0

publicatie: Falende constructies

1 Inleiding

1 Inleiding

Constructieve veiligheid gaat over de sterkte, de stabiliteit en de integriteit van een bouwwerk, tijdens de bouw en gedurende de daarop volgende gebruiksfase. Bij instortingen is die sterkte, stabiliteit en/of integriteit niet voldoende geweest onder de opgetreden omstandigheden. Maar ook excessieve vervormingen, te grote scheurvorming, trillingen of verzakkingen duiden op onvoldoende constructieve veiligheid. De marge tussen weerstand van een constructie en de aanspraken die erop worden uitgeoefend is dan te klein. Deze marge wordt in het ontwerp en de bouw gebaseerd op afspraken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Na gereedkomen van het bouwwerk is het in stand houden van voldoende marge de zorg van de eigenaar of namens deze de beheerder. De overheid stelt minimumeisen aan genoemde marge voor nieuwbouw en bestaande bouw via de bouwregelgeving.
De totstandkoming van bouwwerken gaat in fasen, van initiatief tot ingebruikname. Het is een ketenproces waarin taken en verantwoordelijkheden vaak op complexe wijze worden verdeeld, gedelegeerd of ingekocht. Constructieve veiligheid is dus een zaak van de keten, van alle partijen die bepalend zijn voor constructieve veiligheid: opdrachtgevers, constructeurs, projectmanagement, werkvoorbereiding, toeleveranciers, uitvoering en toezicht. Na ingebruikname gaat de verantwoordelijkheid over naar de eigenaar/ beheerder. Wil deze zijn taak naar behoren kunnen uitvoeren dan zal deze geïnformeerd moeten zijn en blijven over al die aspecten die de constructieve veiligheid beïnvloeden.
Met de onderzoeken naar een reeks van vijftien falende constructies wordt beoogd inzichtelijk te maken wat er in die gevallen is gebeurd, hoe dat is gebeurd en wat de oorzaken daarvan zijn geweest. Om vervolgens lessen daaruit te trekken om te bewerkstelligen dat gelijksoortig falen niet weer optreedt. De vijftien cases betreffen instortingen, lokaal bezwijken, te grote scheurvorming, te grote doorbuiging of onvoldoende aantoonbare veiligheid. Dergelijke gebreken kunnen tijdens de bouw optreden of na oplevering tijdens het gebruik. Een aparte groep vormen de gebreken die niet direct zichtbaar zijn en ook (nog) niet tot fysieke schade hebben geleid: de verborgen gebreken. Daaronder worden ook begrepen die constructies die onveilig zijn (bij materiaal- en belastingfactoren van 1 niet in staat voorziene aanspraken te weerstaan) of onvoldoende veilig zijn (niet voldoen aan de geëiste marge tussen aanspraak en weerstand), zie figuur 1.1.

Fig. 1.1 Verzameling van constructies met vier categorieën inzake constructieve veiligheid.

In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op het doel en de wijze van onderzoek en de gehanteerde rubricering van oorzaken. In hoofdstuk 3 zijn de betreffende cases kort omschreven; een uitgebreidere samenvatting van de voor iedere case afzonderlijk opgestelde rapporten is opgenomen in bijlage B. De rapporten zelf liggen ter inzage bij CUR Bouw & Infra [15]. Hoofdstuk 4 geeft in matrixvorm een overzicht van de oorzaken van de instortingen of andere incidenten per case. In hoofdstuk 5 worden de belangrijkste oorzaken van instortingen en andere incidenten samengevat. Daarbij zijn de resultaten van de onderzoeken naar de vijftien cases en discussies hierover met ervaringsdeskundigen uit de kring van deelnemers aan het Platform Constructieve Veiligheid leidend. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op een aantal onderzoeken waarbij het Platform Constructieve Veiligheid betrokken is en die direct samenhangen met het onderwerp falende constructies. In hoofdstuk 7 volgen tot slot conclusies, aanbevelingen en vervolgacties.