0

publicatie: De Flexibele Doorbraak

Voorwoord

Voorwoord

Afweging behoud of sloop-nieuwbouw wordt steeds belangrijker
De cijfers over de naoorlogse woningproductie en woningvoorraad zijn even onthullend als dwingend. Driekwart van de huidige woningvoorraad is na 1950 gebouwd. Een van de grootste opgaven moest worden bestreden: Volksvijand nummer 1, de woningnood na de Tweede Wereldoorlog. Verloren gaan van huizen, de baby-boom, minimale moderne eisen aan woningen (zoals toilet, badkamer, geen tussenkamers), veranderde gewoonten (na het trouwen niet langer inwonen bij je ouders), een toenemend aantal vierkante meters per mens per woning, enz. brachten het vliegwiel van de productie in een snelle beweging. Kwantiteiten waren maatgevend. De schaarste maakte de aangeboden moderne woningen waardevol. Een flat betrekken was voor velen een teken van vooruitgang.
De bevolking van Nederland groeide de afgelopen halve eeuw van 5 naar 16,5 miljoen mensen. De vraag naar nieuwbouw werd steeds meer ingegeven door de groei van de behoefte aan woonruimte: van gemiddeld 50 m² voor 5 personen in 1900 ging het naar 160 m² voor 2,6 personen omstreeks 2000! Ofwel van 10 m² per persoon naar 65 m² per persoon. Met name deze laatste groei zorgt voor steeds meer bebouwde oppervlakte per bewoner.

Ruimteconsumptie
Het kwantitatieve tekort werd na tientallen jaren ingelopen, de grootste schaarste verdween, waarna de vraag naar kwaliteit en grotere woningen groeide Met als gevolg toenemende ruimteconsumptie (ook voor het verkeer tussen de steden en dorpen), die het gevoel 'Nederland is vol' liet ontstaan. Ruimteconsumptie die aan de ene kant per gezin privé-kwaliteit opleverde in de vorm van grotere huizen, vaak op een stukje eigen grond, en die aan de andere kant afbreuk deed aan de algemene kwaliteit van ruimtebeleving door beperkte tuintjes, schuttingen en volgeparkeerde straten.
Daarbij was de belangstelling voor en het image van gestapeld wonen afgenomen. De naoorlogse flats waren na decennia qua wooncomfort verouderd; de locatie, de status en de buurtvoorzieningen werden ondergewaardeerd. Mensen waren kritischer op veranderingen in hun buurt. De nadruk in het beleid kwam te liggen op tenminste grondgebonden woningen, maar liefst woningen met eigen tuin. De VINEX-opgave floreerde.
Inmiddels is er minder nieuwbouw. Ten opzichte van de woningvoorraad daalde de bouwproductie per jaar tot minder dan 1 %. In verhouding tot wat we bezitten aan voorraad is het jaarlijks aantal nieuwgebouwde huizen marginaal.
We zullen dus heel lang moeten doen met onze bestaande woningvoorraad, mede omdat vele woningzoekenden geheel op die sector zijn aangewezen. De belangrijke opgave ligt in levensduurverlenging van de bestaande voorraad.
De afweging tussen sloop en nieuwbouw wordt steeds belangrijker. Daar waar renovatie van de naoorlogse gestapelde woningen zowel de stedenbouwkundige kwaliteit versterkt, en tegelijk de technische en bouwfysische hoedanigheden toekomstwaarde geven, kan een beredeneerde afweging worden gemaakt tussen renovatie of nieuwbouw. De Flexibele Doorbraak levert een beargumenteerde bijdrage aan die cruciale keus.