0

publicatie: De kwaliteit van voegen in metselwerk

1 Inleiding

1 Inleiding

Buitenmetselwerk, vooral gevelmetselwerk, heeft in Nederland in hoge mate een esthetische functie. Daarbij spelen niet alleen de kleur, vorm en structuur van de steen een belangrijke rol, maar ook die van het voegwerk. In feite bepaalt de voeg in hoge mate de uitstraling van het metselwerk. Aan dat esthetische aspect besteden architecten in de regel dan ook veel aandacht, helaas vaak met te weinig oog voor duurzaamheidsaspecten. De vele schades die daaruit zijn voortgekomen, hebben geleid tot speur- en ontwikkelingswerk dat nog steeds gaande is en dat al belangrijke resultaten heeft opgeleverd:

  • er is een eenvoudig te hanteren voeghardheidsmeter ontwikkeld. Daarmee kan de kwaliteit van voegwerk, althans een maatgevende eigenschap daarvan, nu in één objectief te bepalen grootheid worden vastgelegd. Aan de hand van een daarop gebaseerde klassenindeling met advies voor de toepassing van de verschillende klassen, annex een overzicht van realiseerbare hardheden bij een reeks veelvoorkomende voegtypen, kan de architect/bestekschrijver nu vastleggen wat hij aan kwaliteit wenst. De voeger weet wat er van hem verwacht wordt en kan zijn prijs daarop baseren. Belangrijk is dat de prestatie objectief meetbaar is;
  • veel energie wordt gestoken in de ontwikkeling van prefab-voegspecies. Het gebruik ervan neemt hand over hand toe;
  • er is een speciale menger voor voegspecie ontwikkeld. Met de toepassing van een dergelijk apparaat wordt een goede basis voor goed werk gelegd;
  • de duurzaamheid van de voeg wordt voor een belangrijk deel bepaald door de verdichting. Die laat bij handverdichting nogal eens te wensen over, waarbij snelheid van uitvoering, maar ook optredende vermoeidheid een belangrijke rol speelt. Met het oog daarop is een trillende voegspijker ontwikkeld. Die geeft zoveel kwaliteitsverbetering, dat wordt gesteld dat de hoogste kwaliteiten alleen met inzet van dat apparaat kunnen worden gerealiseerd;
  • onder meer als reactie op teleurstellende resultaten bij achterafvoegwerk is er weer belangstelling voor doorstrijkwerk. Daarbij is een in Engeland ontwikkeld apparaat, de zogeheten Pointmaster of voegroller, naar voren gekomen. In 1996 werd het apparaat ingezet bij de realisatie van een zeer hoge woontoren, die werd gebouwd met behulp van hefsteigers. Voor doorstrijkwerk werd gekozen op grond van logistieke overwegingen. Te verwachten is dat dergelijke situaties zich in toenemende mate zullen voordoen. De Pointmaster is overigens ook voor achteraf-voegwerk inzetbaar gebleken;
  • op grond van de recent verworven kennis is door Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf een bijscholingscursus voor voegers ontwikkeld. Die wordt mede gezien als een aanloop tot het certificeren van voegbedrijven.

Ontwikkelingen op het gebied van achteraf-voegwerk worden in toenemende mate gestuurd vanuit ARBO-standpunt. De speciale voegspeciemenger en het mechanisch verdichten worden gezien als goede verworvenheden met het oog op het verminderen van de als hoog beschouwde fysieke belasting van de voeger.

Op termijn zal duurzamer voegwerk ook bijdragen aan het minder vervangen van voegwerk. Dat is niet alleen van belang met het oog op de onderhoudskosten van metselwerk, maar ook met het oog op milieu-, DuBo- en ARBO-aspecten.