0

publicatie: Daken in 't groen

1 Inleiding

1 Inleiding

Groene daken, dat wil zeggen daken met een begroeiing erop, bestaan al zolang mensen eigen onderkomens bouwen. De plaggenhut is daar een voorbeeld van. Vergelijkbare bouwsels komt men in sommige Afrikaanse landen nog steeds tegen. Ze vormen het bewijs dat levend materiaal een functioneel onderdeel van een dak kan vormen. Let wel: een schuin dak. Schubvormige dakbedekkingen, of die nu bestaan uit riet, leien, pannen, gras of bladeren, vormen bij een redelijk schuin dak nu eenmaal de meest natuurlijke en doeltreffende waterkering. Toch worden ook al heel lang platte daken voorzien van zelfs complete tuinen. De oudst bekende zijn misschien wel de hangende tuinen van Babylon. Maar ook in onze tijd bestaan er tuindaken die al geruime tijd uitstekend functioneren. Fraaie voorbeelden van ruim honderd jaar oud kan men o.a. in Londen en Sint Petersburg vinden. Toepassing van deze tuindaken was toen echter niet bedoeld om het levende materiaal te laten bijdragen aan de waterkering (en isolatie!) maar vooral om die saaie platte dakvlakken te verfraaien en de op een bovenverdieping zo gemiste tuin ook hogerop te brengen. De laatste tijd is daar het besef bij gekomen dat vegetatie- en tuindaken een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de waterlast in stedelijke gebieden. Zij vertragen de afstroming en vergroten het bergende vermogen. Op een plat dak kan de vegetatie een bijdrage leveren aan de isolatie, maar niet aan de waterdichtheid; die zal door middel van andere materialen gewaarborgd moeten worden. Hier kan men bij bedenken wat Hoffmann [lit. 1] hierover opmerkt: "Een huis wordt gebouwd, maar een tuin wordt aangelegd". En: "Een tuindak wordt gebouwd èn aangelegd". Dit wil zeggen dat het resultaat (de daktuin) zich in de tijd verder ontwikkelt. Het betekent echter ook dat onderzoek en herstel van een schade aan de waterdichte laag, die zich nu eenmaal altijd ergens onder de vegetatie bevindt, tot in verhouding zeer grote, zo niet onherstelbare schade aan het tuindak zelf kunnen leiden. Wanneer een schade zich voordoet, komt het dan in de praktijk niet zelden tot 'symptoombestrijding' in de vorm van gootjes onder de lekkagepunten.

Deze SBR-uitgave geeft daarom enerzijds aanwijzingen voor het ontwerpen van begroeide daken, die duurzaam waterdicht zijn en dient anderzijds als inspiratiebron voor ontwerpers om tot fraaie oplossingen te komen.

Vegetatiedaken en ontwerp
Bouwtrajecten beginnen vaak al bij de ruimtelijke ordening procedure (RO-procedure). In dit stadium worden de contouren van te bebouwen gebieden vastgelegd en moeten verschillende RO-aspecten worden getoetst. Eén van die toetsen is de watertoets. De watertoets regelt de waterhuishouding voor de betreffende locatie. In principe dient voor het hemelwater voor het betreffende gebied een afdoende oplossing te worden gezocht. Daarbij worden daken afgekoppeld en wordt middels wadi's en oppervlaktewater de opvang van hemelwater geregeld. Bij toepassing van begroeide daken mag een reductie op de hoeveelheid afstromend water worden toegepast. Het gebruik van begroeide daken kan dus bijdragen om aan de watertoets te voldoen.

Bij het ontwerp van begroeide daken spelen verschillende zaken een rol. Naast de constructieve en bouwkundige aspecten is dit in de beginfase van het project vooral de esthetische kwaliteit van het dak. In de voorlopige ontwerpfase wordt het dak vaak heel slank vormgegeven. Het gaat daarbij vooral over de dakranden. In de definitieve ontwerpfase worden de details getekend. In die fase wordt informatie opgevraagd bij de leveranciers. Het gaat dan vooral om de aansluitingen, dikte van het pakket, constructieve eisen, enz. Een vervelend aspect in deze fase is vaak dat de dakrand bij een begroeid dak veel zwaarder (dikker) wordt vanuit de technische randvoorwaarden terwijl de architect een redelijk slanke dakrand voor ogen heeft. Bij een toegankelijk dak en een grote opstap zijn traptreden nodig en, afhankelijk van de hoogte, een leuning en een bordesje. In beide gevallen speelt de dikte van het substraat een belangrijke rol bij de detaillering. Het is dus van belang om in de VO-fase al in een vroeg stadium na te denken over de detaillering van het begroeide dak en dit met een leverancier af te stemmen.

Na de definitieve ontwerpfase volgt de bestekfase waarin bestektekeningen en bestek (contractstukken) worden gemaakt. In deze fase worden leveranciers vastgelegd of wordt een dusdanige omschrijving van het systeem gemaakt dat verschillende leveranciers op basis van gelijke kwaliteit een aanbieding kunnen doen. Het zal duidelijk zijn dat alle kwalitatieve en kwantitatieve eisen dan bekend moeten zijn en dat wijzigingen in de uitvoeringsfase (werktekeningen) niet meer of moeilijk realiseerbaar zijn.