0

publicatie: Eisen voor gezonde mechanische ventilatiesystemen

1 Inleiding

1 Inleiding

Algemeen
De binnenluchtkwaliteit in gebouwen hangt in sterke mate samen met de volumestroom verse lucht en de kwaliteit van de toegepaste ventilatiesystemen.
Toch is bekend dat ventilatiesystemen, zeker wanneer er sprake is van een inadequaat ontwerp en van onvoldoende onderhoud, de luchtkwaliteit ook in negatieve zin kunnen beïnvloeden.
Luchtkwaliteitklachten kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt zijn door microbiologisch verontreinigde luchtbehandelingskasten, inwendige isolatie van luchtkanalen, (overmatig) gebruik van recirculatie en toepassing van onvoldoende effectieve filters.

In dit cahier worden eisen gepresenteerd die men bij nieuwbouw- en renovatieprojecten kan hanteren voor het ontwerp van mechanische ventilatiesystemen (luchtbehandelingskasten, luchtkanalen en afgiftesystemen - inblaasarmaturen). Hanteert men de eisen, dan is de via het ventilatiesysteem toegevoerde lucht ‘zo schoon mogelijk’; de lucht wordt op een ‘schone locatie’ aangezogen en wordt tijdens het transport van buiten naar binnen niet verontreinigd. De lucht is dan vrij van geurtjes, fijn stof, microbiologische verontreiniging, chemische agentia, e.d.

De eisen zijn gepresenteerd in drie klassen:
klasse A: ‘zeer goed’ - hoog verwachtingspatroon ten aanzien van de binnenluchtkwaliteit;
klasse B: ‘goed’ - gemiddeld verwachtingspatroon ten aanzien van de binnenluchtkwaliteit;
klasse C: ‘acceptabel’, - matig verwachtingspatroon ten aanzien van de binnenluchtkwaliteit, minimaal noodzakelijk vanuit het oogpunt van volksgezondheid en ongeveer het niveau van het wettelijk minimum (Bouwbesluit, Arboregelgeving).
Deze onderverdeling in drie klassen is gebaseerd op de methodiek die is gepresenteerd in NPR CR 1752: 1999 Ventilatie van gebouwen; Ontwerpcriteria voor de binnenomstandigheden.

Per project zal de W-adviseur en/of W-installateur, in overleg met de opdrachtgever en de (toekomstige) gebouwgebruikers moeten bepalen wat de vereiste kwaliteit is.
In principe dient eerst een ambitieniveau (A, B of C) voor de binnenmilieukwaliteit in zijn totaliteit vastgesteld te worden. Zie hiervoor het cahier R2 Binnenmilieu Prestatie-eisen Kantoorgebouwen uit het Praktijkboek Gezonde Gebouwen. Hieruit vloeit dan logischerwijs de klasse-eis voort waaraan het ontwerp van het ventilatiesysteem moet voldoen.
Is dus eenmaal vastgesteld dat het ambitieniveau voor de luchtkwaliteit ‘klasse B’ bedraagt, dan zal het Programma van Eisen (PvE) in de ‘installatie-paragraaf’ de klasse B-eisen uit dit document moeten vermelden.

Leeswijzer
In hoofdstuk 2 vindt de lezer een algemeen hoofdstuk over schone lucht in relatie tot mechanische ventilatiesystemen. Hierin is globaal een ontwerpstrategie beschreven, gericht op het creëren van een zo schoon mogelijke binnenlucht. In hoofdstuk 3 worden algemene eisen aan mechanische ventilatiesystemen gepresenteerd.
In hoofdstuk 4 tot en met 12 wordt ten slotte per installatiecomponent - van aanzuigrooster van de luchtbehandelingskast (lbk), via filtersectie lbk enz. tot en met het afgiftesysteem - een serie luchtkwaliteiteisen in drie klassen gepresenteerd.

Ieder hoofdstuk begint telkens met een korte inleiding, waarna in een tabel de eisen verkort worden gepresenteerd. In de tabel wordt aangegeven bij welk ambitieniveau een eis hoort. Vervolgens is (per ambitieniveau) per paragraaf een eis volledig uitgeschreven als tekst voor het Programma van Eisen.

Als er dus bijvoorbeeld voor klasse B is gekozen, moeten (voor alle elementen die in het mechanische ventilatiesysteem aanwezig zijn) alle onder klasse B aangekruiste eisen in de tabellen overgenomen worden in het Programma van Eisen. De volledige teksten staan onder de tabellen per klasse uitgeschreven. De nummers die in de tabellen vóór de eisen staan, verwijzen naar de uitgeschreven eisen.
Wanneer ervoor gekozen is om een klasse B-installatie te ontwerpen, kunnen er voor enkele onderdelen ook eisen op klasse A-niveau gekozen worden; dit is echter niet voldoende om niveau A te behalen. Wordt daarentegen bij bepaalde onderdelen toch voor eisen op klasse C-niveau gekozen, dan is dit ontoereikend om niveau B te behalen wat betreft het mechanische installatiesysteem.

Tot slot:

  • Voor ‘gezonde mechanische ventilatiesystemen’ is beperking van geluidhinder ook van belang. Denk dan bijvoorbeeld aan eisen ten aanzien van de plaatsing van lbk’s, het gebruik van trildempers onder lbk’s, een juist gedimensioneerde geluiddemper en de toepassing van akoestische, flexibele kanalen. Dit document concentreert zich echter puur op luchtkwaliteitaspecten. Voor eisen ter beperking van geluidhinder wordt verwezen naar ISSO-publicatie 24 Installatiegeluid.
  • Ook eisen ter bevordering van het thermisch comfort, voorzover gerelateerd aan het ontwerp van ventilatiesystemen (denk bijvoorbeeld aan tocht), zijn niet opgenomen in dit document. Hiervoor wordt onder meer verwezen naar NPR CR 1752: 1999 Ventilatie van gebouwen; Ontwerpcriteria voor de binnenomstandigheden.
  • Natuurlijk is de volumestroom verse lucht (hoeveelheid verse luchttoevoer) belangrijk. Voor eisen hieromtrent wordt wederom onder meer verwezen naar NPR CR 1752: 1999 Ventilatie van gebouwen; Ontwerpcriteria voor de binnenomstandigheden.
  • De gepresenteerde eisen zijn bedoeld voor het ontwerp van mechanische ventilatiesystemen van kantoorgebouwen en andere ‘vergelijkbare’ niet-industriële utiliteitsbouw. De eisen zijn niet te gebruiken bij het ontwerp van installaties voor bijzondere ruimten zoals cleanrooms, laboratoria, e.d.