband met verschillende functies worden gecombineerd met groene daken. Deze publicatie vormt een richtlijn voor het ontwerpen en uitvoeren van gebruiksdaken, al dan niet in combinatie met groene dakvlakken.

Voetpaden en rijwegen alsmede parkeeroppervlakken op daken en dekken zonder grondaansluiting maar met ophogingen of andere opbouwconstructies (bijvoorbeeld voor begroeiing), worden aldus op grote schaal gebouwd. Vanwege de ontbrekende grondaansluiting en de speciale bouwtechnische eisen (bijvoorbeeld wat betreft statica en afdichting) alsmede eventuele begroeiingen (bijvoorbeeld vegetatie, drainage en watergeefsystemen), zijn speciale bouwwijzen noodzakelijk. Deze zijn afhankelijk van de dak- respectievelijk dekconstructie en de afdichting, het soort en de dikte van de opbouw alsmede het soort en de intensiteit van het beoogde gebruik door personen en voertuigen. Hierbij gaat het onder meer om de uitgeoefende belasting door statische en dynamische krachten, in het bijzonder in bochten en bij het wegrijden en remmen.

Belangrijk voor de duurzaamheid van beloop- en/of berijdbare daken en dekken is, behalve het vermogen tot de opname van alle permanente lasten en verkeersbelastingen, de volledige functionaliteit van de afzonderlijke lagen en hun aansluitingen. Ongeschikte bouwmaterialen, constructie-elementen en bouwwijzen hebben al vaak geleid tot aanzienlijke gebreken en zelfs tot schade aan het bouwwerk zelf.

Deze dakbestratingsrichtlijn is zodanig opgezet dat allereerst aan ontwerpers keuzemogelijkheden worden geboden op basis van het beoogde gebruik van het betreffende dakvlak. Hierbij speelt de aan te houden belastingsklasse een grote rol en worden aandachtspunten aangegeven. Vervolgens worden de eisen geformuleerd die aan daken, ontwerp en uitvoering moeten worden gesteld, gevolgd door beschrijvingen van diverse mogelijke daksamenstellingen. Erg belangrijk zijn de eisen die aan de verschillende functionele lagen gesteld moeten worden.
In het kort wordt nog een aantal bijzondere voorzieningen behandeld, zoals compartimentering, lekkagedetectie en waterbuffering.
Vanwege het in het algemeen intensieve gebruik van gebruiksdaken zijn regelmatige inspectie en onderhoud van evident belang, om welke reden daaraan een apart hoofdstuk wordt gewijd. Voorbeelden van diverse soorten in de praktijk uitgevoerde projecten geven opdrachtgevers en ontwerpers zonder twijfel de nodige inspiratie.

Figuur 1-1: Steeds vaker worden vooral de grotere groenedakprojecten gecombineerd met allerlei vormen van dakbestrating.